Interview met Douglas Coupland

Doug en de opwindtechniek

Elke zeven jaar duikt hij met overtuiging een onbekende diepte in, zegt hij. Als geen ander weet hij in zijn boeken de tijdgeest te vangen, van zijn debuut ‘Generation X’ tot nu in zijn nieuwste roman ‘Miss Wyoming’. Interview met Douglas Coupland: ‘Ik vermoed dat ik meer dan andere mensen besef dat mensen bedoeld zijn om te veranderen.’

‘NET IS ME het allermooiste tot nog toe in mijn negenjarige carrière als schrijver overkomen. Niemand minder dan Tom Wolfe, die ik al fantastisch vind zolang ik me kan herinneren, verklaarde in een tv-interview dat hij mijn werk bewondert. Hij noemde me “een van de meest frisse en opwindende romanschrijvers van tegenwoordig” en zei dat Miss Wyoming hem deed denken aan Nathaniel West, maar dan met een blik op het jaar 2000.’


Douglas Coupland (38) toert met zijn nieuwe roman Miss Wyoming zo’n vijf weken door Amerika. Na drie weken heeft hij halt gehouden in Denver, het door de Rocky Mountains één mijl boven de zeespiegel uitgetilde winkelparadijs van Colorado. Hoewel hij tournees haat, hoewel Denver slechts in gedachten petit New York en hoewel het Brown Palace eerder een museum dan een hotel is, tref ik Douglas Coupland toch in een staat van verrukking terwijl hij vertelt over zijn kennismaking met Tom Wolfe.


Coupland: ‘Ik heb Tom bij het begin van zijn A Man in Full-tournee in New York ontmoet. We raakten aan de praat over tournees en ik kreeg zowaar medelijden met hem. Ik dacht dat voor een grootheid als Tom Wolfe zo’n tournee uiterst aangenaam zou verlopen. Ik ging er bijvoorbeeld vanuit dat hij per helikopter van en naar boekhandels vervoerd zou worden, maar hij bleek het met dezelfde oude klote-auto’s te moeten stellen als ik. Toen een gemeenschappelijke vriend in Toronto ons tegen het eind van Toms tournee te eten vroeg, besloot ik hem te verrassen met een Book Tour Kit and Game, een soort surrealistische collage: ik had allerlei troep samengeraapt waar je in hotels en vliegtuigen en tijdens het reizen en signeren onophoudelijk mee te maken krijgt.’


En helpt die ‘Kit’ je ook om je eigen ‘Miss Wyoming’-tournee een beetje te relativeren?


Coupland: ‘Ik ben nog altijd niet op mijn best tijdens zo’n tournee. Dat is frustrerend: net als ik mijn publiek ontmoet en dus mijn beste beentje zou moeten voorzetten, laat ik het afweten. Ik zit een beetje verveeld met mijn reputatie van zuurpruim, daarom probeer ik niet meer te zeuren. Dat is best lastig, want ik voel me in de loop van zo’n tournee steeds meer in een robot veranderen. Om de moordende routine te doorbreken heb ik mezelf de verplichting opgelegd geregeld de stad in te trekken. Vroeger zag ik op zo’n tournee alleen maar hotels en vlieghavens, nu probeer ik telkens een beeld te krijgen van de stad waar ik ben. Het wordt overigens hoog tijd om Denver te leren kennen.’ Douglas Coupland springt op, pakt een Yellow Pages van het nachtkastje in zijn hotelkamer, klemt die onder zijn arm en roept: ‘Let’s go!’



EERST NAAR HET postkantoor en de bank. Als het bankfiliaal vergeven blijkt van een in de jaren zeventig populair vuilbruin, zegt Coupland: ‘Ik voel me hier niks op mijn gemak, ik heb het gevoel dat Steve McQueen en zijn bende elk moment de bank kunnen binnenstormen.’ Vloekend stelt hij vervolgens vast dat er in Amerika ook al reclame staat op de achterkant van bonnen van geldautomaten.


