Dr. Precair

Berlijn - Bernd Volkert mag niet klagen. De afgestudeerde politicoloog heeft de afgelopen drie jaar niet alleen aan zijn promotieonderzoek mogen werken, over de invloed van het Amerikaanse neoconservatisme op Duitse intellectuelen. Hij kreeg er nog voor betaald ook. Ruim duizend euro per maand. Een lachertje in een van de rijkste staten ter wereld, een land dat prat gaat op zijn dichters en denkers bovendien? ‘Ik heb een beurs van een stichting uit de hoek van de vakbonden. Dat is een van de meest vrijgevige’, vertelt de Berlijner niet zonder cynisme. Zijn proefschrift is nog lang niet af, maar ach, er zijn andere mogelijkheden om aan geld te komen. Zoals de collegereeks die hij straks gaat verzorgen aan de universiteit. Met een beetje geluk komt hij op een brutobeloning van tien euro per uur, rekent hij voor. Ter vergelijking: in sommige Duitse media werd de afgelopen jaren bericht over reële uurlonen voor wetenschappelijk personeel van minder dan vijf euro.
Deze week is het nieuwe universitaire jaar begonnen in Duitsland. Maar waar de opstandige Duitse studenten ieder semester van zich doen spreken met stakingen en acties houden de promovendi en andere academische dagloners die hen onderwijzen zich doorgaans muisstil. Ten onrechte, zo bleek vorig jaar uit een studie in opdracht van vakbond Verdi. Een groot deel van de honderdduizend promotie-onderzoekers in Duitsland functioneert onder omstandigheden waar de gemiddelde vuilnisman zijn neus voor zou ophalen. Ze werken vaak het dubbele aantal uren als ze vergoed krijgen, voor een maandsalaris van amper duizend euro. Door alle pedagogische of secretariële taken komen ze onder werktijd bovendien amper toe aan hun onderzoek. Maar het kan nog erger. Een groot deel van de toekomstige wetenschappelijke elite leeft van een uitkering of teert in op spaargeld. De opstellers van de studie concluderen dan ook dat promoveren in toenemende mate een 'privé-genoegen’ wordt.
'De wetenschap is een prachtig iets, als je je levensonderhoud er niet mee hoeft te verdienen’, schijnt Einstein eens gezegd te hebben. Dat geldt in Duitsland niet voor het toplaagje van hoogleraren die een dik betaalde baan voor het leven hebben. Maar voor de jongere onderzoekers daaronder met schamele beurzen en tijdelijke contracten lijkt uitbuiting geen overdreven term. Ondanks alles toont het leeuwendeel van de promovendi zich desgevraagd optimistisch over de toekomst. Want de armlastige academici blijven niet altijd precair. Later wordt het beter. Dan zijn ze in elk geval dr. precair.