Dossier belgische doofpotten

Het onderzoek naar de bende van Marc Dutroux is bepaald niet het enige dat van hogerhand is gedwarsboomd. De talloze gevallen van incompetentie, corruptie en politieke interventie in de rechtspraak geven de Belgen het gevoel dat zij, om met een prominent kamerlid te spreken, in een ‘apenland’ leven. Een korte rondleiding langs de politieke dossiers, explosieve doofpotten en smeulende onderzoekspistes van onze zuiderburen.

  1. De moord op Lahaut Een oud dossier, maar belangrijk als precedent voor de politieke ontsporing van de rechtspraak. In 1950 verstoorde communistenleider Julien Lahaut de beëdiging van koning Boudewijn door ‘Vive la République!’ te roepen. Korte tijd later werd hij vermoord. De dader had hooggeplaatste opdrachtgevers, maar dat werd pas duidelijk in 1985, toen twee historici hem op het spoor kwamen. Hij behoorde tot de leopoldisten, een extreem-rechtse kring van edelen, militairen (onder anderen kolonel René Mampuys van het Belgische Gladio) en Opus Dei-prelaten rond de afgezette 'collaborateur-koning’ Leopold III. Zij blokkeerden het gerechtelijk onderzoek, zodat hun man nimmer werd gepakt. Literatuur: R. van Doorslaer en E. Verhoeyen, De moord op Lahaut. Leuven, 1985.
  2. Het dossier-'VdB’ Wijlen Paul Vanden Boeynants alias 'VdB’ belichaamde als geen ander de schaduwzijde van de Belgische politiek; zijn naam duikt vroeg of laat op in alle andere dossiers. In de jaren zestig en zeventig werkte 'VdB’ zich door middel van grondspeculatie, drugssmokkel, aandelenzwendel, fraude, omkoping en cliëntelisme op tot premier respectievelijk minister van Defensie. Met behulp van talloze 'schermvennootschappen’ alsmede de extreem-rechtse CEPIC-groep binnen zijn Parti Social-Chrétien (PSC) pleegde hij in de jaren zeventig een 'zachte staatsgreep’ in de Belgische instituties. In 1979 moest hij aftreden (zie: roze balletten), maar hij behield grote invloed. Er zijn aanwijzingen dat hij zijn ontvoering in 1989 door de bende van de gentleman-crimineel Patrick Haemers zelf ensceneerde. Haemers werd in 1993 in de gevangenis gezelfmoord. Literatuur: Knack van 21 februari 1990.
  3. De Bende van Nijvel De moeder van alle Belgische dossiers. Vaststaat dat de bende, die in 1982-'85 dertien uiterst gewelddadige overvallen pleegde, werd gerecruteerd uit de politieke onderwereld van Brussel - met name uit de Groep G van extreem-rechtse rijkswachters onder leiding van Francis Dossogne, tevens aanvoerder van het fascistische Front de la Jeunesse, en uit een nog radicaler afsplitsing van het Front, Westland Newpost (WNP), geleid door Paul Latinus. Over de motieven van de bende is veelvuldig gespeculeerd. Er was wellicht sprake van een 'strategie van de spanning’ teneinde, naar het voorbeeld van de Italiaanse Loge Propaganda-2 (Loge P-2), een militaire staatsgreep uit te lokken. Daarnaast waren er onder de slachtoffers van de bende veel tipgevers van pers en justitie, wat erop wijst dat de bende (ook) als doodseskader fungeerde. In 1990 vervolgde de Vlaamse onderzoeksrechter Freddy Troch de politieke connecties van de bende. Hij stuitte daarbij op de Brusselse hoofdcommissaris Frans Reyniers en de edelman-fascist Benoît de Bonvoisin, tevens lid van het CEPIC van 'VdB’. Op instigatie van minister van Justitie Melchior Wathelet, ook een intimus van 'VdB’, werd Troch ontslagen. Het dossier van 350.000 bladzijden werd overgedragen aan het Franstalige parket in Charleroi, waar de vertaling - laat staan heropening - onmogelijk bleek. Begin dit jaar is een parlementaire enquête gestart naar de mislukking van het bendeonderzoek. Literatuur: H. Coveliers, Twee jaar bendecommissie: Een schimmengevecht. Antwerpen, 1992; J. Willems en R. Sauviller, De Bende van Nijvel: Tien jaar blunders van het gerecht. Antwerpen, 1995; P. Ponsaers en G. Dupont, De bende: Een documentaire. Berchem, 1988.
