Downtown-bewoners tuinieren tegen segregatie

Milwaukee – Twee meisjes rennen met een plastic zak een perzikboomgaard uit, bang voor de wespen. Dat zijn ze niet gewend in de binnenstad van Milwaukee, Wisconsin.

Het is het ‘slechte’ deel van de stad, waar de meeste blanke Amerikanen niet zomaar durven te komen, vooral niet na de rellen. Deze zomer staken relschoppers hier dagenlang ondernemingen en auto’s in brand en bekogelden politie- en brandweerwagens, als reactie op de dood van een donkere man, neergeschoten door een, overigens ook donkere, agent. Al decennialang broeit in dit deel van de stad de woede over de uitzichtloze positie van de vrijwel uitsluitend niet-blanke bewoners.

‘Ze zien alleen de slechte dingen’, zegt stadstuinier Merquidez Velez, beter bekend als Tony. Tegenover de perzikboomgaard hangt hij met zijn buren op de houten veranda’s van hun vrijstaande huizen. ‘Maar we hebben hier ook tomaten, komkommers, okra, maïs en boerenkool in de moestuin aan het uiteinde van de straat.’ Tony werkt voor de organisatie Blue Skies die leegstaande blokken opvult met groen.

Milwaukee staat bekend als de meest gesegregeerde stad van Amerika. Blue Skies en andere stadslandbouworganisaties proberen er tegenop te tuinieren. De gedachte erachter: tuinen fleuren de wijken op, creëren gemeenschapsgevoel en brengen gezonde voeding als tegenhanger van alle cornerstores en fastfoodrestaurants in de stad. Zo kunnen tuinen binnenstadbewoners misschien uit de neerwaartse spiraal van hun geïsoleerde armoede trekken. Venice Williams, met een verzameling stadsmoestuinen op loopafstand van de boomgaard, doet daar nog een schepje bovenop. Ze wil gekleurde medeburgers weer trots maken op hun afkomst door zelf verbouwde groenten en kruiden die ze leerden kennen van hun voorouders. ‘Ik leerde hier okra’s en pinda’s verbouwen zoals mijn overgrootvader deed op vroegere plantages in het zuiden , vertelt ze bezoekers van de moestuin. Haar buurman wil niets van het ‘slavenwerk’ weten.

Pal tegenover de zwartgeblakerde tankstationruïne naast Shermanpark bouwden Tony en zijn collega’s een dag na de rellen al weer een tuintje om regenwater weg te vangen. Tony: ‘De jongeren kwamen verbaasd vragen waarom wij hier na alle gebeurtenissen onze tijd verspilden. “We verspillen onze tijd niet”, zei ik. “Zie je onze tien tuinen op Sherman Avenue? Niets anders dan léven!”’ Rustig ging hij door met zijn werk, naast de politielinten en perscamera’s rond het tankstation. Gehavende brandweerwagens reden langs om nieuwe protestvuren te blussen.