Dorp Europa

In Deauville hebben de machtigsten ter wereld vergaderd. Ze zijn - laten we het hopen - bezield van de beste bedoelingen. De toestand in de wereld is benard, dat is op zichzelf niets nieuws. Denk aan die dag in 1914, toen Gravilo Princip in Sarajevo aartshertog Ferdinand vermoordde.

Of aan de conferentie in München, 1938, waar Chamberlain en Daladier het Tsjechische Sudetenland aan Hitler uitleverden, waarna de Britse premier, terug in Londen, zijn historische woorden sprak. Peace in our time. De vergadering in Deauville had slechter kunnen eindigen. Maar gegeven de internationale chaos heeft de wereldtop er deze keer weinig van terecht gebracht.
Aan het einde van de jaren tachtig heeft Michael Gorbatsjov, toen leider van de Sovjet-Unie, de uitdrukking Global Village bedacht, waarmee hij de onderlinge afhankelijkheid van alle naties wilde aangeven. Een profetische diagnose. De industriële wereld was verdeeld in twee machtsblokken die erin waren geslaagd de oorlog te vermijden. De opkomst van de Aziatische grootmachten leek nog ver weg. Van internet had niemand nog gehoord, laat staan van de sociale media. De periode van de dekolonisatie was afgesloten en terrorisme werd op z'n hoogst bedreven door een incidentele gek. Dorp Wereld, tegen het einde van de Koude Oorlog leek het een bereikbaar ideaal. Goeie ouwe tijd.
Vorig jaar omstreeks deze tijd had geen deskundige, geen geheime dienst voorspeld dat de vergadering van de G8 zich deze keer bezig zou houden met de ‘Arabische lente’. Nu vragen we ons af hoe het Westen deze ontwikkeling verder 'in goede banen kan leiden’. Om te beginnen hebben de G8 besloten Egypte en Tunesië met veertien miljard euro te helpen om de economie te stabiliseren. Dat klinkt hoopvol en hulp is noodzakelijk, maar waar komt het geld terecht? Reportages van ter plaatse geven het beeld van een volk dat vol goede moed is. Maar de 83 miljoen Egyptenaren worden ook geconfronteerd met honger en werkloosheid. Er bestaat nog altijd onzekerheid over de koers die de Moslimbroederschap zal kiezen en ook gaan er geruchten over een poging van het ancien régime tot een contrarevolutie. 'Egypte vraagt zichzelf af: wat nu?’ is de kop boven een uitvoerig artikel in de International Herald Tribune. Over de toestand in Tunesië staan in Le Monde soortgelijke artikelen. Het Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs wijdt zijn mei/juninummer aan 'The New Arab Revolt’. Ook hier een uitgebreide opsomming van de recente hoopvolle ontwikkelingen en nieuwe onzekerheden. Veel deskundigheid, historische verklaringen, maar nauwelijks wenkende perspectieven. Dina Shehata, een geleerde van de Universiteit van Caïro, besluit haar essay over de val van Moebarak met het formuleren van twee scenario’s. In het eerste, dat de voorkeur heeft van het leger en de Moslimbroederschap, worden nog deze zomer verkiezingen gehouden, waarna de vorming van een democratische regering kan beginnen. De groepen die de revolutie op straat, op het Tahrirplein hebben uitgevoerd, zijn tegen deze gang van zaken. Ze hebben zich nog niet voldoende kunnen organiseren en zijn bang dat ze op deze manier van de macht worden uitgesloten.
In het tweede scenario wordt de vorming van een driemanschap voorzien, twee burgers en een militair. Er wordt een kabinet gevormd van technocraten die geen verbindingen met gevestigde partijen hebben. Op deze manier kan de revolutie van de straat toegang krijgen tot de machtsvorming. Deze oplossing is bedacht door ElBaradei en heeft de voorkeur van Shehata. Ik geloof graag in hun deskundigheid. Maar hebben de G8 deze ingewikkelde, voortdurend veranderende toestand tot zich laten doordringen? De Arabische revoluties hebben hulp nodig, maar in hoeverre zal deze veertien miljard van de G8 een investering in de democratie blijken te zijn? Wat is 'in goede banen leiden’?
Intussen gaat in Libië de burgeroorlog door. Ingrijpen met grondtroepen is volstrekt taboe. Na Irak en Afghanistan weten we waar dat op uit kan draaien. Amerika houdt zich op een afstand, de Navo voert de luchtaanvallen op, maar in Europa begint de publieke opinie genoeg te krijgen van deze bemoeienis. Hoe lang kan kolonel Kadhafi het nog uithouden? Gesteld dat hij morgen sneuvelt of vertrekt, dan nog laat hij een half verwoest land en een verdeeld volk achter. Heeft het Westen al plannen voor de manier waarop het dan gaat helpen? En dan hebben we de Syrische dictator Assad die ongestraft zijn publieke massamoorden pleegt.
De Arabische lente lijkt een geweldige sprong voorwaarts. Nu beleven we de eerste fase van de nasleep. Daarin wordt een beroep op het Westen gedaan. Meer hulp, maar verder geen bemoeienis, en dan hopen dat het helpt. Het Westen is zelf in een economische crisis en politiek verscheurd en de vergadering van de G8 heeft opnieuw bevestigd dat het geen duidelijk antwoord op de complexe Arabische lente heeft. De Europese kiezer krijgt er genoeg van. Er begint hier een sfeer van isolationisme te hangen. Dat is het Europese antwoord op deze wereldcrisis.