Weer buiten houdt Coupland een taxi aan, klapt de Gouden Gids open en sommeert de chauffeur drie boekenantiquariaten aan te doen - ‘Nieuwe boeken zijn tegenwoordig niet interessant meer, ze lijken allemaal op elkaar.’ Onderweg hebben we het over Kurt Vonnegut, de film Fight Club en Vancouver. In de antiquariaten stormt Coupland naar de kunstafdeling. Zelden kan iemand in een klein uur zo’n stapel kunstboeken (én een oude Trevenian wegens ‘de typische cover’) hebben gekocht. Coupland koopt alles van en over Andy Warhol, maar hij is vooral in zijn nopjes met een dikke overzichtscatalogus van Hans Richter. Uiteindelijk wordt het koninginnestuk van zijn strooptocht een boek met foto’s van geheel verlaten parkings. Om de poëzie die in nutteloosheid steekt, vooral als ze uitgestrekt is.


Ik merk op dat niemand van de boekhandelaren Coupland herkent. ‘Dat verwondert me niks, alleen gekken drijven dit soort handeltjes’, luidt het antwoord. Tot driemaal toe probeert Coupland de Gouden Gids aan een antiquair te verpatsen, maar hij vindt het niet erg dat het niet lukt, want, zegt hij: ‘Het is heerlijk weird met een telefoonboek onder je arm rond te lopen, het geeft je zo’n houding van “uit de weg, pas op, nee ik heb geen tijd voor je”.’


Na de boekenwinkels stormen we nog even beladen met tasjes (‘Ik ben de weirdo, ik draag het telefoonboek’) door de tentoonstelling Real to Surreal in het Museum of Contemporary Art. Dan spoelen we aan in een café: ‘Heeft u ook thee? Voor het eerst in drie jaar heb ik echt trek in thee.’



MISS WYOMING is een zinderende 21ste-eeuwse liefdesgeschiedenis. Het gestrande soapsterretje Susan Colgate en de cynische filmproducer John Johnson gooien na een bijnadoodervaring hun vorige leven als een slangenvel van zich af en storten zich in een allesverzengende liefde. Geestig en gemarineerd in de popcultuur als het is, is Miss Wyoming een poging de versplintering van deze tijd te counteren — net als de zes vorige boeken van de Canadees Douglas Coupland, die zich sinds zijn klassiek geworden debuut Generation X uit 1991 steeds gevoeliger toonde voor de tics van de tijdgeest.


Coupland: ‘Susan en John lijken voor elkaar geschapen omdat ze het “been there, done that”-gevoel delen dat veel mensen kennen: het ondraaglijke gevoel dat je leven muurvast zit, dat de rest van je levensloop voor je uitgetekend is. Ik kan dat gevoel niet beter typeren dan door te verwijzen naar de perfecte Talking Heads-single Once in a Lifetime: “This is not my beautiful house, this is not my beautiful car”. Geef toe: ’t zou toch angstaanjagend en vreselijk zijn als iedereen zich perfect gelukkig en tevreden voelde met zijn leven en alles jarenlang volstrekt hetzelfde bleef?’


Het ‘been there, done that’-gevoel lijkt iets met leeftijd te maken hebben. Ergens in Miss Wyoming staat: ‘Ik denk vaak na over mijn leeftijd en dan denk ik: Hé, John Johnson, je hebt zo’n beetje alle menselijke emoties al gevoeld, dus vanaf nu is het een kwestie van herhalingen, en dat beangstigt mij een beetje.’


