Film

Drank en verdriet

‘We zijn niet altijd nodig.’ Met deze tekst begint de Nederlandse documentaire Ne me quitte pas van Sabine Lubbe Bakker en Niels van Koevorden, over twee mannen van middelbare leeftijd die ergens in een plattelands gehucht in België zo’n miserabel leven leiden dat ze liever dood willen. Althans, dat zeggen ze.

Medium film nmqp still two shot station

Marcel, drama queen pur sang. En zijn boezemvriend Cowboy Bob, een man met een duistere kant. Als blijkt dat Marcels vrouw en kinderen met de noorderzon zijn vertrokken, is het klaar: op zijn boerderij in een bosrijke omgeving grijpt Marcel instinctmatig naar de fles. Gelukkig is Bob bij hem, klaar om soelaas te bieden door het glas van zijn vriend constant bij te vullen. Een paar uur later. Marcel is lam. Hij probeert op te staan, maar dat gaat niet. Hij valt bewusteloos op de grond; rakelings mist zijn hoofd een lamp met scherpe punten. Bob heeft het allemaal al eerder gezien. Bijna verveeld giet hij een emmer warm water over zijn vriend uit. Met het gewenste effect: Marcel komt weer bij. ‘Bob, je hebt mij verbrand’, zegt hij zonder een spoor van verwijt. Bob heeft vaak van dit soort raad. Later laat hij Marcel ammoniak snuiven. Nog een truc om weer nuchter te worden.

Wat een melodramatisch leven hebben deze Bob en Marcel wel niet. Nee, ze zijn niet ‘nodig’. Maar ze gaan door. De kleinste dagelijkse daad is voor hen van levensbelang. Naar de tandarts. Dat moet samen, want ze zijn allebei als de dood voor die minuten in de stoel. Bij Bob moet een tand eruit. Marcel blijft op hem wachten uit solidariteit. Het is een hechte vriendschap, maar op een vreemde manier zijn ze uiteindelijk allebei alleen. Wanneer Marcel zich uit wanhoop opgeeft voor een afkickprogramma lijkt het net of Bob zich verlaten voelt.

De setting van Ne me quitte pas heeft veel weg van een gothic landschap: het bos, soms met sneeuw bedekt, naast het stadje waar tijd irrelevant is. Een vrouw zit klein gekadreerd in een deuropening minutenlang op een stoel vliegen te meppen. In de kroeg praten de mannen over niets. De camera registreert alles afstandelijk, zonder tussenkomst van een maker die vragen stelt. Het is alsof Bob en Marcel acteurs zijn in het doelloze drama van hun eigen leven, begeleid door kitschmuziek die het geheel nog wranger maakt. Het leven gaat door zonder hen. Ze nemen niet deel aan wat voor discours dan ook. Drank en verdriet overheersen alles.

Bij Bob snijdt de zinloosheid nog dieper. Een ontmoeting met zijn zoon levert slechts de pijnlijke bevestiging op van de verwijdering tussen de oude man en de wereld. Cynisme drijft hem. Wanneer hij Marcel in de afkickkliniek bezoekt, deinst hij er niet voor terug ter plekke een halve fles rum voor zijn hunkerende vriend leeg te drinken. Tussen hoop en wanhoop leven deze twee mensen. Bob: ‘Als we geen pijn voelen, dan weten we ook niet wat geluk is.’

Een prachtige laatste scène tekent de sfeer van nihilisme waarin ze gevangen zitten: Marcel, allerminst afgekickt, vangt na al weer een drinksessie de reis naar huis aan. Het is donker. De weg is spekglad. Op zijn scooter slingert hij over het asfalt, op bizarre wijze begeleid door Roxette en Listen to Your Heart.


Te zien vanaf 5 december