Dossier gesloten

WAT MAAKTE het langgerekte Monica-melodrama zo typisch Amerikaans? Het begint al bij het begin: de aanklacht van Paula Jones. In welk ander land kan een proces worden aangespannen tegen het staatshoofd op basis van onbewijsbare feiten die vele jaren eerder gebeurd zouden zijn, waar geen getuigen bij waren en waarvan de aanklaagster niet kan aantonen dat ze er enige emotionele of materiële schade door leed? Zelfs in Amerika was dit een primeur. Het Opperste Gerechtshof moest uiteindelijk beslissen of de president wel vervolgd kon worden en of hij kon worden gedwongen zich te onderwerpen aan een verhoor door Jones’ advocaten. De rechters vonden dat het mocht omdat het hen onwaarschijnlijk leek dat de zaak de president zou afleiden van zijn regeringstaken. Over een misrekening gesproken!

Zonder de golf van political correctness die Amerika in de eerste helft van de jaren negentig overspoelde, zou de aanklacht van Paula Jones niet zo serieus zijn genomen en niet hebben geleid tot de onthulling van Clintons relatie met Monica Lewinsky. De trend van politieke correctheid was zo sterk omdat hij zowel door links als door rechts werd gesteund. De impulsen kwamen van de in de Democratische partij zeer invloedrijke feministische beweging, maar ook van de puriteinse, seks hatende christelijke rechterzijde in de Republikeinse partij. Een van de gevolgen van dit typisch Amerikaanse monsterverbond was dat de bestrijding van seksuele pesterijen een politieke prioriteit werd. MAAR ER WERD overdreven. Nieuwe wetten werden goedgekeurd die de aanklaagsters van seksueel opdringerige mannen wapens gaven waarvan pas later gezegd gezegd zou worden dat ze de deur openden naar een ‘seksueel McCarthyisme’. Het was op basis van die nieuwe wetgeving, die ironisch genoeg mede onder impuls van Clinton tot stand was gekomen, dat Norma Holloway Johnson, de rechter in de Paula Jones-zaak, besliste dat Jones’ advocaten alle vrouwen in overheidsdienst die ze ervan verdachten ooit seks met Clinton te hebben gehad aan een verhoor mochten onderwerpen. Niet: vrouwen die mogelijk door hem waren lastiggevallen, maar vrouwen van wie om welke reden dan ook vermoed kon worden dat ze seks met hem hadden gehad, ook zonder enige dwang. Dat gaf Jones’ advocaten het recht om in Lewinsky’s privé-leven te peuteren, ondanks Amerika’s grondwettelijke recht op privacy. Het was een magere troost voor Clinton dat diezelfde rechter een half jaar later Jones’ aanklacht naar de prullenmand verwees. Het Lewinsky-schandaal was op dat moment al volop gaande. Clintons verdediging werd toen geleid door Hillary, die stelde dat haar man het slachtoffer was van een rechtse samenzwering. Dat lokte hoongelach uit. Spoedig bleek inderdaad dat de aantijgingen die Hillary leugens had genoemd wel degelijk waar waren. Toch had de First Lady geen ongelijk wat die rechtse samenzwering betrof. Paula Jones werd om Clinton aan te klagen gerecruteerd door ultra-conservatieve advocaten en journalisten. Er was wel degelijk een samenzwering, ook al was die niet het werk van een clandestiene organisatie maar van een informeel netwerk van Clinton-haters. In het centrum van dat web zaten enkele hard-rechtse miljardairs, die vanaf de eerste dag van Clintons presidentschap grote sommen geld uitgaven aan 'anti-Clinton-research’. De New York Times onthulde onlangs dat een groep van rechtse advocaten achter de schermen de verdediging van Paula Jones’ zaak organiseerde. Ken Starr speelde daar ook een rol in, voor hij tot onafhankelijk onderzoeksrechter werd benoemd door drie rechters van wie er twee nauwe contacten hadden met de meest rechtse leden van de Senaat, die op hun beurt weer banden hadden met christelijk rechtse groepen. De vele vertakkingen van Starr en de Jones-advocaten naar diverse geledingen van de Amerikaanse rechterzijde zijn fascinerend. Maar waarom koestert die rechterzijde zo'n diepe, onblusbare haat tegen Clinton? Hij symboliseert voor hen alles wat ze verfoeien. Hij is de eerste babyboomer-president, een kind van de sixties dat de dienstplicht