  4. De moord op Cools In 1991 werd de Luikse minister van staat André Cools van de Parti Socialiste (PS) doodgeschoten. Het belangrijkste spoor wees in de richting van zijn kroonprins,(PS-minister Alain van der Biest, die vreesde dat Cools zijn betrokkenheid bij een aandelenzwendel zou onthullen. Onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte, die het spoor-Van der Biest volgde, werd prompt van de zaak afgehaald. Sterreporter Walter de Bock reconstrueerde in 1994 de toedracht: de moord was gepleegd door twee Tunesiërs, ingehuurd door gangster Carlo Todarello in opdracht van Van der Biests kabinetschef Richard Taxquet. Connerottes opvolgster Véronique Ancia onderzocht echter alle sporen behalve dit laatste, omdat haar superieur Léon Giet (PS) dat belette. In augustus 1996 werd het dossier weer opgeschud en sindsdien vloeien de bekentenissen rijkelijk.
  5. De smeergelden Alle partijen en bestuursniveaus worden geteisterd door omkoopschandalen. Exemplarisch is Willy Claes van de Socialistische Partij (SP), die in 1988 als minister van Economische Zaken een order plaatste bij de Italiaanse helikopterfabrikant Agusta in ruil voor een 'gift’ van 51 miljoen frank voor de partijkas. Claes wees de beschuldiging van de hand, maar na de bekentenis van de financieel expert van de SP, Etienne Mangé, moest hij als Navo-secretaris aftreden. De Waalse socialisten werden dit jaar opgeschrikt door de Uniop-affaire waarin acht leden, onder wie kamerlid Guy Coëme, werden veroordeeld voor corruptie. Spectaculair zijn ook de dossiers over de Waalse socialist Guy Mathot, de Vlaamse textielmiljardair Roger DeClerck familie van minister van Justitie Stefaan DeClerck en de financiële witwasser en polit-clown Jean Pierre van Rossem ('Als ik spreek, valt de regering’). Literatuur: R. van Cauwelaert, De Agusta-crash. Brussel, 1995.
  6. De roze balletten Heeft koning Albert II in de jaren zeventig deelgenomen aan (homo)seksuele orgieën? De getuigenissen over deze ballets roses vormen het schimmigste en tegelijk meest explosieve dossier in de Belgische politiek. In 1981 berichtte het weekblad Pour voor het eerst over de seksfuiven, waar cocaïne werd gebruikt en naar verluidt minderjarigen werden verkracht. Volgens verklaringen van callgirls, rijkswachters en deelnemers (onder wie bankier Léon Finné) werden de feesten georganiseerd door het prostitutienetwerk Tuna, genoemd naar hoerenmadam Fortunato Israël. Zij werd geprotegeerd door de deelnemende industriëlen (onder anderen directeur Roger Boas van de Belgische wapenfabriek Asco), veiligheidsfunctionarissen (onder anderen rijkswachtgeneraal Fernand Beaurir) en politici. Onder die laatsten uiteraard minister van Defensie 'VdB’; veel balletgangers hadden namelijk financieel belang bij grote defensieorders voor Asco en bij transacties van de nationale holding Société Générale met Saoedi-Arabië, vertegenwoordigd door prins Albert. 'VdB’ trad in 1979 af toen de zedenpolitie behalve zijn roze ook zijn financiële uitspattingen op het spoor kwam. Het onderzoek werd op last van procureur Jean Deprêtre (PSC) stopgezet. In 1983 vermoordde de Bende van Nijvel zowel Finné als de seksclubeigenaars Jacques Fourez en Elise Dewit, die hun panden ter beschikking hadden gesteld. Literatuur: HUMO van 3 maart 1988 en 9 januari 1996; De Morgen van 14 februari 1990.
  7. Dossier-Gladio Het Belgische stay behind-netwerk werd reeds tijdens de Tweede Wereldoorlog (het Ardennenoffensief!) opgericht en officieel ontbonden in 1990 na talloze onthullingen over geweldpleging, extreem-rechtse infiltratie en samenwerking met onder meer Opus Dei, Westland Newpost, Front de la Jeunesse, CEPIC, de Loge P-2 en de internationale inlichtingen- en propagandadienst Cercle Pinay. De Belgische Gladiolen oefenden geregeld samen met collega’s uit andere Navo-landen (waaronder Nederland) in spionage en sabotage. Bij vrijwel alle naoorlogse politieke geweldpleging wordt de betrokkenheid van Gladio-agenten vermoed. Een enquête door de Belgische senaat werd door de militaire top geblokkeerd. Literatuur: H. Gijsels, Netwerk Gladio. Leuven, 1991; J. Willems (red.), Gladio. Brussel/Antwerpen, 1991; Belgische Senaat, Document 1117-4 (1990-1991), Brussel, 1991. (ab)