Dora diamant

Ze wilde hem met niemand delen en weigerde postume publicatie. Tot aan haar dood noemde zij zich de vrouw van Kafka. Eindelijk is er nu een steen op haar graf.

‘WHO KNOWS DORA knows what love means’, staat gebeiteld in een zerk op de joodse begraafplaats in het Londense Eastham. Maar wie van de mensen die half augustus rondom graf XC 16/1083 stonden, kende Dora Diamant? De literaire wereld kent haar als de levenspartner van Franz Kafka gedurende diens laatste levensjaar. Maar wie en wat ze voor en na die relatie was, is lang onduidelijk gebleven. Kafka had in zijn teksten nauwelijks gewag van haar gemaakt. Kafka-exegeten schilderden haar in de marge van hun geschriften af als een kruising tussen een heilige en een 'jiddische mamme’. Max Brod schreef haar een rijke schat toe 'aan oostjoodse religieuze tradities die voor Franz een constante bron van verrukking was’. De Amerikaanse Kafka-biograaf Ernst Pawel had het over haar 'dosis energie die in overeenstemming was met de stormachtige heftigheid van haar emoties’ en over 'haar heftige bezitsdrang’ waarmee ze zich 'exclusief aan hem wijdde’.
Toen ze in 1923 de immer tobbende veertigjarige Kafka ontmoette, was ze half zo jong en vol toekomstplannen. In Berlijn maakte ze de 'exemplarische binding’ volgens Brod tot 'een idylle’ waarin de gedoemde schrijver 'het geluk ten deel viel’ zodat 'zijn lot aan het einde van zijn leven positiever, levensechter was dan de hele ontwikkeling daarvoor’. Pawel concludeerde over haar rol aan het sterfbed van de schrijver, die in 1924 door tuberculose aan het strottehoofd crepeerde van honger en dorst: 'Het was de aanwezigheid van Dora en alleen haar aanwezigheid waardoor de beproevingen van Job veranderden in een triomf van menselijk erbarmen.’
Dat de naam Dora Diamant bijna uitsluitend wordt verbonden met die van Kafka heeft grotendeels aan haarzelf gelegen. Tot aan haar dood in 1952 gaf ze zich uit als 'de vrouw van Franz Kafka’, waardoor haar eigen kwaliteiten op de achtergrond raakten. Dat die niet gering waren blijkt uit het speurwerk van Kathi Diamant, een Amerikaanse actrice en journaliste die al een kwart eeuw het leven van Dora Diamant probeert te ontrafelen. Maar voordat haar boek The Mystery of Kafka’s Last Mistress in de winkels ligt, zal ze nog veel mysteries moeten oplossen. Vooralsnog ontoegankelijke archieven in Oost-Europa moeten worden geopend om haar geboortejaar vast te stellen. Veel van haar eigen geschriften moeten worden gevonden, waaronder vermoedelijk aantekeningen over Kafka, om erachter te komen waarom ze in 1926 haar naam veranderde in Dymant en waarom ze in 1932 officieel 'aus dem Judentum trat’. En oude Gestapo-archieven moeten worden uitgeplozen om uit te vinden welke bezittingen van haar - waaronder waarschijnlijk onbekende brieven, dagboekaantekeningen en manuscripten van Kafka - op 8 augustus 1933 in beslag werden genomen tijdens een politie-inval in haar Berlijnse woning.
VAST STAAT dat Dora Diamant in het Poolse Pabianice werd geboren. Naar eigen zeggen in 1904 want ze beweerde negentien jaar te zijn geweest toen ze Kafka in 1923 ontmoette; volgens nazidocumenten werd ze in 1898 geboren; volgens het Centrum Judaïcum in Berlijn in 1899 en volgens papieren van haar latere echtgenoot in 1900. Op haar grafsteen in Londen staat dat ze 53 jaar was bij haar overlijden op 15 augustus 1952.
Ze groeide op in het Poolse Bendin in het chassidische gezin van Herschel Diamant, eigenaar van een textielfabriekje. Ze sprak jiddisch toen ze in 1919 de nogal eigengereide stap deed om haar streng-religieuze milieu de rug toe te keren. Ze ging naar Berlijn waar ze al snel de betrekking van gouvernante bij een orthodox-joodse voorman inruilde voor bezigheden in een joods weeshuis en het Jüdisches Volksheim, een zionistisch opvanghuis voor Oost-Europese vluchtelingen en kinderen. Daarnaast studeerde ze aan de Hochschule für die Wissenschaft des Judentums, leerde ze Duits en vervolmaakte ze haar modern Hebreeuws omdat ze vastbesloten leek naar Palestina te emigreren.
