‘Misschien moet een boek een deuropening zijn’ © Antonio Olmos

Vlak achter het British Museum, in Bloomsbury, de wijk waar Virginia Woolf en haar literaire metgezellen van plein naar plein struinden, mijmerend over modernisme en andere zaken, ligt Bedford Square.

Het is een plein waarop je vanzelf wat zachter gaat praten, omringd door voorname georgiaanse huizen die nog steeds literaire connotaties hebben. Jonathan Cape startte hier zijn gelijknamige uitgeverij. Een straat verderop huist de London Review of Books. Aan de ene kant van het plein zit Maggs Bros, een antiquaar waar, als je nog wat over hebt, je voor een paar duizend pond een eerste druk van Dickens kunt kopen of een handgeschreven brief van T.E. Lawrence. Aan de andere kant zit het Wylie Agency, opgericht door Andrew Wylie, berucht omdat hij naam maakte door met vorstelijke voorschotten auteurs weg te kopen. De Jakhals, kreeg hij als bijnaam. Inmiddels vertegenwoordigt Wylie zo’n beetje de bekendste auteurs ter wereld.

Midden op het plein zit een klein, lief en gekmakend parkje, want: schoon, groen, kortgeschoren gras, royale bankjes, hoge bomen die in de kindertijd van koningin Elizabeth geplant moeten zijn, maar gesloten voor het publiek. Alleen de omwonenden mogen hun herenhuizen verlaten om in de garden de drukte van de stad te ontvluchten.

‘Engeland is een land van tuinen’, zegt schrijfster Ali Smith in het pand van het Wylie Agency. Ze komt de deur binnen en wordt ontvangen alsof ze van koninklijken bloede is. Ze lacht het van zich af. ‘Elke tuin heeft een hek, het is een plek waarop we zeggen: voor dit stukje grond zorgen we wel en voor dat stukje verderop niet. Dit is een terugkerend thema.’

Het past wel, zeg ik, want wie haar boeken leest, leest over personages die telkens ergens binnentreden waar ze nog niet zijn geweest, of bij wie wordt binnengetreden zonder dat ze er toestemming voor geven, ze hebben net een relatie achter zich gelaten, hebben net een ouder verloren, of ze vallen tussen tijdperken en genders in. Ze staan altijd op een drempel.

Dat bevalt me, zegt ze breed glimlachend. ‘Misschien moet een boek ook een deuropening zijn. Moeten we altijd op een drempel staan. Want als we niet op een drempel staan, dan betekent dat dat iets in ons stilstaat, dat we niet vooruit bewegen. Een drempel heeft een voorkant en een achterkant. Een drempel tref je alleen in een moment van beweging. Ervoor en erna. Bovendien hebben drempels instinctief een bepaalde kracht. Vroeger zochten mensen veiligheid in de deuropening van een kerk of voelden mensen zich pas getrouwd als ze over de drempel van een huis kwamen. Terwijl mijn land, schuine streep landen, niet naar beweging kijkt. In het Verenigd Koninkrijk wordt, meer dan ooit in mijn leven, gekeken naar stilstand, naar afsluiten – en de hekken aan de grenzen zijn het tegenovergestelde van drempels en deuropeningen.’

Dit is een beetje hoe Smith praat: steeds op zoek naar meerdere betekenissen van woorden, vol associaties, binnen een enkele zin een verwijzing naar een negentiende-eeuwse roman en een vijftiende-eeuws fresco. Ze stelt veel vragen terug, wil van alles weten, lacht veel, heeft een zacht Schots accent. Ze heeft een blauwe plek op haar kin, is met haar fiets in een wildrooster gereden, maar praat ook vrolijk over haar val. ‘Hoe zeg je wildrooster in het Nederlands?’

Ali Smith (1962) heeft een zachtaardig oeuvre bij elkaar geschreven dat op een organische manier een onvermijdelijke plek heeft ingenomen in de hedendaagse literatuur. Zachtaardig, omdat haar romans niet over grote gebeurtenissen lijken te gaan, zoals zoveel grote Britse boeken. Geen oorlogen, geen uit elkaar vallend rijk, geen diepe familiegeschiedenissen vol uitzonderlijke individuen. Maar gewoon redelijk normale mensen, op normale plekken, die zich misschien een beetje excentriek gedragen. There But For The (2011) gaat over een man die op een feestje komt en na het hoofdgerecht beslist zich voorgoed op te sluiten in de badkamer. How to Be Both (2014) gaat over een jong meisje dat niet direct op haar vrouwelijkheid zit te wachten, dat rouwt om haar moeder en een obsessie opvat voor een renaissance-kunstenares die zich voordeed als man, om zo serieuzer genomen te worden.1

In een uiterste poging zo blurb-baar mogelijk te schrijven, noemde een recensent Smith eens ‘de Schotse Nobelprijs-laureaat in afwachting’. Die blik op de Nobelprijs heeft snel iets potsierlijks, alsof daar een oeuvre van afhangt, maar het is geen gek idee. Want zo warmmenselijk als haar boeken zijn, stuk voor stuk hebben ze een diepe, maatschappelijke insteek waar de Zweedse Academie doorgaans zo voor valt.

