Drama! wreedheid!

Waar gaat het fout?

Nico ter Linden schrijft goed, is ruim van geest, valt af en toe zelfs op humor te betrappen, koestert niet onsympathieke opvattingen en heeft een alleszins draaglijke kijk op kerk en bijbel.
Waarom is zijn bundel Korte verhalen (vorig jaar verschenen bij uitgeverij Balans) dan toch zo onverteerbaar?
Ter Linden is landelijk bekend van Het verhaal gaat… Daarin vertelt hij de bijbel na. Laat dat boek toch, denk ik dan. Het is van zichzelf al mooi genoeg.
En verschrikkelijk genoeg. Een God die als een Saddam Hoessein zijn volk met plagen overlaadt. Door niemand laat hij zich vermurwen, door geen enkele smekende profeet. Zelfs niet door die zwerver die zich de zoon van God noemt. Sterven zal-ie! Drama! Wreedheid!
En dan dat slot, de Apocalyps, wat een verwoestende finale, wat een wonderschone wanhoop.
Kortom, een zo goed als volmaakt boek.
Maar Ter Linden doet er alles aan om van de bijbel een gewoon boek te maken. De bijbel, vindt hij, is een mensenboek. De bijbel is niet het woord van God, althans niet letterlijk. Want wie is God? We kennen hem niet. We kennen hem alleen uit de verhalen. ‘De bijbel is een boek waarin het volk Israel, dat zich door God aangeraakt voelt, een poging waagt om de Onzienlijke in verhalen uit te beelden.’
Daarom vertelt Ter Linden, die zich kennelijk ook door God voelt aangeraakt, graag verhalen.
En daar gaat het fout.
Want het volk Nederland is het volk Israel niet. Geen drama, geen wreedheid, geen apocalyps. Ter Lindens korte verhalen gaan over alledaagse wissewasjes, alledaagse sterfgevalletjes en alledaagse levensverhaaltjes van alledaagse mensjes met alledaagse twijfels over een alledaagse God.
Wat is die God van Ter Linden verschrikkelijk gewoon! Ook al kun je hem niet zien, je kunt altijd met hem praten, je kunt zelfs met hem geinen, en je mag best af en toe boos op hem worden hoor, hij kan er tegen. Nou, dat hoefden die Israelieten niet te proberen! Gods toorn was verpletterend!
En wat is die God van Ter Linden toch vreselijk oecumenisch! Hij is lid van de katholieken, lid van de protestanten, lid van de joden. Waar Ter Linden ook komt, zijn God is overal welkom. De God van Ter Linden is een Paarse God, een Wim God, een God die overal vrede en verzoening en vertroosting brengt.
En wee degene die de oude God van stal wil halen. De onverzoenlijke God van Maarten ’t Hart? 'Welnee m'n beste’, schoolmeestert Ter Linden, 'dat is malligheid uit Maassluis.’ En de wonderdoende God van bisschop Simonis? 'Wat maak je me nou, Adrianus, in die verhalen gaat het niet om wat er letterlijk staat maar om wat erin geopenbaard wordt.’
'Gods goedheid wordt erin geopenbaard’, zalft Ter Linden. En dat is het ’m nu juist. Die God van Ter Linden is een saaie lul. Doe mij maar die rot-God van Israel, die weet heeft van het kwaad en het ook beoefent. Dat levert tenminste een goed boek op.