Cabaret: Sara Kroos

Douane

Sara Kroos © Sara Kroos

Een moslim, een homo en een jood zitten op het strafbankje van Schiphol. Dit klinkt als het begin van een mop, maar bij Sara Kroos is het dat niet. Zij is zelf die homo, die er op Schiphol altijd wordt uitgepikt door de douane. ‘Dat noemen ze dan het algoritme’, merkt Kroos sarcastisch op. Ze voelt zich ook nog medeplichtig, want had ze de douaniers hier niet streng op moeten aanspreken?

Dit persoonlijke verhaal loopt als een rode draad door Kroos’ tiende voorstelling Verte, strak geregisseerd door Jessica Borst. Ze verknoopt het met wat ze de ‘douane in haar hoofd’ noemt. In haar vorige voorstelling Zonder verdoving (2017) vertelde Kroos al openhartig over haar depressie en opname in een psychiatrische kliniek, en in Verte zet ze die lijn door. Maar deze voorstelling is optimistischer, met een serie luchtige liedjes – begeleid door Nathaniël van Veenen en Rutger Hoorn – als stuwende kracht. De teksten worden versterkt door mooie projecties op drie grote schermen, ontworpen door Arjan Wilschut.

Toch is dit absoluut niet het verhaal van een vrouw die haar depressie ‘overwonnen’ heeft en ons in het theater over deze heroïsche strijd komt vertellen. Kroos laat eerder zien dat depressie voortdurend sluimerend aanwezig is. Dat vertaalt zich ook in de vorm van de voorstelling: depressie is steeds de subtekst, en lang niet altijd expliciet het thema. Kroos bespreekt alledaagse frustraties, zoals fietsvakanties en restaurants met een ‘concept’. Het diepere psychische leed dat daarachter verscholen ligt komt naar voren in kleine, rake zinnetjes, vaak bijna terloops: ‘Ik vind het fijn om ouder te worden, want hoe ouder ik word, hoe dichter ik kom bij een natuurlijke doodsoorzaak.’

Kroos vertolkt met deze voorstelling een belangrijk en eigenzinnig geluid binnen het cabaret. Cabaretiers van na de generatie Freek de Jonge en Youp van ’t Hek krijgen wel eens het verwijt geen taboes meer te doorbreken en volstrekt persoonlijk, ‘therapeutisch’ theater te maken. Kroos laat zien dat precies op dat therapeutische verhaal nog een sterk taboe rust. Zo vraagt ze zich af waarom ze zich zou moeten schamen voor haar therapie, terwijl dat naast het theater de enige setting is waarin ze zich echt begrepen voelt.

Ook zingt ze een prachtig lied over een psychotische vrouw die haar denkbeeldige alienvriend Freddy niet wil laten gaan. Dit lied is niet alleen komisch, maar het maakt ook invoelbaar hoe moeilijk en eenzaam het kan zijn om afstand te nemen van de ziekte die je ook houvast biedt.

Het slot van de voorstelling vormt een spiegel van de ‘mop’ uit het begin. Kroos vertelt over de gevarieerde vriendenkring van haar dochter: wit, zwart, gehandicapt, able-bodied, cisgender, homo. Je zou er een hoop grappen over kunnen maken, maar Kroos besluit nadrukkelijk dat niet te doen. Daarmee suggereert ze dat het taboe van deze tijd niet de kwetsende grap is, maar eerder de kwetsbare positie van de minderheid die niet aan de sociale norm voldoet, of dat nu de jood, de homo, de moslim of de psychisch zieke is.


Sara Kroos, Verte, tournee t/m 30 mei. Gezien: 16 november, Stadsschouwburg Utrecht