Othala

Regie en scenario: Yim Brakel

Othala is alleen al bijzonder vanwege de arena: een kleine neo-nazipartij met alles erop en eraan. Zo direct is politiek in mijn herinnering in de lange reeks niet aan de orde gekomen. Symbolen, uniformen, een uitgesproken Leider, knokploeg, radicaal-nationalistische toespraken. Spanningen rond frontstage-backstage (wat zeg je naar buiten toe, wat onder elkaar) en rond de mate van geweld die je bereid bent te gebruiken – defensief tegen antifa, of zelfs offensief. In Othala zijn er meningsverschillen over de suggestie ‘we halen Rostock erbij’. Rostock, voormalige DDR, is een berucht begrip sinds de gewelddadige aanvallen op buitenlanders daar in 1992. Rechts extremisme is er nog altijd sterk. Hier is ‘Rostock’ bepaald niet symbolisch bedoeld: het gaat om fysieke versterking uit kringen van Duitse neo-nazi’s. De Leider is tegen. Niet zozeer principieel maar om de publicitaire ramp als die steun en interventie bekend zouden worden. Het conflict mag fictief zijn, de geschiedenis van rechtse splinters in Nederland en daarbuiten kent er legio voorbeelden van.

Vergeet satire, die voor de hand zou kunnen liggen. Het is levensecht in die zin dat het huis van de Hollandse Duce gewoon in ‘onze straat’ staat. En dat de eengezinswoning en het binnenplaatsje de plekken zijn waar we zijn familie en hun politieke vrienden zien; waar ze vergaderen, koffie en bier drinken en waar moeder de vrouw voor eten en haar twee kinderen zorgt. We zijn als het ware bij een soort Constant Kusters thuis, reëel bestaand leider van Nederlandse Volks Unie, zoals die in Ons moederland in 2014 door Raphaëla Shamira geportretteerd werd als, onder meer, familieman.

Maar deze Herman Brest (gespeeld door Gijs Naber) is niet de hoofdpersoon in de vertelling. Dat is zijn veertienjarige zoon Odin, die karakterologisch eigenlijk ongeschikt is binnen zijn eigen Umwelt, want zachtaardig. Hij is, paradoxaal, mede daardoor nog loyaal aan zijn ouders, en actief jeugdlid van de piepkleine beweging. Maar hij betaalt een hoge prijs voor de publieke rol van vader: sociale uitstoting op school. Als er al contact is met schoolgenoten, dan in de vorm van pesterij en belediging: ‘Jouw papa is een fucking mongool, kankerdom, die opgesloten moet.’ Odin laat vader niet beledigen, dus knokken en dus straf, gangen dweilen, waarbij hij en zijn goedgebekte, upper-class, fel antifa-opponent tot elkaar veroordeeld zijn. Dat leidt tot enige toenadering en hij begint op te trekken met het vriendengroepje van de populaire gast. Als dat niet helemaal geloofwaardig is, geef je je toch graag gewonnen door de voortreffelijke manier waarop dat partje jongerencultuur is getekend. Door het stickie dat erbij komt kijken. En door het juist wel geloofwaardige spel. Het is het begin van een lange worsteling in de jongen. Van ‘nog één keer zoiets over mijn vader zeggen en ik breek je nek’ tot ‘het is gewoon mijn vader’ is er al een lange weg afgelegd. Uiteindelijk staat hij voor de keus tussen het hem bekende en het alternatief dat vervreemding van zijn ouders betekent.

In de NRC tot de beste Onze straat van deze jaargang uitgeroepen. Daar ben ik het niet helemaal mee eens, maar zeer de moeite waard, dat wel. Er is een mooie kleine rol voor de moeder (Sophie van Winden). Gevallen voor haar rechtse macho, trots op hem. Zich volledig bewust van het outcast-lot van haar jongen, maar verbeten in haar conclusie: van je afslaan, dan piepen ze wel anders. En toch zit er iets in die verzenuwde vrouw (niet zo gek als ze kogels in je brievenbus doen) dat verraadt dat ze ook getraumatiseerd en verbitterd is, en gevangen zit in de situatie. Uitgesteld te zien.

De running gag die alle afleveringen van Onze straat verbindt in de persoon van de pakketbezorger is hier uiteraard geen ‘gag’: een van de nazi’s verjaagt wat hier immers niet thuishoort.


