Drank is een vloek

Een drinker ben ik niet en de andere genotsmiddelen komen al helemaal mijn huis niet in. Het is beslist geen kwestie van principe. Zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Ik jaag nu alweer zevenenveertig jaar mijn geluk zonder drank en doping na. Ook ben ik geen hoerenloper, noch ben ik getrouwd en op de herenliefde ben ik al helemaal niet gesteld.

Kortom, voor allerhande onzin is in mijn leven geen plaats. Wel ben ik een man van diepe vriendschappen, voor zoverre het met mijn hobby - lezen - verenigbaar is. Een overleden genie is, hoe hard het ook moge klinken, nu eenmaal beter gezelschap dan de doorsnee tijdgenoot, met zijn onophoudelijke stroom van pietluttige problemen en probleempjes.
Neem nu mijn beste vriend. Zijn maatschappelijke positie is zo torenhoog dat ik zijn naam, die u ongetwijfeld kent, discreet moet verzwijgen, net zoals zijn frequente drankmisbruik. Telkens als hij het stadium van een delirium nadert, weet hij zich nog maar twee telefoonnummers te herinneren, dat van Bill Clinton en dat van mij. Wel, die Clinton is eeuwig en altijd in gesprek. Dus ben ik de klos.
Dus moest ik hem gisteren weer proberen te ontnuchteren. De natie had hem immers meer nodig dan ooit. De ondankbare hond greep mij bij de strot en probeerde mij te wurgen. ‘Jij deugt niet! Jij hebt helemaal geen problemen! Jij ezel!’ lalde hij. Ik begon al aardig blauw aan te lopen toen hij eindelijk losliet om weer naar de fles te grijpen.
Inmiddels heb ik er genoeg van. Het wordt tijd enigszins aan mijzelf te denken. Laat hij maar in de Jellinekkliniek terecht komen! Kan ik die eindelijk een keer, als bezoeker, van binnen zien! Want niets, zoals Bernard Shaw reeds zei, gaat boven de directe, particuliere ervaring.