ontdook en een jointje rookte en wiens seksuele honger lang voor Lewinsky al legendarisch was. Natuurlijk had hij daar telkens een excuus voor, of desnoods diep berouw over. Maar zelfs veel van zijn supporters nemen zijn smoesjes niet serieus. Wat hij ook zegt, hij kan niet verbergen dat hij een morele relativist is. Daarom symboliseert hij voor rechts alles wat in het moderne Amerika de verkeerde kant uitgaat. DE IDEOLOGIE van hard-rechts is altijd gebaseerd op nostalgie naar een geïdealiseerd verleden. In Amerika gaat de droom van een terugkeer naar vroeger over een terugkeer naar absolute waarden en zondebesef. Hard-rechts werft mensen middels de thema’s seks en zonde. Abortus en homoseksualiteit zijn hun stokpaardjes. Moreel relativist Clinton is een verdediger van abortus en gelijke rechten voor homo’s. Volgens hard-rechts zal zo'n president het land naar de verdoemenis leiden. Maar de Amerikaanse kiezers wisten dat ze geen koorknaap kozen. Clinton werd president omdat het moreel absolutisme van rechts de ideologie van een minderheid is. Gedurende het hele schandaal bleef de publieke opinie opvallend constant. De peilingen toonden telkens opnieuw dat een ruime meerderheid van de bevolking geloofde dat Clinton loog over zijn relatie met Lewinsky en had geprobeerd te beletten dat de waarheid aan het licht kwam - dat hij dus schuldig was aan de aanklachten in de impeachment-artikelen. Maar het publiek bleef ervan overtuigd dat hij daarvoor niet afgezet hoefde te worden, dat het impeachment-proces tijd- en geldverspilling was. Toch bleven de Republikeinen de polls negeren, ook nadat ze een dreun kregen in de congresverkiezingen. Ook dat was het gevolg van iets typisch Amerikaans. Het Amerikaanse kiessysteem maakt het voor kleinere partijen vrijwel onmogelijk een voet aan de grond te krijgen, zodat het hele politieke spectrum onderdak zoekt in de twee grote partijen. Ook andere landen hebben een 'winner takes all’-kiessysteem, maar alleen in de Verenigde Staten worden de kandidaten geselecteerd door voorverkiezingen. Omdat de opkomst in de voorverkiezingen door de apathie van de meerderheid laag is, kan een goed georganiseerde minderheid er een disproportionele invloed krijgen. En de Clinton hatende harde rechterzijde in de Republikeinse partij is goed georganiseerd, gedisciplineerd en steenrijk. Zelfs de meest gematigde Republikeinen zijn bang voor hen. Dat verklaart waarom een proces dat de meerderheid van het Congres niet wilde zien plaatsvinden, toch plaatsvond. MAAR DAT HET schandaal zo lang voortsleepte en zo dominant bleef, heeft ook te maken met de rol van de media. Alleen in Amerika is de mediamarkt zo groot dat tv-netten die uitsluitend nieuws brengen economisch rendabel zijn. Nu zijn er al drie: CNN, MSNBC en FoxNews. Daarnaast zijn er andere netten als CNBC en Court-TV die ook vooral nieuws en gebabbel over nieuws brengen. Ook gewone netten als ABC, NBC, CBS en PBS programmeren steeds meer nieuwsshows. Dat betekent niet dat de honger naar serieus nieuws navenant is toegenomen. Hoe groot het aanbod ook is, over de crisis in Rusland en andere 'verre’ problemen verneemt de kijker bitter weinig. Het gevecht om de aandacht is bikkelhard, zodat verhalen met een sensationele invalshoek en met een accent op seks of macht de overhand krijgen. De grote doorbraak voor de nieuwsnetten was het proces van O.J. Simpson, de football-ster die werd beschuldigd van moord op zijn sexy echtgenote. Het Simpson-proces eindigde vijf dagen na het begin van het Lewinsky-schandaal. Voor de nieuwsnetten was het een naadloze overgang. O.J.-gebabbel maakte plaats voor Monica-gebabbel, en het speuren naar nieuwe sensationele invalshoeken en sappige details ging verder. Het publiek klaagde dat het genoeg had van Monica, maar de kijkcijfers bleven hoog. De New York Times was deze week pessimistisch over de kans dat problemen inzake de sociale zekerheid of Kosovo Monica zullen vervangen. Maar ze zullen wel iets vinden. En het publiek zal weer klagen en de kijkcijfers zullen weer hoog zijn. Het is een eentonig verhaal.