Coupland: ‘Tegen je dertigste begin je patronen in het leven te herkennen. Tot dan is alles wat je meemaakt en ziet nieuw, en plotseling begint je leven in herhaling te vallen. De eerste momenten van herkenning heb je vaak in relaties: je leert een meisje kennen en vindt ’r best aardig tot je de vreselijke karaktertrek van een ex-liefje herkent en prompt het gesprek afrondt. In het begin vind je die herkenning zo slecht nog niet, want ze behoedt je ervoor je twee keer aan dezelfde steen te stoten. Maar naarmate meer en meer ervaringen kopieën van vroeger lijken, ga je je steeds onbehaaglijker voelen, tot de angst je opeens om het hart slaat. Je gaat je afvragen of er niks méér is, of je leven zich zal beperken tot het doelloos afwikkelen van herhalingsoefeningen. Het Is logisch dat je je daartegen verzet en in actie komt.


Ik vermoed dat ik meer dan andere mensen besef dat mensen bedoeld zijn om te veranderen. Ik heb zopas The Orchid Thief gelezen, een boek over een orchideeënsmokkelaar die met wortels aan de slag ging om nieuwe variëteiten te creëren. Ik identificeerde me meteen helemaal met die man. Tot nog toe is mijn leven in cycli van zeven jaar verlopen: elke zeven jaar ben ik met overtuiging een onbekende diepte in gedoken.’


Volstaat dat om het ‘been there, done that’-gevoel te counteren?


Coupland: ‘Blijkbaar wel. Toen ik jonger was, werd ik vaak gegijzeld door mijn eigen emoties, zo extreem intens waren ze. Op een gegeven moment stelde ik bezorgd vast dat ik de wereld niet meer met dezelfde emotionele intensiteit zag. Subtiliteit en nuance leken de plaats van intensiteit ingenomen te hebben. Ik ging ervan uit dat ik het vermogen kwijt was om helemaal ondersteboven te zijn van iets of iemand, maar bij de opname van het MTV-unplugged concert van Nirvana bleek dat ineens toch niet zo te zijn. Toen de eerste noten van ‘The Man Who Sold The World’ weerklonken, besefte ik dat het nooit te laat is om je door muziek te laten inpakken of om verliefd te worden.’


Kwam ‘Miss Wyoming’ ook bewust als een van de eerste romans van het jaar 2000 uit?


Coupland: ‘Dat is toeval, de enige die zo ongeveer niks te zeggen heeft over de datum waarop een boek verschijnt, is de schrijver. Maar het is een gelukkig toeval, want het boek gaat over radicaal veranderen en in de toekomst geloven. Bovendien is sinds nieuwjaar enorm veel in één klap ouderwets geworden. Heb je Jodie Foster in Anna and the King gezien? Vreselijk, het leek wel een film uit 1965. Bij die film had ik hetzelfde ouderwetse gevoel als toen ik daarstraks die felroze Trevenian-cover zag. Dingen van vroeger doen nu veel makkelijker gedateerd aan: het werk van Norman Mailer of John Cheever is bijvoorbeeld zeer duidelijk niet van deze eeuw.’



HOE HEB JE de millenniumwende eigenlijk beleefd?


Coupland: ‘Op de valreep hebben we een Laurie Anderson-achtige performance bedacht: we reden de lelijkste en vervelendste snelweg op om te zien welk soort mensen er op oudejaarsavond om middernacht gewoon in hun auto zouden zitten, zich niks aantrekkend van elk tijdsbesef of historisch bewustzijn. De wegen bleken redelijk verlaten: enkele jongelui probeerden klokslag middernacht voor een snelheidsovertreding beboet te worden; enkele stokoude mensen reden verbaasd rond, omdat ze niet konden geloven dat ze de volgende eeuw gingen halen; ten slotte reden een paar eenzaten bij gebrek aan gezelschap in lelijke auto’s toeterend rond om met droefenis te moeten vaststellen dat niemand hun getoeter wilde beantwoorden.’


Wat verwacht je van de nieuwe eeuw?


Coupland: ‘Ik ben op het ongezonde af optimistisch. Zo kan ik me niet van de indruk ontdoen dat kinderen en baby’s tegenwoordig anders zijn: al mijn vrienden lijken wel een jonge Einstein voortgebracht te hebben. Op hun derde kunnen die kinderen lezen en schrijven, telefoneren en software downloaden. Ik speelde met een houten lepel toen ik drie was, de kinderen van tegenwoordig zijn niet eens in speelgoed geïnteresseerd. Ze willen dingen maken en problemen oplossen.’


