Draaiende dieren

Naast ‘Carousel’ zijn de kubussen van Sol Lewitt in zichzelf gekeerd, en onpeilbaar diep. De draaimolen van Bruce Nauman daarentegen is extreem ongedurig.

Medium rechts 006.sm rudi fuchs  opwinding 2016 ph.gj.vanrooij
vlnr Rainer, achter Gilbert & George, voor draaimolen van Bruce Nauman, rechts een tweede Gilbert & George © Gert Jan van Rooij
Werken van Nauman hebben vaak iets ongemakkelijks, alsof ze in de weg zitten

Denk nog even aan Black Cubes van Sol Lewitt: een nobele vorm van drie polyester kubussen van één meter strak op en tegen elkaar geschoven. Je ziet dat ze hol en bedrieglijk zijn. Het volume lijkt beweeglijk maar vanwege de diepzwarte kleur rust het werk toch stil op de grond. Die hoekige en introverte gestalte had je, tussen nog andere dingen, eerst zien staan voordat je naar rechts in de volgende ruimte rechts tegen de Carousel aan liep van Bruce Nauman. Toen ik over de mise-en-scène van de tentoonstelling begon te fabuleren (nadat Walter Nikkels de ruimte getekend had) was meteen duidelijk dat die twee werken op een of andere voelbare manier in elkaars buurt moesten blijven. Het werd een plek verderop. De ruimte was acht meter breed. In het midden was de draaimolen iets meer dan twee meter hoog. De spanwijdte van het ding is 5,5 meter, maar omdat de armen iets omhoog oplopen lijkt de draaicirkel nog wat wijder. Het beste was het om het ding in het midden neer te zetten van een acht meter groot vierkant. Daar stond het stevig, verder was het eerder gammel in zijn rommelige beweging.

Carousel werd voor het eerst tentoongesteld in 1988 bij Konrad Fischer in Düsseldorf, maar in de legendarische galerie van Alfred Schmela die na diens dood door Fischer in gebruik was genomen. De solide architectuur daarvan was een ontwerp van Aldo van Eyck. De wanden en vloer van de kale ruimtes waren van baksteen en beton, de kleur het schrale grijs van cement. Daar heb ik het werk van Bruce Nauman opgesteld gezien – in een kamer die zo nauw was dat, in het langzame ronddraaien van Carousel, de aluminium beesten aan de uiteinden van de wiebelende armen hier en daar tegen de wanden stootten. Dat gebeurde vooral met de grotere beesten zoals de logge beer (waar nog een kleiner dier tussen de poten hing). Als dan die vormen tegen de wand kwamen, maakte dat een hol metalen geluid. Ook was er stremming bij het draaien. Daardoor begonnen de beesten draaiend heen en weer te bewegen. Ze hingen trouwens zo laag dat ze af en toe over de cementen vloer sleepten en schraapten. Ook dan werd de gelijkmatigheid van het ronddraaien weer schokkerig onderbroken.

Medium links 005.sm rudi fuchs  opwinding 2016 ph.gj.vanrooij
vlnr Lewitt (2x), Rainer, Mondriaan en Dibbets; © Gert Jan van Rooij

Dat is wat ik bedoelde met dat het ding zo onvoorspelbaar en rommelig beweegt. Door dat krakkemikkige bewegen ging de voorstelling er macaber uitzien. Werken van Bruce Nauman hebben vaak iets ongemakkelijks, alsof ze in de weg zitten. Toen ik in 1988 Carousel kon verwerven (voor het Haags Gemeentemuseum) had ik het zo dwars in mijn hoofd zitten. Maar dat de aluminium beesten over de vloer zouden slepen kon ik, voor de installatie in de afbeelding hier, wel uit mijn hoofd zetten. Dat mocht niet. Het werk was dus gekortwiekt als een kraai in gevangenschap die alleen nog kan fladderen. Ik wilde dat de mise-en-scène zou laten zien hoe in zichzelf gekeerd Black Cubes van Sol Lewitt eigenlijk is, onpeilbaar diep als rimpelloos water. Daarentegen is Carousel extreem ongedurig. Het vindt geen rust. Daar begint het. Ik geloof dat je zo, en buiten elke tijdlijn, naar kunst moet kijken omdat je dan meer kunt zien.

Helaas stond Carousel er toch niet brutaal genoeg. Om de plek rondom de stille draaimolen toch meer gevoel van benauwdheid te geven, hangt hoog aan de wand erachter breed te zweven het visioen Transported van Gilbert & George. We zien daarin hoe gestalten houvast zoeken. Misschien dat naast de kortaffe vormgeving van beeldfragmenten in, daarnaast rechts, Red Fists ook de beesten in de draaimolen er straffer uit gaan zien. Dat was de bedoeling. In het rode schilderij van Arnulf Rainer ten slotte zien we het onrustige draaien van Carousel, met abrupte onderbrekingen, geconcentreerd in het klein gebeuren. Het zijn steeds weer handslagen met rode verf die dan, draaiend en buigend, worden uitgesmeerd. Daarmee ontstaat een kolkend soort beweging die er vooral bezeten uitziet. Wat mij bevalt is dat hier het heen en weer en het door elkaar van de dingen, vergeleken met de mise-en-scène rondom Black Cubes, verwarder is maar toch vergelijkbaar overzichtelijk. Overigens: de aluminium vormen van de beesten worden gebruikt om in de jacht geschoten dieren mooi op te zetten. Ze zijn overal te koop waar gejaagd wordt. In Alpine, Texas kwam ik langs een taxidermist die een bord had hangen: we bring them back alive. Een mooi motto voor een museum?