In een vakantiekolonie van het Volksheim ontmoette ze tijdens de zomer van 1923 in de Duitse Oostzeebadplaats Müritz Kafka, die daar zijn vakantie doorbracht. Twee maanden later vestigde de Praagse schrijver zich met het 'wunderbares Wesen’, zoals hij Dora in een brief noemde, in de Berlijnse voorstad Steg litz. Volgens Pawel vereerde Dora hem 'als haar leraar en meester, ondoorgrondelijk in zijn wijsheid en in haar ogen bekleed met een niet minder volstrekt gezag dan de rabbi van Gere die de wereld van haar kinderjaren beheerst had’. Kafka’s verzoek aan haar vader om met haar te trouwen werd afgewezen na ruggespraak met deze wonderrebbe. Maar in overeenstemming met haar koppigheid en loyaliteitsbesef bleef ze tot aan zijn dood in het Oostenrijkse sanatorium te Kierling aan zijn zijde.
ZE BESTREED aanvankelijk de plannen van Max Brod om Kafka’s nagelaten werk uit te geven. Ze vertelde hem dat zij overeenkomstig de wens van de schrijver alle nagelaten manuscripten die zij bezat had vernietigd. Wat niet waar bleek te zijn, zoals ze in 1930 toegaf. Aan Brod schreef ze toen dat ze bezwaar had gemaakt tegen postume publicatie 'uit vrees dat ik hem met anderen moest delen’.
In Berlijn had Kafka Dora gewezen op haar dramatisch talent als zij hem Hebreeuwse en jiddische teksten voorlas. Ze werd actrice. Van 1926 tot 1928 bezocht ze in Düsseldorf de toneelschool en in 1927 trad 'Dwora Dimant, Schauspielerin, Schülerin’ op in een stuk van toneelschrijfster en communiste Berta Lask, dat werd verboden vanwege het agitpropgehalte. Dora werd lid van de communistische partij en trouwde in 1932 Lutz Lask, redacteur van het communistische blad Rote Fahne en zoon van Berta.
Ze werd de motor van een gezelschap joodse schrijvers, acteurs en musici. Deze 'jiddische salon’ bleef illegaal functioneren tot 1936, toen Dora met haar in 1934 geboren dochter naar de Sovjet-Unie vertrok om zich bij haar man te voegen. Lask was na de machtsovername door de nazi’s gearresteerd, maar was ontkomen. Het echtpaar vestigde zich in Odessa. Over hun doen en laten aan de Zwarte Zee is niets bekend behalve dat Lask tijdens de stalinistische zuiveringen in de Siberische goelag verdween; pas na de dood van Dora keerde hij er in de jaren vijftig uit terug.
De echtgenote van de 'trotskistische klasseverader’ slaagde erin om in 1938 op nog niet achterhaalde wijze de Sovjet-Unie legaal te verlaten. Met haar ernstig zieke dochtertje ging ze naar Zwitserland, dat hen weigerde. Ze reisde door naar Nederland waar ze in Den Haag introk bij een schoonzuster en waar ze, zoals Kafka-onderzoeker Niels Bokhove ontdekte, over Kafka sprak met Menno ter Braak.
Haar reisdoel was Engeland: zes, zeven keer reisde ze de Noordzee over om een verblijfsvergunning te bemachtigen. In 1939 kreeg ze die en een jaar later, enkele weken voor de Duitse inval in Nederland, haalde ze haar dochtertje op uit Den Haag.
Met haar kind werd ze als 'enemy alien’ naar een kamp op het eiland Man gestuurd. Daar hield ze de moed erin door samenkomsten voor geïnterneerden te organiseren. Jiddische cultuur stond daarbij voorop, want sinds de Berlijnse salon zag ze instandhouding hiervan als haar missie.
Na haar vrijlating in 1942 voorzag ze in haar onderhoud als naaister en medewerkster aan joodse periodieken. Met joodse immigranten die ze nog uit haar Berlijnse dagen kende, richtte ze de Friends of Yiddish op, een culturele salon die nog altijd elke zaterdagmiddag bijeenkomt. Nadat ze in Israel haar stiefzusje Sara had teruggevonden maakte ze begin jaren vijftig plannen om alsnog te emigreren naar het land waarheen ze met Kafka had willen afreizen. Deze keer verhinderde haar dood de aliya.
Kafka’s nicht Marianne Steiner, die eind jaren veertig Dora voor het eerst sinds de begrafenis van haar oom in Londen ontmoette, zat naast haar bed toen ze aan een nieraandoening stierf; een foto van Kafka stond op haar nachtkastje. Precies zevenenveertig jaar na haar dood werd op Dora’s graf een steen geplaatst en ressorteerde het niet meer onder het hoofdje 'anoniem’. Familie en vrienden uit Israel, Duitsland, Amerika en Engeland hadden zich verzameld en als grafspreuk de woorden van Kafka’s vriend Robert Klopstock gekozen. Die had een dag na overlijden van de schrijver naar aanleiding van Dora’s stervensbegeleiding geschreven: 'Der Dora kennt, nur der kann wissen, was Liebe heisst.’