Hoogtepunt is Smiths seizoenenkwartet, bestaande uit Autumn (2016), Winter (2017), Spring (2019) en Summer (2020), vier boeken die zo dicht mogelijk op de tijdgeest zijn geschreven. De klimaatcatastrofe, Brexit, Trump, de vluchtelingencrisis, het voortmarcherende populisme, de brand in Grenfell Tower – vaak worden ze niet eens bij naam genoemd in de romans, maar de thema’s resoneren in de dilemma’s van haar personages; onvrijheid tegenover gastvrijheid, nostalgie tegenover toekomst, angst tegenover hoop. Door Smiths agent zijn die vier boeken pontificaal op tafel neergezet, als een jury staan ze naar ons toegedraaid, met de David Hockney-landschappen op de cover.2

Smith: ‘Ken je de films van Éric Rohmer?3 Hij maakte films waarin de cyclus van dood en wedergeboorte uit de natuur doorwerkte, en ik dacht toen al, twintig of dertig jaar terug, dat ik dat op een dag ook wilde doen. Toen trof me dat omdat ik van Schotland naar Engeland verhuisde en zag hoe in Engeland de seizoenen anders aanvoelden dan thuis4. Maar in de laatste tien jaar merkte ik, zoals iedereen, steeds meer dat de seizoenen zelf anders begonnen aan te voelen. Winter werd minder winters, herfst werd een seizoen waarin je best een korte broek kan dragen, of anders hoge regenlaarzen, vanwege de soms catastrofale regenval.

Ik wilde schrijven over die verandering, over welke associaties we hebben met de woorden voor de seizoenen. De vier boeken zouden gaan over klassieke literatuur, over kunst. Maar toen ik in 2015 aan het eerste boek werkte, ging dat niet vanzelf. Ik moest een oude vent zien te negeren, een man die een eeuw had meegemaakt, die in mijn hoofd op de deur aan het kloppen was. Je hoort thuis in een ander boek, zei ik tegen hem. Maar toen werd het 2016. Je voelde het jaar als een onweerswolk over het land schuiven. Op een dag zat ik met mijn partner Sarah5 in de trein. We gingen van een klein festival in Whitstable, het kustplaatsje, terug naar Cambridge, waar we wonen. Onderweg zagen we overal posters over de Brexit hangen, zagen we de woede die in het land sluimerde en die naar de oppervlakte kwam, een woede die wij misschien onderschatten omdat we in een universiteitsstad woonden.’

Dit zal zijn wat veel mensen afgelopen jaar in Nederland meemaakten met de protesterende boeren. Midden in de stad merk je er niks van, maar als je tien kilometer verderop door de polder fietst, zie je omgekeerde vlaggen hangen.

‘En wat je leert is dat je in een bubbel leeft. In a mirage. Jouw verhaal is niet het enige verhaal. Opeens ontdek je dat de maatschappij anders in elkaar steekt dan je denkt, dat de puzzelstukken niet kloppen, dat je opnieuw moet gaan bedenken hoe je, letterlijk, samen kunt leven. En in de trein zei ik tegen Sarah: ik moet opnieuw beginnen. De zestig pagina’s die ik geschreven heb kunnen weg. Ik had een naderende deadline dus ik belde mijn uitgever op en zei: geef me nog zes weken, want ik weet nu wat me te doen staan. En vervolgens liet ik in mijn hoofd die oude man binnen en dat was dat. And then the book just happened.’

Het is grappig om te horen dat u het boek zo snel schreef. Al uw boeken voelen heel intuïtief aan. Hoe kwam u tot How to Be Both?

