Drentse nacht

Terwijl mijn moeder mij naast haar ziekenhuisbed voor haar broer aanziet, denk ik stiekem na over schaliegas. Stiekem, opdat de tegenstanders het niet merken.

Nu is mijn moeder gevallen en heeft ze haar heup gebroken. Je kon erop wachten, zeggen mijn zusters en ik tegen elkaar. De eerste nacht blijft mijn jongste zuster bij haar in het ziekenhuis om te voorkomen dat ze uit bed stapt. De volgende dag is de heup aan elkaar geschroefd en blijft mijn oudste zuster bij haar, en ten slotte reis ik naar het noorden voor een wacht die om vier uur ’s middags begint en de volgende ochtend om zeven uur zal eindigen.

In het ziekenhuis ontmoeten technologie en het menselijke elkaar. Je kunt een heup prima vastschroeven, maar een dementerende patiënt houd je alleen in bed door er iemand naast te zetten. In het geval van mijn moeder, koppig en met nauwelijks een waarneembare pijngrens, betekent dat 24 uur.

Dat zijn lange uren als iemand om de vijf minuten zegt dat ze er nu wel uit wil.

‘Je mag niet uit bed. Je hebt je heup gebroken.’

‘Ach, ga weg.’

Wijzen op het infuus, de andere omgeving, het helpt allemaal maar even.

Ondertussen valt de avond. Ik vul de tijd met Tussen hoogmoed en hysterie, het uitstekende boek dat Remco de Boer schreef over fracking in Nederland.

Begin jaren tachtig organiseerde de overheid een Brede Maatschappelijke Discussie over kernenergie. Toenmalig minister Jan Terlouw omschreef die discussie na afloop als ‘een welles/nietes-debat (…) met telkens dezelfde mensen’. Ik was erbij en kan dat beamen. Kwesties worden zelden opgelost met argumenten en de politiek houdt vooral belendende percelen nat.

Exploratiebedrijf Cuadrilla kreeg in 2009 toestemming om in Nederland proefboringen te verrichten. Zes jaar en eindeloze gesprekken later is er nog niets de grond in gegaan en is de schaliegasdiscussie verworden tot een orgie van onbegrip, onwil, politiek gezwalk en retoriek die varieert van ‘zonder schaliegas zitten we straks in het donker’ tot ‘ze vergiftigen ons met die boringen’.

‘We gaan nu maar naar huis’, zegt mijn moeder, die zich al bijna heeft opgericht.

‘Nee, je hebt je heup gebroken. Je ligt in het ziekenhuis.’

Ze kijkt me aan alsof ik heb gezegd dat Pasen en Pinksteren eindelijk op dezelfde dag vallen.

Een verpleger brengt eten.

‘Wat fijn dat er iemand bij u is’, zegt hij.

Het is de slaap van de prooi, altijd op haar hoede

‘Mijn broer heeft altijd voor mij gezorgd’, zegt mijn moeder.

Volgt een lofzang op haar broer, die ben ik nu blijkbaar, en dat hij zo goed voor haar is. Ze laat zich overhalen om een paar lepels soep tot zich te nemen, maar duwt de kom al snel en met zichtbare weerzin weg. Haar relatie met voedsel is moeizaam. Ik weet nauwelijks wat er voorgevallen is in haar jeugd. Waarover niet gesproken kon worden, werd taboe. Het enige wat ze ooit vertelde is dat ze in de oorlog aankwam bij haar onderduikgezin en daar zuurkool kreeg en vroeg of ze morgen weer zo veel mocht eten. Ik ken haar als iemand die eet met de onrustige haast die je ziet in natuurfilms die de struggle for life nog eens uitleggen.

De avond vordert, medicatie wordt gebracht. Mijn moeder dommelt weg. Een verpleger brengt mij koffie en een boterham.

‘Waarom heb jij wel eten en ik niet?’

Weer wakker, dus.

Ik vertel dat ze al heeft gegeten.

‘Dat is helemaal niet waar! Jij laat mij hier maar honger lijden en zelf eet je alles op. Egoïst!’

Ik ben blijkbaar niet meer haar broer, maar wie ik nu wel ben is onduidelijk.

Of ik iets zal halen?

‘Nee. Ik heb geen honger.’

Hoe noem je een dialoog waarin twee mensen niet met elkaar praten?

Mijn moeder dommelt weg, schrikt wakker en slaapt weer in. Het is de slaap van de prooi, altijd op haar hoede. Ik begin me een kruising tussen David Attenborough en Freud te voelen.

Het meest verbijsterende in de schaliegasdiscussie is de taboeïsering van het onderwerp. Zodra de ongeruste burgers en de milieuactivisten elkaar hebben gevonden en de geschrokken politiek terugdeinst, ontstaat er een sfeer waarin iedereen op eieren loopt en het wantrouwen exponentieel toeneemt. Zelfs denken over schaliegas is niet meer mogelijk. Onderzoek mag niet worden gedaan, want: exploratie leidt tot exploitatie. Gruwelverhalen over ‘Amerikaanse toestanden’ doen de ronde, ook al is de situatie hier heel anders en zijn wildwestpraktijken in het overgereguleerde Nederland nauwelijks mogelijk. Het Britse exploratiebedrijf raakt in verwarring en toont de reflex die je vaker ziet bij bèta’s: emoties bestrijden met nog meer informatie.

Vormen van fracking worden in Nederland al vijftig jaar toegepast in de zoektocht naar en exploitatie van gas en olie. Er is bijna geen put in het land die niet met druk en chemie in bedrijf wordt genomen en gehouden. Dat is in het geval van schaliegas niet veel anders. Maar het is een nieuwe vorm van winning, dus alleen onderzoek kan nieuwe voor- of nadelen aan het licht brengen. Dat willen de tegenstanders niet. En de voorstanders hebben de vrees van de bezorgde burger eerst niet begrepen en daarna onderschat. Van een dialoog is, na zes jaar, geen sprake meer. Er zijn alleen nog maar vijandbeelden en betrokken stellingen die worden verdedigd met steeds zwaarder geschut.

Buiten heeft het zwart van de Drentse nacht plaatsgemaakt voor aarzelend ochtendgrijs. Ik meld mij af bij de verpleging en loop naar het station met een hoofd vol mislukte discussies en niet-gevoerde gesprekken. De eerste fietsers zijn op weg naar het werk. Het leven komt op gang.