Save It

Regie en scenario: Amira Duynhouwer

Portret van de vriendschap tussen twee zeventienjarige, intelligente, bijdehande, geestige, creatieve, goodlooking meiden, die continu rollenspelen doen. Gelijkwaardig, maar, zoals dat in veel vriendschappen, zeker op die leeftijd, gaat, toch ook weer niet helemaal. Voor de buitenwereld van een haast aanstootgevende zelfverzekerdheid, vanbinnen vol vragen over wie en wat ze zijn en zullen worden en hoe ze gezien worden. De synopsis zegt: ‘Melanie is alles wat Delilah zou willen zijn en vice versa.‘ Voor mijn gevoel (maar hoe durf ik de maakster tegen te spreken?) gaat het vice versa niet helemaal op. Hoewel Delilah de meest stabiele en verantwoordelijke is, heeft haar liefde voor Melanie iets meer van adoratie dan andersom. In de openingsscène is zij de verslaggeefster die de diva interviewt (ik zei toch: rollen) en die diva is geweldig als diva. Maar daar al kiert in deze vrolijke-meidenfilm de tragedie. Hoe het toch kan dat ze er weer zo oogverblindend uitziet, vraagt Delilah. ‘Alle vitaminen’, antwoordt Mel, ‘en alle pammetjes’. Lijkt een grap, is het niet, want ze slikt inderdaad van alles.

Lilah bereidt zich serieus voor op het eindexamen en probeert Mel mee te slepen, bijvoorbeeld in een gezamenlijk werkstuk over het Palestijns-Israëlisch conflict. ‘O, hij heet Israël, geloof ik, of Ismaël’, zegt Mel. Niet op de nota doelend, want daar heeft ze totaal geen trek in, maar op de pakketbezorger (zie boven) waar Lilah op valt. Het is niet alleen een meidengrap, het is tekenend voor haar wegsijpelende belangstelling voor school. Lilah blijft haar dekken tegenover de leraar, maar Mel laat het op alle fronten afweten en houdt zich onbereikbaar. Kan gebeuren. Tot Lilahs moeder met het bericht komt dat Mel door haar ouders naar een kliniek is gebracht. Lilah bakt bananenbrood en gaat op bezoek. Om tot haar verbijstering te ontdekken dat haar vriendin op een gesloten afdeling zit. Waar Mel in de niets-aan-de-hand-modus elke poging tot serieus gesprek afkapt. ‘Wat doe je de hele dag?’ ‘Chillen, cognacje bij de open haard, 5-gangendiner’. Rollenspel als altijd. Als Lilah razend Mels vader ter verantwoording roept (‘Iedereen doet wel ’s wat, pubershit, dan sluit je haar toch niet op in een gekkenhuis?’) krijgt ze te horen dat het om een poging tot zelfdoding ging. ‘Mel worstelt al jaren met depressie.’ En als u niet wil geloven dat zoiets kan tussen vriendinnen, zie dan de aftiteling, waarin de film aan een overleden vriendin wordt opgedragen. En ja, hoe goed ken je De Ander?

Mel wordt ontslagen uit de kliniek en de vriendinnen moeten met elkaar en zichzelf in het reine komen. Wat moeizaam gaat. Zie verder zelf. Soms wordt het realisme losgelaten en dat is goed gedaan. Knappe, mooie film. Geweldige meiden.

