Drama zonder dilemma’s

Voor het geheel vernieuwde Parool van vorige week fotografeerde Nijgh & Van Ditmar-uitgever Vic van de Reijt zijn kantoor. Naast het Grunberg-plankje (‘die champagnefles die je daar ziet liggen hebben we van Arnon Grunberg gekregen’) en een innig gesprek tussen de dichter Jan Kal en Theodor Holman staat er een, nogal treurig aandoend, samenzijn afgebeeld ten burele van de uitgever. Aan het hoofdeinde van de tafel zit een jongeman achter een glas Stevig Bier. Zijn linkerhand rust op zijn dijbeen, met de rechterhand houdt hij een boek omhoog. De blik in de camera. Als je goed kijkt, kun je zien dat de jongeman heel hard zijn best doet om blij te kijken. Maar het lukt niet echt.

‘Die jongeman met dat boek is debutant Paulo van Vliet. We geven daar een feestje voor de verschijning van zijn roman Uitgesloten, een semi-autobiografisch boek over een familie van Jehova’s Getuigen. (…) Het is heel mooi literair gestileerd en het past goed in ons fonds. We gaan hem lanceren op de Uitmarkt.’
Welke schrijver wil dat nou niet, gelanceerd worden op de Uitmarkt? Paulo van Vliet (1966) werd het vorige week dus. Dat moest ook wel, want op het eerste gezicht is het natuulijk een boek dat scoort, een relaas over een 'beklemmend’ of zelfs 'verstikkend’ religieus milieu waarin een jongen of meisje moet opgroeien - want in die termen wordt het altijd gebracht.
Niet bij Uitgesloten. Dat zou ook niet terecht zijn, want de roman handelt niet over de conflicten tussen de gelovende groep en de rebellerende eenling. Het is alles koek ende ei tussen de hoofdpersoon en de hem omringende wereld. Geen vuiltje aan de lucht.
Jonathan Stork groeit op in een gezin dat 'in de waarheid’ is. Desondanks zijn het buitengewoon lieve, verstandige, weldenkende en -voelende mensen, die vader en moeder van Jonathan. Zoonlief krijgt dan ook te maken met deze barre tak van het Nederlands protestantisme zonder er ook maar in het minst last van te hebben. In de roman is het niet meer dan een zijlijntje. De hoofdmoot wordt gevormd door de herinneringen van de verteller aan zijn jeugd.
Het wordt pas penibel wanneer Jonathan door 'de zaal’ wordt uitgesloten, omdat hij seks heeft gehad, orale seks zelfs, met een meisje. Een 'werelds’ meisje. Voor het huwelijk.
Daar begint eigenlijk het verhaal, bij wat de verteller zijn 'tweede geboorte’ noemt. En daar wordt het interessant. Een uitsluiting is iets vreselijks. Om met de moeder van Herman Brood te spreken: 'Daar heb een gewoon mens geen weet van.’ Niet-Getuigen kunnen slechts gissen naar de impact van een uitsluiting voor een wel-Getuige. Paulo van Vliet beschrijft het als volgt: 'Uitgesloten worden is het ergste dat je kan gebeuren als je in de waarheid bent. Omdat je dan niet meer bestaat. Je wordt een non-persoon. Je zou denken dat uitgeslotenen dat niet erg vinden, omdat hun uitsluiting het gevolg is van een keuze. Het vreemde is dat de meesten vroeg of laat weer naar de zaal gaan, waar ze behandeld worden als oud vuil.
Contact met andere getuigen wordt onmogelijk omdat iedereen je negeert. Zodat je hun geest niet kunt bevuilen met “onafhankelijke ideeën”. Dat gemis leidt tot berouw, het besef dat je gezondigd hebt. Als de pijn maar erg genoeg is, komen uitgeslotenen vanzelf terug. Omdat ze spijt hebben. Zichzelf een slecht mens vinden en in het openbaar vergeven willen worden. Na een periode van getoond berouw volgt het herstel. Je wordt uitgesloten, na een tijdje word je hersteld. Je bent dan gelouterd, je hebt een catharsis ondergaan.’
Hier wijst Paulo van Vliet zelf al naar de belangrijkste tekortkoming van zijn roman. De tweede geboorte vindt namelijk pas tien pagina’s voor het einde plaats. Er komt geen gevolg, er zijn geen consequenties, er worden geen grote gevechten gesuggereerd, er doemen geen morele, religieuze of andersoortige dilemma’s op, er is nergens ook maar de suggestie van een ophanden zijnde catharsis. Jonathan Stork wordt uitgesloten, hij heeft het daar een tijdje moeilijk mee, zijn leven verandert, net als dat van zijn ouders, maar dat het hem er nu toe aanzet eens goed in opstand te komen, of überhaupt iets te doen, ho maar. Geen gevechten met God, geen verscheurende innerlijke strijd. Jonathan Stork is lijdzaam. Hij laat het gebeuren, besteedt er hooguit enkele piekergedachten aan, maar laat de boel verder op zijn beloop. Hij is als de Jehova’s Getuige die na een auto-ongeluk weigert zijn dochtertje een bloedtransfusie toe te dienen omdat God dat nu eenmaal zo beschikt heeft, want wat God beschikt, daar moet de mens zich niet mee bemoeien.
Ja, dat doen Jehova’s Getuigen. Nee, dat staat niet in Uitgesloten, dat heb ik van mezelf. Want Uitgesloten gaat niet of nauwelijks over Jehova’s Getuigen, laat staan over een strijd tegen (of met) diezelfde fanatici.
Uitgesloten is een roman over vroeger, zo'n typisch boek vol herinneringen aan een verloren tijd, herinneringen van een jongeman met wie feitelijk niets mis is. En die dus alleen maar kan terugkijken op een fijn leven.
In het begin schrijft Van Vliet al: 'Ik keek naar een vale familiefilm. Ik kon wel meeleven, gebeurtenissen volgen die indruk hadden gemaakt. Ik kon me voorstellen dat ze indruk hadden gemaakt. Met mijn inlevingsvermogen was niks mis.’ Inderdaad. Met het inlevingsvermogen van Jonathan Stork is niets mis. Met zijn leven wel: het mist elke dramatiek. Het leven van Jonathan Stork is verschrikkelijk saa-aa-aai. Gebeurtenissen uit het verleden ophalend maakt de verteller van dat saaie leven een saaie reconstructie, inclusief het obligate pijltjes schieten, ruzie met vriendjes, gluren naar de buren, het eerste seksboekje, platen van Queen en Kiss, en nog veel meer anekdotes die elke jongensroman bevat. Nergens strijd. Nergens woede. Steeds weer: berusting, lijdzaamheid. Het heeft zo moeten zijn, en dat is goed.
Hoe jong je ook bent, je wordt ouwelijk als je gaat praten over 'vroeger’ en je zuchtend probeert 'voor te stellen’ (het meest gebruikte werkwoord in Uitgesloten) hoe je vader zich voelde toen iemand hem met een voorhamer op zijn vinger sloeg. Je wordt een oninteressant verteller.
Uitgesloten wordt interessant vanaf het moment dat er werkelijk iets met Jonathan Stork gebeurt, het moment dat hij echt door iets wordt geraakt, iets wezenlijks. Jammer alleen dat de roman na dat moment vrijwel meteen is afgelopen.