‘Ik werkte in een tweedehands boekwinkel in Cambridge, een goede-doelenwinkel. En jarenlang lag daar een Arts Council-catalogus uit Florence, waarin allerlei fresco’s stonden. Ik bladerde er graag doorheen. Veel van die fresco’s waren beschadigd geweest, en dus kon je op de foto’s zien dat er achter die fresco’s op de muur was geschilderd – soms precies wat het fresco ook afbeeldde, maar soms iets heel anders. Ik dacht: als je een fresco ziet, zie je alleen de bovenste laag. Net als met een boek. Of: net als met een mens. Toen dacht ik: hoe kan ik dit tot een boek omzetten waarin ik zowel de oppervlakte als de diepte laat zien? Dus ik dacht: ik maak twee verhalen die onder elkaar zitten. En toeval zou bepalen in welke volgorde je zou lezen en dus welk verhaal het diepe verhaal voor je zou zijn en welk verhaal de oppervlakte.’6

‘Denk je niet dat boeken om gastvrijheid draaien? Iemand gaat zitten en vertelt een verhaal, of luistert naar jouw verhaal’

Hoe kwam u tot Companion Piece?

‘We zaten in lockdown en ik zat na te denken over andere periodes van lockdowns: in de tijd dat de zwarte pest hele gemeenschappen decimeerde, werden er wetten opgesteld die bepaalden dat mensen niet van dorp naar dorp mochten trekken. Dit was omdat er anders geen mensen meer waren om arbeid in het dorp te verrichten. Wie wel rondtrok, kon worden aangemerkt als vagebond en kon de “V” op zijn gezicht gebrand krijgen. Ik dacht aan de mensen die de brandijzers smeedden in het vuur om ze daarna te moeten afblussen om het ijzer te laten uitharden. Om ze vervolgens weer te moeten opwarmen om er mensen mee te brandmerken. Ik dacht aan hoe gigantisch het verschil tussen een letter of een andere letter kan zijn. In dit geval: curfew, dus avondklok, en curlew, de vogel die kan vliegen waar hij wil. And then the book just happened.’

Dat zei u net ook. Uw boeken voelen aan alsof u niet met grote vooropgezette plannen begint, maar eerder alsof u op papier hardop nadenkt.

‘Dat bevalt me opnieuw. Het proces van denken is het proces van tot een begrip komen – het is op de drempel staan! (lacht) Je kunt naar binnen of naar buiten. Het is belangrijk, denk ik steeds vaker, dat je je denken deelt, laat zien hoe je tot iets komt. 2016 heeft laten zien wat er gebeurt als je de mogelijkheid tot nadenken wegneemt. Taal veranderde in slogans, gedachten werden alleen uitgesproken nadat ze getest en geslepen waren – waarin ze vooral communiceerden dat een eindpunt was bereikt, dat de conclusie vaststond. Het proces verdween. Woorden werden retoriek, elke dubbelzinnigheid verdween. Ik geloof dat Simone de Beauvoir eens zei: “Fixed rhetoric is like the opposite of life”, maar dan vast in het Frans. Niet alleen tussen politici maar ook tussen burgers waren geen uitwisselingen van gedachten, maar plaatsbepalingen. Hier sta jij, hier sta ik. Het levensgrote probleem is waar we nu in leven, namelijk dat wanneer je een samenleving opdeelt in een referendum tussen leave en remain, je na de stembusgang die opdeling niet wegneemt. Die blijft.’

Ali Smith thuis Cambridge, maart 2019 © Antonio Olmos / Guardian / Eyevine / ANP

U bent Schots. Hoe kijkt u naar de toekomst daar?

‘Schotland is economisch shafted – belazerd. Noord-Ierland ook. Ik weet niet wat er gaat gebeuren in Schotland.7 Maar als ik vanuit Cambridge naar Schotland ga, dan voel ik een warmte, voel ik een gastvrijheid en een opgewektheid die in Engeland wordt belemmerd door alle bitterheid die naar boven is gekomen. In Schotland krijg ik een gevoel van een land zoals een land zou kunnen zijn.

Mag ik weer over drempels verder gaan? Ik zit na te denken over drempels en deuropeningen. Denk je niet dat boeken om gastvrijheid draaien? Iemand gaat zitten en vertelt een verhaal, of luistert naar jouw verhaal. Ik verwelkom je in mijn verhaal. Die uitwisseling – dat is wat het is om samen te leven. Dat is wat het is om mens te zijn. Maar om mens te zijn moeten we ons steeds weer openstellen voor andere mensen. Kijk naar het werk van W.G. Sebald – ken je trouwens mijn Sebald-verhaal?’

Vertel.