NPO 3, donderdag 4 november, 22.15 uur


Heartbeats

Regie en scenario: Vincent Tilanus

Misschien een minder spectaculaire film dan de vijf voorgaande. Maar voor mijn gevoel een heel belangrijke en rake. Het is het verhaal van Lorah, illustrator, die na een instorting tijdelijk weer bij haar moeder is ingetrokken. Met enige begrijpelijke tegenzin. Ze heeft therapie (‘zeg niet: “ik ben angstig”, maar: “ik voel me angstig”’), slikt pillen, en langzamerhand zien we haar letterlijk en figuurlijk weer een beetje onder haar dekbed uit komen. Om geld te verdienen werkt ze in het magazijn van de webwinkel van haar moeders vriend, maar ze wil, begrijpelijk, weer doen waar ze voor heeft gestudeerd. Ze koopt materiaal, probeert een opdracht te krijgen bij haar oude stageplek, huurt een ruimte in een gebouw voor creatieven om ongestoord te kunnen werken. En probeert om in contact met anderen te komen. Want het is duidelijk: ze is behoorlijk alleen. Maar het lukt niet echt. Of echt niet. Ik vind dat ongelofelijk goed gedaan, door actrice en regie. Het doet pijn om te zien en horen hoe ze aansluiting zoekt – door op haar baantje aan een jongen te vragen of hij vanavond nog wat gaat doen. ‘Nee, niks, misschien wat met huisgenoten’. ‘Nice’, zegt ze. Door op een vernissage bij mensen te gaan staan en mee te praten. Door contact te zoeken met een succesvolle illustrator die twee jaar hoger zat dan zij – een soort idool en misschien wel nog iets meer. Die jonge vrouw reageert beleefd maar als Lorah haar telefonisch uitnodigt wat te chillen houdt ze met een leugen de boot af. De enige vriendin die haar thuis opzoekt, houdt ze zelf af als die weer contact zoekt, omdat ze het te druk zou hebben. Wat later dus andersom gebeurt.

Lorah bestaat, zoals iedereen kan weten die ogen in zijn hoofd heeft en een hart in zijn lijf. In tijden van sociale media, dragers van de boodschap van succesvol bestaan, professioneel en privé, heeft ze het nog veel moeilijker dan voorheen. Al is eenzaamheid altijd eenzaamheid. Ze is niet aaibaar. Maar dat is in mijn ogen niet het enige probleem. Ze is onzeker over de kwaliteit van haar werk. Waarschijnlijk niet onterecht. Er bestaan duizenden, zo niet tienduizenden Lorahs (en pakweg Jaspers), die min of meer artistieke ambities hebben en net of totaal te weinig talent. Hier telt dat op met gebrek aan sociale vaardigheid. Dat lijkt, zo geschreven, karikaturaal, maar is het niet. Knap, hoor. Maar dan ga ik nog een keer de maker zelf tegenspreken. In zijn synopsis heet het: ‘Haar frustraties en ongeduld worden steeds groter wanneer ze wordt geconfronteerd met het bewijs dat dit nog niet haar tijd is om te schitteren.’ Ik help het haar en hem hopen dat Lorahs tijd nog wel zal komen. Het is bijna iets als ‘iedereen is creatief’ en ‘aan het eind van elke tunnel gloort licht van een stralende zon’. Maar ik vind dat de film minder interessant en universeel maken. Conclusie: ik heb een andere film gezien dan de maker bedoelt. Een nog pijnlijkere en een veel betere.

NPO 3, donderdag 11 november, 22.15 uur

Epiloog

Little Amsterdam had een sterrencast met gevestigde namen. Gijs Naber en Sophie van Winden in Otalah horen daar ook bij. En er waren er nog wel meer. Maar de ware helden van de laatste Onze straat-reeks heten Tekla Reuter en Jamy van Stelten (Loïs Lane); Sinem Kavus en Victor IJdens (Het meisje dat vervloekt was); Matsen Montsma en Ezra Blok (Othala); Sara Afiba en Elisa Bloemendaal (Save It); en Laura Bakker (Heartbeats). Geweldig zijn ze. Terugdenkend komen er opeens, destijds vergelijkbaar onbekende namen uit de ijzersterke One Night Stand-traditie naar boven. Sallie Harmsen en Isis Cabolet in Snacken van David Lammers (2004); Abbey Hoes in Maite was hier van Boudewijn Koole (2009) ; Jonas Smulders en Olivia Lonsdale in Geen koningen in ons bloed van Mees Peijnenburg (2015); Destiny Adopai en Nora El Koussour in Afua van Sia Hermanides (2019). Zou ik even het archief raadplegen dan zouden er talloze namen naar voren springen (mijn excuses aan tallozen). Van acteurs, maar ook van scenaristen en regisseurs. Maar om bij de jonge acteurs te blijven: eens temeer besef ik dat er nooit zo systematisch en langdurig serieus drama met en over jongeren is gemaakt. Niet in serievorm maar in telkens weer nieuwe, unieke, originele verhalen. Verhalen die met het beëindigen van de trits One Night Stand, Centraal, Onze straat niet meer of veel minder verteld zullen worden. Ik blijf dat een heilloze beslissing vinden van de NPO.

Lees verder