TEFAF, een Walhalla voor de kunst

Douche tegen de recessie

Deze week opent TEFAF, ’s werelds belangrijkste kunst- en antiekbeurs, voor de zesentwintigste keer haar deuren. Terwijl elders de kunstmarkt verder inzakt, lijkt de TEFAF crisisbestendig. Een kwestie van flow en van perceptie. En van cut the crap.

Medium 15441813

Ze staan weer in de file vandaag, de privé-vliegtuigen op Maastricht-Aachen Airport. Gulfstreams van zo rond de vijftig miljoen; een enkele Airbus 340 van 230 miljoen plus. Deze donderdag opent in Maastricht de 26ste editie van tefaf, The European Fine Art Fair, ’s werelds grootste kunst- en antiekbeurs. Het is spannend of ze met de aanhoudende crisis het record van vorig jaar evenaren dat op 182 staat. Crisis of niet – en bij gebrek aan omzetcijfers: tefaf telt in private jets.

En in bloemen. Door vijftigduizend rozen en veertigduizend tulpen banen de eigenaars van de Gulfstreams en de 72.000 overige bezoekers zich een weg naar de Manets en de Van Goghs (nu ja: een aquarel van Van Gogh). Naar de Picasso’s en de Warhols, Jeff Koons’en en Willem de Koonings. Naar Van Cleef Arpels- en Cartier-colliers; naar Mingvazen en gotische diptieken. 267 exposanten uit twintig landen. 35.000 voorwerpen.

‘De bloemenzee in de entreehal is een recessiedouche’, zegt bestuurslid Robert Aronson, handelaar in Delfts blauw. ‘Je loopt er doorheen en het valt even helemaal van je af. Die mensen die met grote zaken bezig zijn, die willen even niet dat negatieve verhaal hebben. Je laat dat achter je en gaat gewoon naar mooie kunst kijken. Ervan genieten. En als je fortuinlijk genoeg bent er nog iets van kopen ook.’

Het miezert in Dublin, maar in de lounge van het chique Westbury Hotel brandt de open haard en is er Hot Whiskey. Cultureel econoom dr. Clare McAndrew heeft de draft geprint van het jaarlijkse rapport over de mondiale kunstmarkt dat ze later deze week op een symposium op tefaf zal presenteren. En de cijfers zijn niet goed. In 2012 is wereldwijd de verkoop van kunst met zeven procent gekrompen tot 43 miljard euro. Vooral China maakte een grote smak van 24 procent minder verkopen en een omzet van 10,6 miljard. Maar, opvallend, in de Verenigde Staten klimt de kunst uit het dal – met een stijging van vijf procent en een omzet van 14,2 miljard is de kunstmarkt in Amerika dit jaar weer groter dan in China. De Europese Unie, intussen, daalde in 2012 met drie procent tot 15,8 miljard.

‘Na jaren van wilde groei is de Chinese economie nu behoorlijk afgekoeld’, verklaart McAndrew de global reshuffle van de kunstmarkt. ‘China moet zich nu intomen, een adempauze nemen en zich herpakken.’ Anders dan weleer ziet ze de Chinezen dit jaar niet in kleine groepjes de tefaf afschuimen. ‘Maar over een paar jaar zijn ze terug. Art does follow where the money is en de welvaart verschuift onmiskenbaar van Europa en de VS naar Azië’, zegt McAndrew.

Maar nu nog even niet. Dit jaar zijn Londen en New York weer aan zet. En, natuurlijk, Maastricht.