‘Ik had net zijn roman De emigranten gelezen, een boek zoals ik nog nooit had gelezen. Ik werkte toen nog op verschillende universiteiten, op de letterkunde-afdeling. Op een dag ging ik naar de universiteit van East Anglia8, om voor een fellowship te solliciteren. Ik werd opgehaald door een geweldig vriendelijke man, verlegen en toch warm, met een klein snorretje. Hij stelde zich voor als Max. Hij had een geweldig aangenaam charisma, moeiteloos. Hij nam me mee naar de sollicitatie, het gesprek ging goed, en die nacht lag ik in bed en opeens schrok ik wakker. Ik dacht: nee. Ik pakte De emigranten en wie stond er op de achterflap?’

Max!

‘Het was Max! Je denkt niet bij een schrijver die W.G. Sebald heet aan een zachtaardige, galante man met de roepnaam Max. Sebald is veel te vroeg gestorven9. Ik denk dat we net pas zijn begonnen zijn oeuvre te gaan begrijpen. Kijk naar de vluchtelingencrisis. Sebald schreef over grenzen – niet alleen over hoe ze mensen buitensluiten, maar ook over hoe ze mensen binnensluiten. In Europa sluiten we onszelf op.’

Behalve grenzen en drempels is een van de andere terugkerende thema’s in uw werk de dood – en rouw in het bijzonder.

‘Dood! Dat is ook een drempel. Geen dichte deur. Want jij weet ook: als iemand overlijdt is die niet weg, je draagt die persoon met je mee. Rouw kun je niet op afstand houden10, je kunt het niet ontkennen – ontkenning is iemand anders’ verhaal niet toelaten. Ik lees nu een geweldig boek dat The Wrath to Come heet, van Sarah Churchwell. Het is een studie naar de culturele betekenis van Gone with the Wind en hoe dat boek, en daarna de verfilming, bij rechts Amerika een fantasie van het slavenhoudende Zuiden in de VS in stand hield. Je kunt een directe lijn van Gone with the Wind naar Trump en de bestorming van het Capitool trekken. Het gaat over de ontkenning van de geschiedenis; over hoe sommige mensen niet willen erkennen dat iets verleden tijd is.’

De fantasie is belangrijker dan de realiteit?

‘Ik moet weer aan Sebald denken. Die scène waarin hij een kapotgebombardeerde Duitse stad beschrijft, en in een huis staat een vrouw een raam te lappen. De hele ruit is in scherven, maar het ene stukje glas dat nog op zijn plek zit maakt ze schoon, alsof het hele bombardement niet heeft plaatsgevonden.’

Opeens ontdek je dat de maatschappij anders in elkaar steekt dan je denkt, dat de puzzelstukken niet kloppen

Smiths nieuwste boek, Companion Piece, verscheen vorig jaar. In het Nederlands: Gezelschap. Haar romans verschijnen in Nederland al jaren bij Prometheus. Hoewel ze het zelf zeker niet zo ziet, hebben veel van haar internationale uitgeverijen het gepresenteerd als een vijfde deel van haar seizoenenkwartet, en heel gek is dat niet. Het heeft dezelfde toon, en zit net zo dicht op de actualiteit, in dit geval: een lockdown. In Companion Piece zit een vrouw thuis, in rouw, in lockdown – en wordt steeds lastiggevallen door een broer en zus, die denken dat zij een affaire met hun moeder heeft.

‘Zijn het een broer en zus? De ene heeft geen gender – het was voor het eerst dat ik over een personage schreef waarbij ik zelf ook geen idee had welk gender die had. Ik vond het heel bevrijdend.’

De hoofdpersoon probeert ook te grijpen naar hoe ze die kinderen moet benaderen, en hoe ze zich moet uitdrukken – en valt dan in hun val waarin zij met woke theorieën haar taal kunnen aanvallen…

‘Woke – dat is ook zo’n woord. Wakker. Het komt uit de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, een beweging die elk zinnig mens toch waardevol vindt. Maar het is een woordje als een handgranaat geworden. Conservatieve politici hebben van woke een woord gemaakt dat staat voor onredelijkheid, voor zelfmedelijden – het is sloganeering, ze hebben dat woord opgeblazen en als ze maar vaak genoeg “woke, woke, woke!” roepen, hoeven ze het niet meer te hebben over waarvoor we wakker moeten zijn. Ongelijkheid, racisme, discriminatie, uitbuiting – problemen waar zij geen oplossing voor bieden. Woke. Wakker. Het is zo’n vreemd idee dat wakker-zijn belachelijk wordt gemaakt. Wie wil er nu slaapwandelend door het leven gaan?’

