Drammers

De klimaatdiscussie is beland in drammerigheid. Mensen voelen zich aangevallen in hun diepste wezen als ze kritiek krijgen op het eten van vlees. Den Haag moet beslissingen nemen.

Als de politiek blind zou tekenen voor de in december aan de vijf klimaattafels gemaakte afspraken, dan zou ook ik eens lekker gaan drammen. Dat ik met die ‘tafels’ geen politiek debat kan voeren, die lobbyisten niet kan wegstemmen, ze niet gekozen heb. En alle andere stemgerechtigde Nederlandse kiezers ook niet.

Ben ik daarmee een klimaatscepticus? Dacht het niet. Ik hecht er echter aan dat beslissingen democratisch worden genomen. Polderen mag. Belangenorganisaties erbij betrekken, kan draagvlak creëren. Maar daarna is de politiek aan zet. De volksvertegenwoordiging dus, het woord zelf zegt al genoeg.

Dat vvd-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff in een interview met De Telegraaf onlangs zei de afspraken van de klimaattafels niet ‘gewoon te zullen uitvoeren’, had op zich dan ook niet zo veel stof hoeven doen opwaaien. Maar het ging natuurlijk om de toon waarop hij het zei. Dat hij collega-fractievoorzitter en coalitiegenoot Rob Jetten van d66 schaarde onder de klimaatdrammers. Dat hij milieuorganisatie Greenpeace verweet alleen maar te praten en zelf niks te doen. Dat hij het had over mensen ‘een Tesla in pesten’. Dat hij dreigde het kabinet te laten vallen als hij moest kiezen tussen de burger of het kabinet.

Het had iets treurigs. De fractievoorzitter van de grootste regeringspartij die al jaren achtereen de premier levert, voelt het einde van dat tijdperk-Rutte naderen en probeert nu een suv rijdende, vlees aan hun vork prikkende, goedkoop de wereld over vliegende achterban tevreden te houden. Uit angst voor de concurrentie op de kiezersmarkt van Forum voor Democratie van Thierry Baudet en de pvv onder leiding van Geert Wilders. Uiteraard in de krant waar de scepsis over klimaatverandering van de pagina’s druipt. Er bij de lezers wordt ingedramd.

Nee, dat is niet de toon waar ik van houd. Het is om te laten zien waarin de klimaatdiscussie is beland. In drammerigheid, over en weer. Tussen de uitersten. Een polarisatie die zo ver gaat dat mensen zich inmiddels aangevallen voelen in hun diepste wezen als ze kritiek krijgen op het eten van vlees, het aantal keren dat ze vliegen, de grootte van hun auto, of juist andersom, op het eten van quinoa, het niet-vliegen en het niet-hebben van een auto.

Van een afstandje bekeken is het een fascinerende discussie, die over het klimaat. Hoe zou de wereld er over twintig, dertig jaar uitzien? Hoe stoken we onze huizen dan, in wat voor soort vervoer reizen we, is ons eetpatroon veranderd? Maar vooralsnog zitten we midden in die discussie, waden we nog door een soort mist, moeten er lastige, ingrijpende, mogelijk pijnlijke beslissingen worden genomen, die – zoals het verleden leert – soms toevallig zullen blijken te zijn, soms het product van belangen en niet altijd per se de ‘beste’ oplossing bieden. Lees de filosofen Bruno Latour of Hans Achterhuis daarover.

De uitlatingen van Dijkhoff hebben wel wat kapotgemaakt: het onderlinge vertrouwen

Iedereen kan zelf beslissen minder vlees te eten, minder te vliegen, vaker de fiets te nemen en de auto te laten staan. Stemmen met de voeten kan altijd. Maar de klimaatdoelstelling die het huidige kabinet heeft geformuleerd, dus waaraan ook de vvd zich heeft gecommitteerd, is niet te bereiken zonder beslissingen vanuit Den Haag. Dus vraagt dat om politieke discussie. Laat dat nu het wezen van politiek zijn: belangentegenstellingen tot hun recht laten komen. Dat vergeten drammers soms, rechtse én linkse.

De verdeling van de lasten is een van de heikelste punten in die politieke discussie. Bij de industrie of rechtstreeks bij de burger? Afgelopen zomer begon cda-leider Sybrand van Haersma Buma in de klimaatdiscussie aandacht te vragen voor de gewone burger, of de gewone man en vrouw de lasten van al die veranderingen wel kunnen dragen. De media-aandacht die dit pleidooi genereerde, viel echter in het niet bij de mediahausse na de uitlatingen van Dijkhoff.

Nu is Buma jaloers, hoor je dan op de Haagse wandelgang. Nee hoor, zegt een ander, Buma probeert zijn verdeelde achterban tevreden te houden en wil niet zo uitgesproken als Dijkhoff uit de hoek komen. Sterker, Buma heeft, net als coalitiegenoten d66 en ChristenUnie, inmiddels aan minister-president Mark Rutte gevraagd en toegezegd gekregen dat diens vvd zich aan de afspraken uit het regeerakkoord houdt. Wat overigens geen garantie is voor een ook door het parlement onderschreven klimaatakkoord en het voortbestaan van dit kabinet. Want de uitlatingen van Dijkhoff hebben wel wat kapotgemaakt: het onderlinge vertrouwen.

De oppositiepartijen maken daar dankbaar gebruik van. Na de overwinning op het dossier dividendbelasting hebben ze de smaak te pakken. De pvda stak GroenLinks de loef af door te vragen ook de invoering van een CO2-heffing voor bedrijven te laten doorrekenen, op gevolgen voor klimaat én portemonnee, van burgers en bedrijven. Ook de oppositie trekt niet helemaal samen op.

Maandag kwam GroenLinks met een eigen wetsvoorstel voor een dergelijke CO2-heffing. En met de voorwaarde dat de partij de klimaatplannen van het kabinet alleen zal steunen als het deze initiatiefwet steunt. Met een straks vernieuwde Eerste Kamer na de Provinciale-Statenverkiezingen kan het kabinet steun vanuit de oppositie waarschijnlijk goed gebruiken.

Uiteraard zijn de voorgestelde maatregelen gericht op de gevoeligste punten van het klimaatakkoord, speciaal bedoeld om cda en vvd in de hoek te drijven na hun uitlatingen over de zorgen die ze zouden hebben voor de portemonnee van de gewone man. Dat is politiek. Maar dan wel op inhoud.