Londen. Maandag 15 september 2008. Dag van Zenit en van Ondergang. De prijzen voor kunst zijn sky high; nooit was er meer geld in het Westen. Kunstenaar Damien Hirst doet wat geen kunstenaar ooit eerder heeft gedaan: hij houdt zijn eigen veiling. De financiële afspraken met het veilinghuis zijn geheim, maar Hirst en Sotheby’s zijn vastbesloten: door direct en zonder tussenkomst van Hirsts vaste galeries te veilen sluiten ze eens en voor altijd de kunsthandel uit – cut the middleman. Heel Londen gonst van deze tweedaagse extravaganza. De veiling zal uiteindelijk een ongeëvenaard record van 111 miljoen pond opbrengen, tien maal het vorige record van de grote Picasso-veiling van 1993. Hirsts idool Het gouden kalf wisselt die 15de september 2008 voor 10,3 miljoen pond van eigenaar.

Dezelfde dag dat het in formaldehyde gedrenkte kalf met achttien karaat gouden horens en hoeven en getooid met de zonneschijf wordt afgeslagen, valt in New York de zakenbank Lehman Brothers. De aandelenbeurzen kelderen en maken hun grootste val sinds 9/11 – het begin van een economische crisis die voortduurt tot vandaag. Het jaar daarop stort de kunstmarkt ineen en halveert bijkans van 48 miljard in het nooit meer geëvenaarde topjaar 2007 tot 28 miljard twee jaar daarop. Kunst volgt het geld. Langzaam krabbelt de kunstmarkt weer op – tot de 43 miljard van vorig jaar.

Maar het landschap is voorgoed veranderd en de middenklasse lijkt eruit gesneden. De veilinghuizen draaien in het topsegment weer als vanouds, maar ze werken nu in private treaty sales, besloten verkopen van de duurste werken en de grootste namen in de moderne kunst: Warhol, Picasso, Munch en hedendaagse kunstenaars als Marlene Dumas en Gerhard Richter. De vijfduizend duurst verkochte werken waren vorig jaar goed voor 25,5 miljard; dus slechts vijfduizend werken van de allerberoemdste kunstenaars namen in 2012 meer dan de helft van de wereldwijde kunsthandel voor hun rekening.

‘Het is een flight to safety’, zegt Clare McAndrew. ‘Grote naoorlogse moderne kunst verkoopt als nooit tevoren, maar voor de gemiddelde kunsthandelaar is het moeilijker en moeilijker om de beste stukken te verwerven, want de veilinghuizen hebben de stukken van de allerhoogste kwaliteit in handen. Ze doen werkelijk álles voor een handjevol van hun beste klanten en jagen meedogenloos de allerbeste stukken na. Maar ze spelen op safe. Binnenkort is er de grote Warhol-veiling bij Christie’s. Het is een no brainer soort van handel. Als ik niet gedreven was door smaak maar toch iets wilde kopen zonder me een buil te vallen, dan is een Warhol niet eens zo gek. Het is geen dwaas iets om te kopen voor mensen die niets van kunst weten, maar niet willen worden afgezet. Die flight to safety is jammer, want het maakt de spoeling aan de top heel dun: steeds hogere prijzen voor steeds minder namen.

Maar tegelijkertijd is de markt in hedendaagse, nieuwe kunst heel dynamisch en gebeurt er op dat gebied nu heel veel. Nu de grootste namen onbereikbaar voor ze zijn, moeten handelaars en galeries iets verzinnen. Dus richten ze zich op the next new thing: de nieuwe, hedendaagse kunst.’ Dat biedt grote kansen voor de tefaf, vindt ze. Kunst uit de subtop, zo tussen de pakweg vijftigduizend en vijfhonderdduizend euro. ‘Het is helaas meer dan jij en ik kunnen uitgeven, maar het maakt beurzen als tefaf spannend. Door de hete adem van de veilinghuizen worden handelaren gedwongen samen te werken. Er ontstaat synergie, een platform dat veel nieuwe, jonge verzamelaars aantrekt en kennis doet maken met kunst. Oké, het is een dure manier van kennismaken, maar het is fun.’