Lijk je nu op Vanessa uit ‘Miss Wyoming’?


Coupland: ‘Van al mijn personages is Vanessa misschien wel mijn favoriet. Ik ben dol op mensen met een Rain Man-achtig talent voor iets heel aparts. Ik hou bijvoorbeeld ook van goochelaars.


Ik heb Vanessa’s MisSpellCheck-programma zelf bedacht: de premisse is dat iedereen steeds dezelfde tikfouten maakt, zodat het patroon van iemands tikfouten net zo uniek is als iemands vingerafdrukken. Het MisSpellCheck-programma, dat behalve met tikfouten ook met het gebruik van leestekens, de tiksnelheid en het tikritme rekening houdt, zou de man of vrouw achter elke anoniem getikte tekst na tweehonderdvijftig woorden kunnen identificeren. Pas nadat ik de passage over het MisSpellCheck-programma geschreven had, kwam ik aan de weet dat sommige softwarefirma’s wel degelijk aan een soortgelijk programma werken. Dat was schrikken, ik hoop maar dat ik niet toevallig een of andere vreselijke orwelliaanse technologie op het spoor gekomen ben. Ik zie mezelf niet echt als een futuroloog.’


In ‘Lara’s Book’, een boek over Lara Croft en ‘Tomb Raider’, heb je je nochtans al tot futuroloog ontpopt.


Coupland: ‘Aan het begin van de twintigste eeuw lazen de jongelui Jules Verne en fantaseerden ze over supersnelle voertuigen en luchtschepen. Toen deze generatie ouder werd, ging ze auto’s en vliegtuigen bouwen. In de jaren dertig en veertig waren de jongeren bezig met sciencefiction. Toen ze opgegroeid waren, bouwden ze jumbojets en raketten, realiseerden ze het ruimteprogramma van de Nasa en lanceerden ze satellieten. In de jaren vijftig en zestig lazen jonge mensen over robotten, geavanceerde spionagetoestelletjes en gemuteerde wezens, wat tot gevolg heeft dat de wereld van vandaag vol microchips, robotten, computers en klonen zit. En waar is de jeugd van vandaag mee bezig?’


Met Lara Croft, een bloeddorstig sekssymbool op schattenjacht.


Coupland: ‘Je moet het ruimer zien: de jeugd van vandaag is bezig met raadsels ontsluieren, oplossingen zoeken. Ik ben ervan overtuigd dat de invloed van seks en geweld in de Lara Croft-rage zwaar overschat wordt. Tomb Raider is gewoon een ingenieus ontworpen, fantastisch computerspelletje. Dat is het belangrijkste: een computerspelletje wordt immers alleen maar een succes als het spel zelf deugt, het hoofdpersonage of de decors doen er veel minder toe.’


Het Neil Postman-pessimisme is je duidelijk vreemd.


Coupland: ‘Ik blijf optimist tot iemand me statistieken toont die Postmans theorieën bevestigen. Ik geloof niet dat de ontlezing dramatisch is. Wat is op dit moment dé grote hit onder kinderen? Een reeks boeken, de Harry Potter-boeken van J.K. Rowling. Tegenwoordig kunnen kinderen op hun derde lezen, bij mij duurde het tot mijn zevende. Nee, ik geloof niet dat computerspelletjes kinderen van het lezen houden of dom maken, integendeel.


Het enige beangstigende aan computerspelletjes is dat natuurwetten er niet gelden: zwaartekracht of versnelling bestáán simpelweg niet in spelletjes. Dat zou kunnen betekenen dat als de kinderen van nu op hun twintigste autorijden, ze dat doen op de manier waarop ze nu een auto in een videogame besturen. Daar zullen dus geheid ongelukken van komen. Maar in het algemeen ben ik dus veel optimistischer over de 21ste eeuw dan in het slothoofdstuk van Generation X.’