Gaat u in Companion Piece niet een stap verder? Want de jongeren aan de deur die maar blijven aanbellen komen met allerlei anti-patriarchale termen en theorieën, maar als je voorbij hun theorieën kijkt, zijn het gewoon verdrietige kinderen, bang dat ze hun moeder kwijtraken. Hun identiteitspolitiek is een manier om zich te beschermen tegen de wereld.

‘Precies. Maar daar is niks mis mee! Identiteitspolitiek is geweldig. Het heeft mensen die dat eerst niet hadden kracht gegeven te zeggen: dit is wie ik ben. Het probleem is dat het gevaarlijk is jezelf te strikt te categoriseren, want mensen zijn nu eenmaal fluïde. Ze zijn veranderlijk, uitzonderlijk, veelzijdig. Het is Ovidius11, die wist dat al – mensen overleven alles als alle deuren maar openstaan. Ik moedig het altijd aan als mensen zeggen: dit is wie ik ben! Maar dan zeg ik er graag bij: aangenaam, leuk je te ontmoeten, en we zien wel wie je over vijf jaar bent. En wie ik over vijf jaar ben. Want dat is altijd in ontwikkeling. Ik heb nog geen idee.’

Wie Ali Smith wil zien: op 28 april viert De Groene Amsterdammer tijdens een speciale avond in de stadsschouwburg van Amsterdam (ITA) zijn 145-jarige bestaan. Met zang, dans en ronkende lezingen van prominente denkers. Ali Smith zal een van de hoofdsprekers zijn


  1. Al vier keer stond Ali Smith op de shortlist van de Booker Prize, zonder te winnen. Om gek van te worden. 

  2. Smith ging ervan uit dat het een onmogelijk verzoek was om Hockney’s landschappen voor het omslag te vragen en vergat het idee bijna. Na een tijd nam haar uitgever haar mee op een lunch en trok onverwacht vier vellen uit zijn tas: Hockney had de omslagen voor alle vier de boeken ontworpen.  

  3. Éric Rohmer, 1920-2010: Rohmer, voormalig redacteur van de invloedrijke Cahiers du cinéma, werd als regisseur een van de boegbeelden van de Franse nouvelle vague. In de jaren negentig regisseerde hij Contes des quatre saisons, vier films waarin de natuur symbool stond voor de dood, wedergeboorte en permanente vernieuwing in de levens van zijn personages.  

  4. Thuis voor Ali Smith is Inverness, de centrale stad in de Schotse Hooglanden, met een vroeg Middeleeuws centrum. Haar ouders behoorden tot de arbeidersklasse. In haar jeugd had de stad precies één boekhandel, die alle fictiepockets in de kelder bewaarde. ‘Ik leefde zo ongeveer in die kelder’, zegt Smith. 

  5. Haar partner is Sarah Wood, een filmmaker die zich gespecialiseerd heeft in het werken met archiefbeelden en found footage en wier werk onder meer op het International Film Festival Rotterdam is vertoond. 

  6. How to Be Both werd in twee edities gedrukt, eentje die begon met het verhaal van de contemporaine George en werd gevolgd door het verhaal van de renaissance-kunstenares – en eentje omgekeerd. In de boekhandel kon je aan de kaft niet zien welke versie je in handen had.  

  7. In december bepaalde een Britse rechtbank dat er pas weer een referendum over Schotse onafhankelijkheid mag komen als de regering daar toestemming voor geeft, een klap voor de Scottish National Party van Nicola Sturgeon, die dit jaar een referendum wil.  

  8. Eind jaren tachtig ging Smith naar Cambridge om te promoveren op de Amerikaanse modernisten. Enige tijd was ze verbonden aan de Universiteit van Strathclyde in Glasgow. Ze maakte haar promotie niet af, omdat ze inmiddels druk bezig was als schrijver van romans en toneelstukken.  

  9. Sebald stierf in december 2001, aan een hartaanval, terwijl hij achter het stuur zat, slechts 57 jaar oud.  

  10. In een interview in The Paris Review vertelde ze het zo: haar moeder overleed in 1990 en Smith dacht: doorgaan, dit is nu eenmaal het leven, we roll on. En op een dag stak ze de straat over en voelde het alsof iets haar keihard een klap op haar hoofd gaf. Alsof ze door een honkbalknuppel geraakt werd. Het was de rouw, zei ze, en maandenlang kon ze niet uit bed komen.  

  11. In 2007 publiceerde Ali Smith Boy Meets Girl, een moderne hervertelling van Ovidius’ Metamorfosen, over de als vrouw geboren maar als man opgevoede Iphis, die door de godin Isis tot man wordt getransformeerd. Smith’s versie speelde zich af in Inverness.