‘Op de een of andere manier gaat het in de kunstwereld niet slecht’, zegt tefaf-voorzitter Ben Janssens in Londen. Op een steenworp afstand van St James’s Palace, waar de Grenadier Guards met hun berenmutsen klakkend in de houding springen, runt Janssens een galerie in Aziatische kunst. ‘Vorige week de impressionistenveiling bij Christie’s, 136 miljoen pond of zoiets belachelijks. Ik geloof dertig schilderijen boven de miljoen. Ik ben nu 32 jaar handelaar; ik snap eigenlijk helemaal niks van de situatie op dit moment. Altijd was er na een economische dip zes maanden later een dip in de kunsthandel. Dat is nu niet het geval. Misschien bekijken mensen kunst nu als een soort alternatieve investering. In mijn sector speelt dat wat minder een rol: als je serieus geld wilt investeren, dan ga je inderdaad die Manets kopen en die Van Gogh en die Rembrandts, want hup, dan ben je in één keer klaar met vijf miljoen en dat is bij Chinese kunst toch anders. Maar ik zie ook bij mijn bestaande klanten een ander gedrag de laatste jaren. Ze zijn veel meer kien om te kopen en om als éérste te kopen. Ik produceer ieder jaar een catalogus voor de tefaf – hij is net klaar – en mensen beginnen te bellen, willen langskomen om de spullen op voorhand te zien, omdat ze nu willen kopen. Dat is een fenomeen dat ik nog niet kende, dat is iets nieuws.’

‘De afgelopen jaren sneuvelde het middensegment’, zegt Jan Roelofs, sinds jaar en dag handelaar in Renaissance- en barokkunst op alle grote beurzen, waaronder tefaf. ‘In Italië verdwenen vijftig van de zestig beurzen, in London sloot in 2009 de Grosvenor House Art and Antiques Fair na 75 jaar de deuren.’ In New York, Parijs en Duitsland worden beurzen uit- of afgesteld. De pan in Amsterdam, de beurzen in Brugge, Brussel en Knokke lopen matig tot slecht. En onder de antiekwinkels woedde de laatste jaren een ware bijltjesdag. ‘De rijken worden steeds rijker en de middenklasse is aan het wegkwijnen’, zegt Roelofs. ‘De tefaf is van een andere planeet.’

‘Het hele idee van een galerie, een winkel, is naar de achtergrond gedrongen’, zegt Ben Janssens. ‘Toen ik in het begin van de jaren tachtig begon in de kunst zat ik in een galerie te wachten op klanten die binnenkwamen. En die kwamen ook. Iedere dag kwamen er zeg maar gemiddeld tien mensen en daar handelde je mee. Ik denk dat als je nu in diezelfde galerie zou zitten je blij mag zijn als er per week één of twee komen. Voor mij representeert tefaf ongeveer dertig tot veertig procent van m’n jaaromzet. Dat is veel. Een heel jaar lang koop ik in en zet de mooiste spullen opzij. Je houdt je objecten vers – en je verwacht ze dan ook op de tefaf te verkopen. Sinds die beroemde veiling van Damien Hirst en alle doom and gloom die dat teweegbracht – van: “We hebben de handel niet meer nodig” – hebben we onze kracht hervonden. Zeker: de verzamelaar in ouderwetse zin bestaat niet meer en het allerhoogste topsegment van de markt gaat via de veilinghuizen, maar het grootste gedeelte van de mensen die kunst kopen zijn gewoon mensen die iets moois willen. Daar komt de deskundigheid die je als handelaar langzaam hebt opgebouwd om de hoek kijken; je kunt mensen enthousiasmeren, je kunt iets opbouwen, je kunt moeite voor ze doen. Een added value boven de veilinghuizen.’

