Dreigen met Dutroux

MIRJAM OLDENHAVE/CYNTHIA VAN ECK
VOOR JOU TIEN ANDEREN
Querido, 126 blz., Slashreeks € 11,95 (12+)

Geen breed uitgemeten drama. Geen jankverhaal. Geen pompeuze stijl: kinderboekenauteur én pleegouder Mirjam Oldenhave gebruikt maar weinig woorden om het waargebeurde, schrijnende levensverhaal van de illegale wees Cynthia van Eck (17) te vertellen. Maar met die woorden raakt ze je wel recht in het hart. Voor jou tien anderen, het tweede deel van Querido’s op actualiteit geïnspireerde Slashreeks, leest als een soort omgekeerde tragikomedie.
Ronduit laconiek klinkt Cynthia als ze haar verhaal begint: ‘Er waren drie slaapkamers in de flat: één voor mama Riet, één voor haar dochter Mia en één voor de pleegkinderen. Dat waren er acht. Als iemand zijn kind kwam brengen omdat hij zelf problemen had, zei mama Riet altijd ja, want ze had een groot hart. Maar ze had ook een kleine flat, dus de vloer van de derde kamer was bezaaid met matrassen en luchtbedden.’ Pas gaandeweg onthullen kleine zinnen en treffende beelden de dieptragische situatie waar Cynthia zich in bevindt.
Noem het een illegaal kindertehuis. Gerund door een ‘aan peuken hijsende’ vrouw met ‘het verstand van een kind’. Bijna – zo onwaarachtig lijkt mama Riet – een karikatuur: een ‘kattenvrouwtje’, dat in plaats van zwerfkatten zwerfkinderen opvangt. ‘Dik en zacht en warm’, maar incapabel wanneer je leest dat ze haar (soms) ruziemakende pleegkinderen (geloofwaardig geportretteerd) dreigt met tussenkomst van Dutroux, en bewust niet naar school stuurt.
‘Voor ons was het normaal’, luidt Cynthia’s ontnuchterende commentaar. ‘We waren daar gewoon gelukkig. Soms waren we zielig, maar dat is iedereen wel eens.’
Dat ‘geluk’ stokt acuut wanneer Jeugdzorg ingrijpt. Voor mama Riet geen probleem. ‘Morgen heb ik weer tien nieuwe’, laat ze de zorginstantie weten. Voor Cynthia – dan twaalf – een onoverkomelijke dreun. ‘Soms weet je iets in één klap’, vertelt ze. ‘Dan zit het erin, en gaat het er nooit meer uit (…) Daar bestond mijn leven uit: lege plekken bezet houden.’
Dit soort schijnbaar terloopse opmerkingen doen je de onbenoemde, ingehouden emoties pijnlijk voelen. Hoeveel kan een mens, een kind verdragen? Is ergens plaats voor Cynthia’s boosheid, angst en verlangen naar (moeder)liefde?
Veelzeggend zijn de drie herinneringsloze jaren die volgen. En treffend is het beeld van de sneltrein die door de jaren heen razend achteruitrijdt en tot stilstand komt in het huis van mama Riet, wanneer ‘pleegbroer’ Joyo contact zoekt. Dán ziet Cynthia zichzelf: haar portret beroert. En ontroert. Dankzij Oldenhave.