Draaimolen van verveling en passie

Middenin het toneelstuk schreeuwt de vrouw des huizes: ‘Ik heb het zo onzegbaar moeilijk! Help mij!’ Er ligt niet eens een overdreven klemtoon op het woordje ‘onzegbaar’. Maar daar gaat haar wanhoop (en dat van vrijwel haar hele omgeving) wel over: het niet communiceren met en over een groot verdriet, dat er misschien niet zou zijn als iedereen eens gewoon vertelde wat hem of haar op het hart lag. In Een maand op het land, een tekst van de laat-negentiende-eeuwse Russische auteur Ivan Toergenjev, wordt in een klimaat van herkenbare, landerige verveling voortdurend gelogen. En vrijwel niemand in dit stuk weet met die permanente leugen om te gaan.

De vrouw des huizes heet Natalja. Ze heeft een beroerd huwelijk met de afstandelijke landeigenaar Arkadi. Haar semi-geheime relatie met huisvriend Rakitin gaat in de richting van ‘platonisch’ - ze delen maximaal nog romans van Dumas, verder is er niet zoveel. Voor haar pleegdochter Werotsjka heeft Natalja een jonge onderwijzer ingehuurd, Beljajew, een joch van voor in de twintig. Natalja valt meteen voor hem. En vermoedt dat haar pleegdochter hetzelfde overkomt.
Daar begint de driedubbele verwarring van het stuk. De pleegdochter ontdekt de verliefdheid op het moment dat de pleegmoeder haar de mogelijkheid daartoe openbaart. De huisleraar begint iets te voelen voor de moeder van zijn leerling op het moment dat die moeder over liefde begint te spreken. En de moeder ontdekt pas hoe intens haar verliefdheid op de onbedorven Beljajew is, wanneer zij deze liefde plechtig voor gesloten heeft verklaard. Natalja spreekt dan de tekst: 'Er was dus in mij niets dat u afstootte.’ Iedereen in Een maand op het land ontkent zijn of haar gevoelens. Sterker nog: ze zijn er met zijn allen als de dood zo bang voor.
Regisseur Alize Zandwijk heeft voor haar enscenering bij de groep Stella flink in Toergenjevs tekst gesnoeid. Er wordt razendsnel met emoties geschaakt en geschakeld. De vertelling is helder, maar je moet wel goed bij de les blijven om alle bochten en wendingen te kunnen volgen. De vormgeving (Nelleke Zandwijk) spreekt evenzeer klare taal en helpt de vertelling effectief: drie panelen in de achterwand maken rappe opkomsten en afgangen gemakkelijk, er is een grote, lange houten tafel, waar bovenop, achterlangs en onder kan worden gespeeld. De sobere enscenering steunt verder op een scherpe groepering van de personages: er is de driehoek moeder-minnaar-pleegdochter, het object van hun passie (Beljajew), twee buitenstaanders (de echtgenoot en een op de pleegdochter azende buurman). En dan zijn er nog twee observanten: een kwaadaardige (de cynische huisarts) en een zachtaardige, het dienstmeisje Katja.
Deze Katja (Erna van den Berg) is het wonder van de voorstelling. Met een treurige blik, plakhaartjes, plots gezongen versjes ('Een kring op de tafel/ waaiende molens’) en een voortdurende aanwezigheid, levert ze vaak geluidloos commentaar op de onwezenlijke draaikolk van leugens om haar heen. Ze is in haar eentje een tragediekoor, zonder stemverheffing.
Spil van de enscenering is Marieke Heebink in de rol van Natalja. Vorig seizoen speelde ze bij Frans Strijards een geweldige Sonja in Tsjechovs Oom Wanja. Het lijkt of die Sonja in Natalja ouder is geworden. De motoriek is beheerster, de wanhoop niet minder. De jonge Beljajew roept in haar gerijpt gemoed iets wakker dat ze niet kent, van zichzelf niet mag kennen, of diep heeft weggestopt. Ze raakt vast in een gordiaanse knoop van emoties. Ik stuur hem weg, ik houd hem hier. Marieke Heebink laat in haar spel heel precies zien hoe die knoop een wurgkoord wordt. Alsof ze een anatomische les uitvoert op de emotionele huishouding van haar personage.
Michel van Doesselaere (in de rol van de minnaar) doet iets dergelijks. Hij heeft een uitbarsting, die volgens mij alleen maar over jaloezie gaat. Binnen een kort tijdsbestek toont hij ongeveer alle kanten die aan dit verschijnsel vastzitten.
Ik vroeg me wel iets af. Stella heeft als opdracht theater te maken voor kinderen en jongeren. Deze voorstelling mikt volgens mij op een volwassen publiek. Hij lijkt me voor jongeren ook ongeschikt. Een uitspraak waarop u mij zelden zult betrappen, maar bij deze produktie had ik plotseling die bedenking: kunnen pubers wel iets met deze draaimolen van landerige verveling en grillige passies? Na twee keer kijken wist ik het nog niet.