Het is stil in Den Haag. Iets na zevenen fiets ik naar huis vanaf het Venduehuis der Notarissen. Er was een prijsuitreiking, daar in de Nobelstraat. Geen Nobelprijzen, maar onderscheidingen voor journalistiek over deze stad. En ik maakte mijn eerste ‘zittende borrel’ mee. Alle 25 deelnemers moesten blijven zitten op hun gekozen stoel, niemand mocht van positie wisselen of zich vrijlopen, laat staan een aanval openen op de hapjestafel. Het personeel, met rubberen handschoentjes en mondkapjes, kwam langs met glazen, flessen en dienbladen. Alsof het medicijnen waren die we kregen toegediend in de gemeenschappelijke ruimte van een verzorgingstehuis. Heel apart.

Na het stilzitten is het ook nog eens stil op straat. Doodstil haast. Tijdens de eerste lockdown vergeleek ik de verlaten straten eens met die tijdens een voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal. Naast een enkele hondenuitlater passeerden alleen fietsers met oranje kubussen op hun rug.

Nu denk ik: het lijkt wel of de avondklok weer terug is. Hondenuitlaters, oranje kubussen. De auto’s en de fietsen zijn levenloze dingen. De stad behoort nu nog toe aan een paar enkelingen, zoals ik, die houden van verlaten straten. Om zomaar hardop in jezelf te kunnen praten. Om zomaar hardop te kunnen zingen…

Dat ben ik ongemerkt aan het doen, wat alvast het eerste verschil is met de lockdownstilte. Wie toen zong, was gek. Geen twee stiltes zijn hetzelfde. Een geluidsopname van toen is misschien in decibellen identiek aan nu, toch is alles anders.

Aan een enkel pand klapperen plastic vlaggetjes in de wind. In elke huiskamer zie ik een tv-toestel met een flard van de wedstrijd. Vanuit een avondwinkel holt iemand over straat met een sixpack halve liters bier in elke hand. Precies als ik hem passeer klinkt er uit open ramen een hard gejuich, afgevoerd op een windvlaag. Even blijft de bierdrager stilstaan.

‘In voetbal is het simpel: je bent óf op tijd óf je bent te laat. Als je te laat bent, moet je zorgen dat je op tijd vertrekt.’ Aldus de Nobelprijswaardige naamgever van het stadion waar iedereen naar tuurt, alsof daar werkelijk iets van belang gebeurt.

Dat is het raadselachtige van voetbal, dat er gedaan wordt alsof het om werkelijke nieuwsfeiten en gebeurtenissen gaat. Nog vreemder is dat bij deze wedstrijd, die zelfs binnen de pseudorealiteit van deze competitie betekenisloos is. En wees eens eerlijk, Noord-Macedonië, wist u dat het een land was? Kunt u het aanwijzen op de kaart? Ik dacht dat het net zo’n truc was à la de Britten, die hun kansen verveelvoudigen met een elftal voor elk gewest. Laten we Limburg en Groningen ook een eigen voetbalbond geven. Schiermonnikoog zich laten afscheiden, en dan kampioen worden. Dat zou nieuws zijn.

Voetbalnieuws wordt altijd gebracht alsof het om echt nieuws gaat. Het briefje van assistent-trainer Lodeweges, met de opstelling, gevangen door een alerte telelens, verschilt zodoende niet wezenlijk van het briefje van Ollongren. Weghorst: functie elders. Zelf vond ik vooral het laatste punt intrigerend, in blokletters: DOORSLUITEN.

Wat is dat, in Cruijffsnaam? Google brengt me alleen bij de paardensport, waar er ook al geen consensus over is. Ik wil het woord wel gaan gebruiken als lopende buffetten en staande recepties straks weer mogen. Mensen, even doorsluiten alstublieft. Kunt u doorsluiten? Volgens mij bent u niet goed doorgesloten.

Ik denk dat Lodeweges opzettelijk een Ollongrentje deed. De vorige keer dat hij een briefje lekte, werd dat naderhand geveild. 35.000 euro. Dan herhaal je jezelf graag. En om ons te sarren schrijf je daar dan lekker groot zo’n raadselwoord op.

Dat doorsluiten blijkt niettemin een succesvolle tactiek, want het tweede juichkoor klinkt als ik al bijna thuis ben, al sterft dit meteen uit. Dat zal een bijna-goal zijn geweest, een gemiste kans.

Thuis doet mijn dochter open – oranje shirt, vlaggetjes op beide wangen. Het is al 3-0! Dan heb ik er twee gemist. Toch niet goed geluisterd. Of gewoon niet genoeg doorgesloten.