Hé, je praat terug over ‘Generation X’!


Coupland (met een flinke zucht): ‘Het heeft tien jaar geduurd, omdat het zo’n emotioneel zwaar boek is. Het Is een cliché dat je boeken je kinderen zijn en dat je van ze allemaal houdt. Generation X is als een kind dat een bank beroofd heeft: ik zie het nog altijd graag, maar ik vind het jammer dat het die roof op zijn geweten heeft. Ik betreur het dus nog altijd dat Generation X een eigen leven is gaan leiden en dat het X-label politiek en financieel mijlenver is gaan staan van wat ik ermee bedoelde. Door die verschrikkelijke ervaring heb ik lang argwaan tegen het schrijverschap gekoesterd. Het is als een puppie die zo vaak geslagen wordt dat hij als volgroeide hond mensen niet vertrouwt. Maar ik heb intussen leren relativeren: Generation X is gewoon mijn Campbell-soepblik.’


Bij het verlaten van het café vraagt Douglas Coupland het meisje achter de kassa om enkele roodgeblokte papieren servetten. Dan gaat het naar de lelijkste winkelstraat van Denver, waar Coupland in de meest afstotelijke souvenirwinkels kitsch inslaat: een plastic voetbal in fluorescerende kleuren, beeldige ansichtkaarten met weidse uitzichten of berglandschappen, stickers met debiele slogans, stickers van de plaatselijke voetbalclub en een Californische nummerplaat met de naam Doug: ‘Wat goed, in Massachusetts hadden ze mijn naam niet eens! Doug wordt steeds minder populair, terwijl het nochtans een mooie naam is, met keurig even veel klinkers als medeklinkers.’ Met een idiote glimlach op zijn kop, een kartonnen doosje vol prullaria onder de ene en een Gouden Gids onder de andere arm wandelt Douglas Coupland naar het hotel, waar we pasta eten.


‘Miss Wyoming’ is ook een roman over roem en doet daardoor bijwijlen aan ‘Glamorama’ van Bret Easton Ellis denken.


Coupland: ‘Volgens mij lijken beide boeken alleen oppervlakkig op elkaar. Als Miss Wyoming al over roem gaat, wil het meegeven dat streven naar roem net als om het even welk ander streven geen garantie op het nirvana biedt. In mijn roman wordt roem gekoppeld aan de zoektocht naar antwoorden op de grote levensvragen. Bret Easton Ellis is daar helemaal niet in geïnteresseerd. Hij is een totaal andere schrijver en een totaal ander mens. Hij is bijvoorbeeld verbazend moralistisch. Zo is hij volgens mij heel erg tegen roem. Daardoor gaat hij met een totaal andere blik door het leven dan ik. Ik heb eens met ’m gedineerd. We zaten een uur of drie aan tafel, het eten was bijzonder lekker. Maar achteraf vroeg ik me af of Bret van dat hele diner meer onthouden zou hebben dan het feit dat de mensen aan de tafel naast de onze vaak naar het toilet gingen. Hij was voortdurend aan het afwegen of ze op het toilet drugs zouden gebruiken en zo ja welke. Met dat soort dingen hou ik me niet bezig, ik word te zeer in beslag genomen door de grote levensvragen.’


De stralend glimlachende Susan heeft anders wel een Ellis-achtige familienaam: Colgate.


Coupland: ‘O, maar Susans familienaam verwijst helemaal niet naar het beroemde tandpastamerk. De dag waarop ik een familienaam voor Susan nodig had, was ik toevallig in Los Angeles en kwam ik langs Colgate Street, wat me een frisse en uiterst Susan-achtige straat leek. Ik heb de gewoonte mijn personages straatnamen te geven: als ik op zoek ben naar een familienaam, let ik op de straatnaamborden die ik passeer. Ten tijde van Generation X had ik die gewoonte nog niet, de personages uit dat boek heb ik naar Antarctische wetenschappers genoemd.’


