Dossier racisme

Een moskeebrand hier, een asielzoekermishandeling daar. Incidenten? Van een ‘gestructureerd karakter’ is zeker geen sprake, zeggen de politie en openbaar ministerie in koor. Maar die hebben dan ook geen centraal registratiesysteem voor alle ‘incidenten’. Een overzicht moeten we elders zoeken. Bij ‘Kafka’ bijvoorbeeld.
Door DE RECENTE AANSLAGEN op moskeeën - zoals in Hengelo twee weken geleden - en op Turkse winkels en instellingen hebben de angst voor toenemend racisme en rechts-extremisme opnieuw aangewakkerd. Net als in Duitsland lijkt ook hier de vreemdelingenhaat vaker en openlijker de kop op te steken. De toon verhardt.

De aanslagen op moskeeën worden door sommige mensen met de PKK in verband gebracht, maar het is niet zeker dat die ermee te maken heeft of er als enige voor verantwoordelijk is. Anderen beweren zelfs dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de aanslagen het werk zij n van de PKK. Nederland voert immers, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland, een zeer liberaal beleid ten aan- zien van de Koerdische onafhankelijkheidsbeweging.
Niet alleen in de Turkse gemeenschap groeit de onrust over racistische acties. De aankondiging, afgelopen week, van een nieuw op te richten rechts-extremistische partij onder leiding van Eite Homan en collega Kusters boezemt in brede kring angst in. Maar keer op keer wekt de sussende houding van de autoriteiten bij (vermeend) racistische gebeurtenissen de indruk dat het ‘zo 'n vaart niet loopt ’: 'harde bewijzen zijn er niet ’, het blijven 'slechts incidenten ’, en steevast 'ontbreekt ieder aanknopingspunt’ om daders op te sporen. Ondertussen groeit de lijst van 'incidenten’ gestaag.
De anonieme antiracistische groepering Kafka verzamelt gegevens over racistisclie en fascistische gebeurtenissen in Nederland. Haar bronnen zijn andere antiracistische organisaties en personen, en de media. Veel van de door Kafka geregistreerde gebeurtenissen bleven overigens onvermeld in de landelijke media of kregen maar bitter weinig aandacht.
Niet alles wordt in de jaaroverzichten opgenomen; folderacties van CP'86, CD en aanverwante groeperingen worden bijvoorbeeld alleen vermeld wanneer er arrestaties bij werden verricht. Ook 'losse ’ hakenkruizen of racistische leuzen tellen niet mee. Maar daarmee is de zaak niet in een paar alinea’s afgedaan.
ONWIL, SCEPSIS, trage afhandeling van klachten en vormfouten bij zowel politie als justitie hebben er volgens het Landelijk Bureau Racismebestrijding (LBR) in het verleden vaak toe geleid dat klachten niet of onzorgvuldig werden opgenomen en behandeld. Hoewel een in juli 1993 ingevoerde Richtlijn discriminatiezaken er volgens het LBR toe heeft geleid dat de regionale politiekorpsen aangiften van racisme en discriminatie over het algemeen zorgvuldiger opnemen en afhandelen, is er nog steeds slecht zicht op de aard en de omvang van racistische en extreem-rechtse gebeurtenissen. Het ontbreken van een centraal registratiesysteem voor racisme, discriminatie en rechts-extremisme, een gebrek aan intensieve samenwerking tussen regionale politie- korpsen en de uiteenlopende criteria die worden gehanteerd zijn daar debet aan. De regionale Anti-Discriminatie Bureaus hanteren evenmin een eenduidig registratiesysteem.
De wijze waarop het openbaar ministerie, het bestuur en de politie de zaken coördineren wordt door sommigen scherp bekritiseerd. Zo wordt het beleid voor een belangrijk deel gebaseerd op cij fers en gegevens die de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) beschikbaar stelt. Deze gegevens krijgt de CRI op haar beurt - op vrijwillige basis - aangeleverd door politie, justitie en zogenaamde open bronnen. Toen het LBR met veel moeite via de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) inzage had gekregen in de lijst Incidenten op rechts-extreem gebied en gewelddadigheden contra allochtonen, bijgewerkt tot juli 1993, stelde het vast dat de verzamelde gegevens verre van volledig waren. De verklaring van de CRI voor het ontbreken van een aantal ernstige voorvallen luidde dat het 'opsporingsbelang geschaad ’ zou worden door het vrijgeven van vertrouwelij ke gegevens. Maar dat verklaart niet waarom zaken die op voorpagina’s van kranten breed uitgemeten waren, op de lijst ontbreken. Zoals de mishandeling van een asielzoeker in de trein tussen Eindhoven en Tilburg, medio 1993, of een brandstichting in Amersfoort waaraan racistische motieven ten grondslag leken te liggen.
'De helft van de gegevens ontbreekt’, zegt woordvoerder Hans van het Fascisme Onderzoeks Kollektief (Fok). Bovendien is volstrekt oncontroleerbaar wat wel en niet wordt meegeteld als 'racisme, of 'rechts-extremisme’, en hoe er geteld wordt. Zo komt het bijvoorbeeld voor dat een hele reeks uitingen van racisme of extreem-rechts in een gemeente gemakshalve op één hoop worden geveegd, hoewel daarmee een gesimplificeerd beeld van de werkelijkheid wordt geschetst. Ook is het naïef nog te spreken van het zogenaamd 'ongestructureerde karakter’ van extreem-rechts. Bekend is inmiddels dat onder neonazistische groepen en personen gedetailleerde lijsten circuleren van mensen die vanwege antiracistische sympathieën of activiteiten op de nominatie staan voor brieven, pamfletten en dreigementen.
Of er een recentere versie van de CRI-lijst beschikbaar is, wil men bij de CRI niet kwijt. Inzage in de verzamelde gegevens wordt vanwege de 'vertrouwelijkheid van de informatie ’ sowieso niet gegeven. Maar, zo benadrukt de CRI, men houdt zorgvuldig bij wat er gebeurt. Het Fok is reeds anderhalf jaar bezig via een WOB-procedure alsnog volledige inzage te krijgen in de verzamelde gegevens. Tot die tijd zal het hardnekkige idee wellicht standhouden: maakt u zich vooral geen zorgen, het valt hier allemaal reuze mee.