Dragers en liggers

Denk je dat je architect bent, komt er een bouwcoordinator. De bouwcoordinator zegt wie je procespartners zijn, welke termijnen gelden, hoe de zaak wordt georganiseerd. De bouwcoordinator onderhandelt met leveranciers van materialen en bouwsystemen.

Denk je dat je architect bent, komt er een ingenieursbureau. Het ingenieursbureau rekent alle mooie dingen uit en zegt dan: dit is niet haalbaar. Het ingenieursbureau wordt nog brutaler en zegt: wij bouwen dat skelet wel even, dan doet u de rest.
Denk je dat je architect bent, komt er een apart tekenbureau. O, laat die bestektekeningen maar, zegt het tekenbureau, dat doen wij wel, daar hoeft u niet zo'n duur apparaat op uw kantoor voor in stand te houden.
Denk je dat je architect bent, komt er een prestatiespecificatie. Ja, u heeft daar wel vensters met houten kozijnen en raamstijlen en een extra latei, maar de essentie van uw prestatie is natuurlijk zoveel lux lichtinval. Dat kan dus ook wel met een kunststof raamwerk. Zegt de opdrachtgever, en kleedt het ontwerp uit.
De architectentitel is beschermd. Hoezee! Er is een architectenregister. Hoera! Maar het vak van architect, bestaat dat eigenlijk nog? Is dat wat die roepende in een intellectuele en esthetische woestenij nog gegeven is, architectuur te noemen? Is het aankleden van een partij dragers en liggers, aaneengeschakeld met doorlopende vloervlakken en prefab wandjes, bij voorbaat afgeschreven over een jaar of tien, architectuur? Of is dat alleen nog grafische lay-out?
Ik overdrijf. Zo erg is het nog niet. Een goede architect, met hart voor de zaak, die soms nog wel eens een opdracht durft te weigeren, is nog niet zo gemarginaliseerd. Soms valt er ook nog wel eens een interessante ontsluiting van een gebouw te bedenken en kan er dus tenminste iets ruimtelijks worden verzonnen. Na het passeren van een ‘opmerkelijke’ gevel, wil er dan ook nog wel eens een speciale ervaringsroute worden aangeboden. Maar de voorbeelden van architectuur als integrale interpretatie van een programma zijn uiterst schaars. Zo schaars dat het erover spreken bijna als vloeken in de kerk wordt beschouwd. Het is nu eenmaal bekend dat wie een knieval heeft gemaakt, de capitulatie graag als onvermijdelijk schetst. En bij onvermijdelijkheden horen geen bezwaren. Zo gaat een vak naar de haaien.
Alleen een ding floreert. Nu architectuur steeds meer alleen een beeld is, moet deze laatst overgebleven competentie zo uitbundig mogelijk voor het voetlicht worden gebracht. Gelukkig is dat net waar glossy magazines het sterkst in zijn. Net nu de architectuur op haar laatste benen loopt, glanst het architectuurplaatje. En elke architect die tenminste als maker van schitterende beelden wil overleven, zal er alles aan doen de fotografische reproduktie van zijn of haar werk te reguleren. Dus gaan er strikt geselecteerde afbeeldingen de wereld in, en worden voorgesorteerde fotografen op uitgelezen tijdstippen in de mooiste seizoenen er op uit gestuurd om net opgeleverde gebouwen, vers in de verf en nog vrij van organische besmetting, op de gevoelige plaat vast te leggen. Deze foto’s worden dan vervolgens geautoriseerd en aan de welwillende media ter hand gesteld. En wee degene die de gelikte interpretatie niet accepteert en zelf met zijn Nikon op pad gaat. Foto’s die aantonen hoe de fotograaf het gebouw op zo maar een dag heeft aangetroffen, worden in steeds sterkere mate geweerd uit de officiele vakorganen. Olympische statuur strookt nu eenmaal niet met toevallige ontmoetingen. Moeilijk wordt het ook voor degene die niet monografisch-hagiografische commentaren schrijft, maar de architectuur als onderdeel neemt voor een verhaal over de cultuur waarin zij figureert. Steeds meer architecten willen toezicht houden op hun receptie door middel van inzagerecht, hoge fototarieven of regelrechte embargo’s.
Hoe meer de architectuur tot beeldspecialiteit wordt, hoe meer dit beeld met hand en tand zal worden verdedigd. Een vak dat wordt gereduceerd tot een fractie van zijn competentie, zal zijn resterende verdienste met hand en tand verdedigen. Het is een weinig vruchtbare reidans rond een schat die reeds lang is geroofd. Uiteindelijk verliezen ze allebei: de architectuur en haar kritiek.