In een boek over een vliegtuigongeluk is ook John Johnson een naam met een hoog Ellis-gehalte: Warhol-intimus Jed Johnson stierf in een vliegtuigcrash.


Coupland: ‘Die verwijzing is wél bedoeld. In mijn woonkamer hangt een foto van anderhalve bij drie meter van de restanten van het vliegtuig dat neerstortte in de vooravond van 17 juli 1996. Jed Johnson was de enige beroemdheid aan boord, hij was voor zijn werk op weg van New York naar Parijs. Zijn dood maakte van Johnson een mythische figuur, voorzover hij dat nog niet was: hij had als enige ooit voor langere tijd een verhouding met Warhol.’


Hoe belangrijk is Warhol voor je?


Coupland: ‘Hij was mijn eerste held, zijn biografie is het allereerste boek dat ik ooit kocht. Het was een onbeschrijflijke sensatie het Warhol-universum te ontdekken. Hij heeft me de weg gewezen naar het mixen van de zogenaamde hoge cultuur en de popcultuur in mijn boeken. Maar intussen hebben naast de Heilige Andy ook veel andere artiesten me beïnvloed: de Franse en Italiaanse affichisten, alle popart-lui, de fotorealisten, en zo ongeveer alle kunstenaars van de jaren tachtig en negentig.’


Je noemt geen schrijvers.


Coupland: ‘Ik ben eerder toevallig schrijver geworden en heb me dan ook nooit verbonden gevoeld met de literaire wereld. Ik kan bijvoorbeeld niet zeggen welke schrijver Miss Wyoming beïnvloed heeft. Het valt me veel makkelijker aan te stippen wie me beïnvloed heeft bij het ontwerpen van de meubellijn, die in mei op de International Contemporary Furniture Fair in New York te zien is: Frank Stella, Sigmar Polet, Damien Hirst, Larry Poons, Ed Rushca. Dat zijn allemaal artiesten die popart en hightech mixen. In de literatuur wordt de popcultuur nog altijd hardnekkig buitengesloten, misschien daarom dat ik me altijd closer heb gevoeld met artiesten uit andere disciplines. Ik voel me bijvoorbeeld veel meer verwant met de regisseur van Being John Malkovich dan met andere schrijvers. Wacht even, er is één uitzondering: Chuck Palahniuk.


1999 vond ik een verbazingwekkend filmjaar met ontzettend veel knappe films: Fight Club, Being John Malkovich, Go, Lola rennt, Magnolia, American Beauty, Lock, Stock and Two Smoking Barrels en nog een handvol die ik nu even vergeet. Al die films zijn opgebouwd volgens wat ik de opwind-techniek noem: als het mechaniekje eenmaal in gang gezet is, gaat het in sneltreinvaart naar het einde. Ook Miss Wyoming heb ik zo opgebouwd, en dat is geen toeval, volgens mij wordt de invloed van film op literatuur steeds groter. De toekomst van de roman is een huwelijk tussen die opwind-techniek en een gevoeligheid voor het innerlijk leven: een boek moet voortrazen met tweeduizend per uur en tegelijk bedachtzaam zijn. Literatuur wordt volgens mij in de toekomst steeds meer een mix tussen Being John Malkovich en Alice Munro of Margareth Drabble.’



TATTERED COVER is een van de grootste onafhankelijke boekhandels van Amerika: vier verdiepingen overvolle rekken — Claus en Mulisch zijn present, Nooteboom niet —, aangename fauteuils all over the place, een prima restaurant en een prettige koffiebar. Op Couplands lezing komen ruim tweehonderd studenten af, die op professioneel entertainment vergast worden: Coupland leest wervend voor, is bijwijlen verrassend (hij begint de lezing met een imitatie van een steward van Canadian Airlines), en heeft zowaar bindteksten ingestudeerd: ‘Door al dat vliegen heb ik last van laryngitis. Dat heeft één voordeel: je gaat klinken als een zus van Bart Simpson.’ Ook hier beperkt Coupland zich niet tot gratuite geestigheden, tussendoor dolt hij geregeld met ‘de weirde, zieke macht’ van achter een katheder te staan: ‘Voor wie The Sixth Sense nog niet gezien heeft, kan ik de film ruïneren door de clou te verklappen.’