‘Ik roep: kijk rond! Maak je keus! Kom dan terug met een mening!’ Vaak stuurt Mieke Zilverberg potentiële klanten uit haar stand weg, de beursvloer op, om te kijken en te vergelijken. Vaak ook komen ze uiteindelijk bij haar terug, enthousiast en overtuigd. ‘Mensen willen zien of anderen ook geïnteresseerd zijn in de dingen die ze mooi vinden’, verklaart Zilverberg de kracht van een beurs. ‘Het is als het ware een bevestiging van hun smaak. Het is net als dat je een nieuwe trui gekocht hebt en iedereen vindt ’m leuk.’ Ze heeft veel jonge klanten. Mede door haar bekendheid van het tv-programma Tussen kunst kitsch weet het grote publiek de weg naar haar archeologische objecten goed te vinden. ‘Het grote wetenschappelijke verzamelen zie ik zelfs in mijn vak niet meer. Nieuwe, jonge klanten beginnen klein – en ik kan ze tot grote hoogten brengen. Ik heb een relatie tot mijn klanten. Ik neem ze mee en vorm een collectie met ze.’

Ze draait dit jaar haar twintigste beurs in Maastricht. Heeft tefaf zien uitgroeien van een middelgrote antiekbeurs van regionaal belang tot het mondiale event dat het nu is. Al is het publiek, zeker op de opening, deels letterlijk jetset, ook de klant is mee-geprofessionaliseerd. ‘Het rare is: de kennis van de koper wordt groter. Het publiek is kundiger. En het kundige ligt heel dicht bij het zakelijke. Op landelijk niveau is de kundigheid afgenomen, op internationaal niveau niet. Vreemd.’

‘Als er iets de klant is ingestampt, dan is het: je moet kwaliteit kopen’, zegt Ben Janssens. ‘Kwaliteit, zeldzaamheid en of iets in een goede staat is, die drie dingen. Daarnaast gaat alles de laatste jaren heel snel. Je loopt op zo’n beurs rond en je ziet iets dat je mooi vind, en je koopt het, vijftigduizend euro, ter plekke. Dat is niet meer zo ongebruikelijk. Mensen beslissen snel omdat ze dat gewend zijn.’

‘Het handelen is veel sneller en gerichter geworden’, bevestigt Mieke Zilverberg de nieuwe zakelijkheid. ‘Er is bijna niets Nederlands meer aan. Vroeger waren we onder de archeologen één familie. Daar is nu geen sprake meer van. We werken nu allemaal op de top van ons kunnen. Geen tijd meer voor gezellige dineetjes onderling; áls ik dineer, is het nu met mijn belangrijkste klanten. De gemoedelijkheid is eruit; het is nu: niet zeuren, boter bij de vis, daarvoor is de tefaf te duur. De lat ligt hoog: je kunt niet drie, vier jaar met dezelfde stukken komen, dan krijg je een aantekening. De Keuringscommissie is streng. En er is een Esthetische Commissie; als je niet meer voldoet aan de eisen van de tijd krijg je een aantekening en zal je je stand moeten veranderen. De gloeilampen zijn echt uit. En de bloemstukken. Een bloemstuk is echt om te gieren: word je eruit gezet, met palm en al. Ik heb ooit eens een fonteintje met klaterend water in mijn stand gehad, voor het leuke. Forget it! De eisen van de tijd: duidelijk en zakelijk, licht en strak en cut the crap.’

‘Het had weinig gescheeld of tefaf was uit Nederland vertrokken’, bevestigt tefaf-bestuurslid Robert Aronson na lang aandringen het gerucht.‘ Nee, het was geen dreigement van ons naar de regio en het is ook ab-so-luut niet onze bedoeling om weg te gaan, dat wil ik onderstrepen.’ Maar toch. Dankzij de btw-verhoging op de import van kunst was het bijna zo ver gekomen. ‘Het was wisselgeld voor Wilders: de cultuursector moet lijden. En dit is zo’n punt geweest waar ze naar het schijnt in tien minuten tijd een streep doorheen hebben gezet.’ Hij heeft hard gelobbyd, bij Frans Weekers van Financiën en bij de Belastingdienst – en het uiteindelijk weten terug te draaien. ‘We hebben gelukkig als tefaf ook wel wat vrienden bij de overheid en in de regering: de Borissen van den Ham, de Alexander Pechtholts, Mark Rutte zélf, die begrijpen het allemaal écht wel.’

