Dream on girls

Markéta Pilátová, Mijn ogen leiden je naar huis, vertaald door Edgar de Bruin, € 18,90

Markéta Pilátová, Mijn ogen leiden je naar huis, vertaald door Edgar de Bruin, € 14,90 (e-book)

Jan Antonin Bata, de eigenaar van het beroemde Tsjechische schoenenmerk, stichtte halverwege de vorige eeuw in Brazilië een aantal woongemeenschappen geheel volgens de idealistische ideeën van het nieuwe bouwen van Le Corbusier c.s. Rondom de Tweede Wereldoorlog vertrokken veel Europeanen naar Zuid-Amerika. Joden die voor vervolging waren gevlucht en nazi’s die onder schuilnaam decennialang hun gemeenschap in stand konden houden, kwamen elkaar tegen in de straten en de fabrieken van São Paulo, de ‘spirituele reuzenshaker’ van bevolkingsgroepen als Japanners, Arabieren, Portugezen en Spanjaarden, Indianen en Afrikanen. De Braziliaanse wereldstad is dan ook een perfecte locatie voor de halfjoodse Tsjech Jaromír, verzetsheld tijdens de Tweede Wereldoorlog, gevangene in concentratiekamp Auschwitz, werknemer bij Bata en ten slotte dubbelagent voor de Amerikaanse geheime dienst.

Jaromír is de man om wie de roman Mijn ogen leiden je naar huis van de jonge Tsjechische schrijfster Markéta Pilátová draait. Waar het woord smeltkroes, in het verleden gemakkelijk gebruikt om de voordelen van de multiculturele samenleving te benadrukken, in Nederland wel een besmet woord lijkt geworden, plaatst Pilátová haar kleurrijke hoofdpersonen kommerloos in wat met recht een smeltkroes mag heten: São Paulo. Pilátová heeft de vorm van haar boek afgestemd op de bruisende wereldstad waar het straatrumoer van alle kanten klinkt. Ze laat vijf verschillende stemmen aan het woord, van vier vrouwen en één man, Jaromír, die tezamen in een fascinerende polyfonie een verhaal vertellen van Europa, van jodenvervolging, nazisme en communisme. Er wordt nogal wat overhoop gehaald in deze roman, maar naar het einde toe blijkt alles volmaakt en betekenisvol in elkaar te passen.

De vier vrouwen zijn de twee jonge twintigers Lena en Marta, beiden van Europese afkomst maar geboren en getogen in São Paulo, en twee oude vrouwen, de Braziliaanse Luiza, getrouwd met Jaromír, en de Tsjechische Maruška. Maruška staat voor het oude Europa: gekleed in een zijden jurk waar zij jarenlang aan borduurde is zij ‘verslaafd aan haar eigen verleden’. Nooit wilde ze Praag verlaten, zelfs niet toen haar grote liefde Jaromír vluchtte voor het communisme en haar vroeg naar Brazilië te komen. Toch zal ze aan het einde van het boek als bejaarde vrouw in een spijkerbroek paard leren rijden.

De Brazilianen verlangen naar Praag: het is daar zo mooi, zo schoon, zo overzichtelijk en tegelijk vol traditie en betekenis. Het is een mythische plek voor de jonge vrouwen Lena en Marta. Maar in Praag wordt juist naar Brazilië verlangd: daar zijn de kansen voor een nieuw leven, vrijheid, zon, warmte. São Paulo is de stad ‘waar alles per miljoen gaat – mensen, huizen, dieren, de jungle, rivieren, alles is er absurd groot en in die grootte schuilt een keuzemogelijkheid’.

Er ontrolt zich een prachtig verhaal over spionage, liefde en verraad, met veel literair vernuft, humor en inlevingsvermogen verteld. Nergens wordt de toon zwaar. Dat komt doordat de vrouwen van Markéta Pilátová zo grappig, gevoelig en down to earth zijn. Zolang zij aan het woord zijn, of gevieren op een Praags flatje zitten te kletsen en intussen jurken en sjaals breien, word je vooral getroffen door de aanstekelijke bijna hippieachtige sfeer en door hun gezamenlijke streven naar iets wat makkelijk en moeilijk tegelijk is: de vrijheid om te doen wat je wilt.

Zo wil de jonge Marta, in Brazilië opgevoed in een huis vol Duitse boerenmeubels door een strenge en rijke moeder, geheel volgens de leer van Rudolf Steiner, graag haar geld verdienen door haar artistieke breisels te verkopen aan hippe Praagse boetieks, als de cursus ‘Internetspiritist worden’ toch een beetje tegenvalt.

En de twintiger Lena, opgegroeid in een joods gezin als stads meisje met de perfecte siliconen brazilborsten, wil koste wat het kost de familieranch aan de rand van het oerwoud runnen, met bijbehorende ruige cowboyman, de natuurmens Roberto. Het is het nieuwe Wilde Westen daar aan de rand van het oerwoud, inclusief land­lopers, waarzeggers en huur­moordenaars. Lena moet laten zien dat ze niet alleen de farm­dochter is die de baas komt spelen over de indianen, maar ook ‘een cowboy die moest leren de ketting te laten knallen’.

Dream on girls – maar het is zeker niet uit te sluiten dat deze vrouwen inderdaad alles naar hun hand zetten. Want Mijn ogen leiden je naar huis is een sprookje met echte mensen: vanuit de diepe duisternis trekken de nomadische helden de grote boze buitenwereld in, overwinnen een aantal wonderlijke obstakels, en bereiken hun doel, ook als dat doel aan de andere kant van de wereld ligt. Het is een aanstekelijk optimisme waarvoor we het geloof in de smeltkroes die Brazilië is hard nodig hebben.


Markéta Pilátová treedt op zondag 29 april op in de Straat van de Literatuur, onderdeel van het City2Citie __s_ -festival in Utrecht_. Ook de schrijvers Tomáš Zmeškal, zoon van een Tsjechische moeder en een Congolese vader, en Jáchym Topol treden daar op. Kaarten zijn verkrijgbaar via www.city2cities.nl