Tijdens het ‘officieel interactief moment van de avond’ gooit hij kaartjes en rode balpennen het publiek in met de vraag een Canadese vlag te tekenen: ‘De Canadese vlag valt eigenlijk helemaal niet te tekenen. Ik ken maar één vlag die nog belachelijker is: de Braziliaanse. Daarop pronkt in het midden een wereldbol waarover in het Portugees de woorden “24 uur per dag open” staan.’ Hij wil bewijzen dat de Amerikanen betere Canadese vlaggen tekenen dan de Canadezen, maar: ‘Het is verboden een Amerikaanse vlag met de woorden we own you te tekenen.’


Drie uur later rijden we tevreden terug naar het hotel. Onderweg heeft Coupland het over zijn vermoeden dat er tijdens zo’n lezing stapels boeken gestolen worden, over zijn moeder die het internet ontdekt heeft en ook de goorste websites op haar exploraties ontmoet, en over de Californische Carla Sinclair die een boek met de werktitel In Search of Douglas Coupland schreef: ‘Ik ben opgelucht dat de titel uiteindelijk Signal to Noise werd. Ik heb de schrijfster een paar keer ontmoet en vond ’r best oké, maar een boek over mij vond ik toch een vreemd idee.’ Op zijn kamer spreidt hij de opbrengst van de dag over de vloer uit: de roodgeblokte servetten, een vel postzegels, de bumpersticker ‘My kid beat up your honor student’, de felroze Trevenian-cover, stickers van de Broncos, een Californisch vergezicht en ‘Autographed Copy’-stickers van Tattered Cover halen de collage, die hij de volgende ochtend in een FedEx-doos naar zijn webmaster in Vancouver zal sturen. Dag na dag groeit op zijn website zo een tourneedagboek met collages en aantekeningen.


Waarom is Miss Wyoming anders dan je zes vorige boeken?


Coupland: ‘Ik was aan een heel ander boek bezig, een roman over witteboordencriminaliteit. Ik ging te werk zoals bij mijn eerdere boeken: ik verzamelde bergen notities, waaruit ik vervolgens een boek puurde. Maar naarmate ik daar langer mee bezig was, ging het me steeds meer vervelen en kreeg ik steeds sterker het gevoel dat ik met huiswerk in plaats van met een roman bezig was. Dat verontrustte me, want dat gevoel had ik nooit eerder gehad. In die periode las ik in de krant over het huwelijk van het vergeten soapsterretje Catherine Oxenberg en filmproducer Robert Evans en ben ik van de ene dag op de andere, zonder notities, aan Miss Wyoming begonnen. Ik was aan een ander soort boek toe.’


Weet je hoe dat komt?


Coupland: ‘Ik weet dat maar al te goed. Het werd gewoon ernst met mijn leven. Zoals het in een land met een heftige jeugdcultus past, heb ik mijn adolescentie lang weten te rekken en dat was best prettig, maar daar kwam met een dubbele aardschok een einde aan.’


Dan zet Coupland mijn cassetterecorder af en doet het verhaal van twee bloedstollende drama’s in zijn familie.


‘Sindsdien’, zegt hij vervolgens, ‘zijn mijn kindertijd en mijn jeugd definitief voorbij. Ik ben volwassen geworden en dus schrijf ik nu volwassen boeken.’



Douglas Coupland, Miss Wyoming. Uitgeverij Meulenhoff, 300 blz., ƒ42,95.



Dit is een bewerkte versie van een artikel dat eerder verscheen in Humo.