Het is allemaal een kwestie van perceptie, vindt Aronson. In praktijk zou de internationale kunsthandel die import-taks zonder problemen weten te omzeilen, maar het kwaad was bijna al geschied: de achterban raakte in paniek. ‘Ja. Volledig. Een Amerikaanse handelaar speculeerde op het NOS-Journaal openlijk over een vlucht naar Brussel. Je moet helemaal die discussie niet hebben. Wat ik van de Nederlandse overheid wens? Leven en laten leven. Geef ons de kansen om de prachtige beurs tefaf absoluut in Nederland te houden, zodat ook onze achterban daar nooit aan zal twijfelen.’

Al vangt de staat der Nederlanden dan weinig revenuen uit omzetbelasting – een Londense handelaar die op tefaf een schilderij verkoopt aan een New Yorkse klant betaalt hier immers geen btw – de beurs, zegt Aronson, is een visitekaartje voor het land. ‘We staan weer op de kaart, worden genoemd. Voor Nederland betekent dat een stukje aanzien. Hoeveel geld er nou op de tefaf omgaat? Nee, daar durf ik niks over te zeggen. En ik moet eerlijk zeggen dat zelfs al zouden we daarvan een schatting kunnen maken, dan denk ik nog niet dat het goed is om dat aan de grote klok te hangen. Het zijn natuurlijk enorme bedragen en ik weet dat in de media enorme bedragen het goed doen, maar daar gáát het niet om bij tefaf. Er hangen zulke belangrijke stukken dat ik soms denk: als de Nederlanders zouden weten wat ze in hun achtertuin hebben, hadden we in die week zeventien miljoen bezoekers gehad. Maakt het nog uit of het een half miljard of een miljard is?’

Donderdag is de opening, alleen op invitatie. ‘De opening is krankzinnig’, zegt voorzitter Ben Janssens. ‘Tienduizend man die zich daar allemaal staan te verdringen. Als je nou zou zeggen: we verkopen bargain basement laptops of zo, maar dat verkopen we niet bepaald.’ De opening is beroemd en berucht – en heel on-Nederlands:1800 flessen champagne en 3500 flessen wijn worden ontkurkt. Een aangeschoten drinkgelag volgens sommigen – Beatrix of Máxima komt tegenwoordig liever op een rustige dag later in de week – maar in ieder geval een feestje voor tienduizend, zonder vergelijk. ‘Intern zeggen collega’s: moeten we het nou niet exclusiever maken, een soort van vip-evenement? Ik ben daar faliekant op tegen, ik háát dat. Natuurlijk zijn het niet allemaal kopers, so what? De aanwezigheid van al die mensen brengt een bepaalde soort buzz teweeg. En degenen die wél kopers zijn, die kunnen denken: de rest koopt ook, dus moeten we wél even snel beslissen.’

‘De opening is een flow’, zegt Mieke Zilverberg. ‘Als ik op de tefaf loop, loop ik op wolkjes. Ik vind het een Walhalla voor de kunst. Een kwalitatief sprookje, maar ook een uitdaging voor de geest. Ik vergelijk het met marathonlopen: topfit zijn, scherp zijn en in de aanval kunnen gaan. Geen groter genoegen dan dat! Het komt uit je tenen, na afloop ben je kapot, maar zó voldaan, naar lichaam en geest – dat is een slappe zin, maar het is wel zo. En je weet: dankzij de tefaf behoor je tot de top.’

TEFAF MECC Maastricht, donderdag 13 maart t/m zondag 23 maart. Dagelijks van 11.00 tot 19.00 uur.


Herman Wouters / the New York Times / HH
Bijschrift : Maastricht, Tefaf, 2012 eindredactie