Wordt Zuid-Soedan de zoveelste failed state?

Drie dagen door de modder

De officiële uitslag van het referendum in Zuid-Soedan komt pas over enkele weken, maar het is al duidelijk dat een overweldigende meerderheid kiest voor afscheiding van het ‘Arabische’ noorden. Wat is de toekomst van Zuid-Soedan?

Medium niet echt mensen om ruzie mee te krijgenkl

DIT WAS NIET ZO MAAR een stemming. Miljoenen mensen in Zuid-Soedan hadden jaren naar dit moment toegeleefd. Het werd een volksraadpleging met een bijna ‘sacraal’ karakter. In sommige kerken werd in de preek het woord ‘afscheiding’ vervangen door het bijbelse ‘exodus’ en de stembussen werden op het einde van de dag - het referendum nam zes dagen in beslag - met zoveel eerbied en zorg verzegeld en opgeborgen dat het leek alsof het ging om even zoveel Arken van het Verbond. In de avond van 15 januari werd op de meeste plaatsen al begonnen met de telling. In de stembureaus heerste in die fase een waardige stilte, afgezien van de lokale referendumstaf die de stembiljetten een voor een aan het publiek toonde en vervolgens formeel aangaf wat de betrokkenen hadden gekozen. En zo klonk tot diep in de nacht op duizenden plekken in Zuid-Soedan: ‘Afscheiding’… ‘afscheiding’… ‘afscheiding’…

Al bij Soedans onafhankelijkheid in 1956 wilde het zuiden weg van het noorden. Het wilde zich aansluiten bij zwart Afrika, de regio waar het cultureel beter bij paste. Maar het liep dus anders. De Britten twijfelden. Maar de elite in Khartoem wilde het land bijeenhouden. Doorslaggevend was volgens sommige historici evenwel de stem van Caïro. Tot op het moment van de onafhankelijkheid was Soedan een Brits-Egyptisch condominium. De Egyptenaren wilden geen aanvullend, vanuit Caïro moeilijk te controleren land aan de Nijl. En zo ontstond een van de ergste weeffouten van het wereld-wijde dekolonisatieproces. Al meteen bij de onafhankelijkheid namen zuiderlingen de wapens op. En afgezien van een broze vredesperiode rond de jaren zeventig is er verder gevochten tot bijna in 2005, toen er onder zware internationale druk een vredesakkoord tot stand kwam.

Medium den haag  mundare   zuid soedan 213kl

Nu wordt de tegenstelling vaak toegeschreven aan botsende religies. Een islamitisch noorden met sharia tegenover een deels christelijk, deels ‘animistisch’ zuiden. Maar dit is iets wat op het moment van Soedans onafhankelijkheid in feite minder scherp speelde. In de jaren vijftig en zestig was de islam in het noorden relatief relaxt. In Khartoem, aan de oever van de Nijl, stond de enorme ‘Blue Nile Brewery’, die de hoofdstad en wijde omgeving voorzag van Camel Brand bier. En in Port Sudan, de toen nog kosmopolitische handelsstad aan de Rode Zee, stonden overal kerken - en dat nog wel, hemelsbreed, op slechts zo'n 250 kilometer van de heilige stad Mekka. Trouwens ook nu is het moeilijk om ‘de islam’ in Noord-Soedan te typeren. De huidige overheid is strak in de leer. Eeuwenlang was de regio via het stadje El Geneina in Darfur tot aan de pelgrims-haven aan de Rode Zee de grote doorgangsroute voor hadj-gangers vanuit West-Afrika. En dat heeft zeker een stempel van vroomheid op het land gedrukt. Maar tegelijkertijd zijn veel Noord-Soedanezen zelf - misschien wel de meerderheid - aangesloten bij allerlei soefi-broederschappen. En daarmee hebben zij zich in de ogen van strenge moslims zelfs totaal buiten de umma, de islamitische geloofsgemeenschap, geplaatst.

IN FEITE was religie slechts een van de vele factoren die bij de start van de burger-oorlog een rol speelden. Soedan is veruit het grootste land van Afrika. Het loopt van woestijn in het noorden tot aan oerwoud in het zuiden. En langs oude stamverbanden zit het vastgeklonken aan Congo, Oeganda en Ethiopië. In zo'n gevarieerd en onmetelijk gebied is het vrijwel ondoenlijk om ‘de boel bij elkaar te houden’. Op te veel vlakken schuurt het - taal, cultuur, waarden, etnische diversiteit, levenswijze, de positie van de vrouw en ook een verschillende kijk op de geschiedenis. Waar het noorden trots dacht in termen van ‘economische expansie’ zag het zuiden slechts ‘exploitatie’. De zuidelijke provincies waren ooit jachtveld voor slaven. En ook nu hoor je zuiderlingen soms klagen dat zij in Khartoem nog wel eens worden aangesproken met het Arabische ‘abd!’ (‘hé, slaaf’!).
Overigens, het zuiden is op zich ook weer zó groot - vijftien keer Nederland - dat het op zijn beurt ook weer diepe culturele en etnische verschillen kent. Dit is meteen dus een van de gevaren die voor een onafhankelijk Zuid–Soedan op de loer liggen.

Medium culturele veschillen met het arabische noordenkl

Vanaf Zuid-Soedan loopt via Oeganda en Kenia een van de grote breuklijnen van Afrika naar Tanzania, te weten die tussen de bantoes en de niloten. In Tanzania heeft dat geen problemen opgeleverd. Daar leven de Masai (niloten) vrijwel wrijvingsloos tussen de andere stammen. Maar in Kenia ging het wél heel erg mis, getuige de recente geweldsuitbarstingen. En hetzelfde geldt voor Oeganda, waar de vermeende achterstelling van de nilotische Acholi-stam onder meer leidde tot een in de hele regio gevreesde verzetsbeweging, de Lord’s Resistance Army. In Zuid-Soedan werd het oorspronkelijke verzet vooral geschraagd door twee trotse, semi-nomadische volkeren, de Dinka en de Nuer. Beide behoren tot de nilotische groep. Met name de Dinka, de veruit grootste stam (maar zij vormen niet de absolute meerderheid) hebben veel macht naar zich toegetrokken. Dit is een risico. Wat politieke balans betreft is het in dat opzicht gunstig dat de nieuwe hoofdstad van Zuid-Soedan, Juba, buiten Dinka-gebied ligt.

Medium semi nomadische dinka met hun veekl2

Van die nilotische stammen gaat voor buitenstaanders een enorme fascinatie uit. Geïsoleerd door uitgestrekte Nijl-moerassen leven zij in sommige opzichten soms nog bijna in het Bronzen Tijdperk. De niloten zijn vaak uitermate strijdvaardig. Niet direct mensen waarmee je ruzie wilt krijgen. Bij sommige jongeren, met name in het grensgebied tussen Noord- en Zuid-Soedan, proefde ik de afgelopen tijd zelfs een zekere teleurstelling over dat referendum. Een referendum is voor hen toch wat feminiens. Een ‘echte’ man gaat toch zeker niet stemmen!? Die vecht! Tijdens een lange, steeds vrolijker avond met enkele vooraanstaande leden van het referendumbureau - een avond diep in het binnenland - kwam het gesprek niet onverwacht op de thema’s ‘vrouwen’ en ‘vrouwelijk schoon’. ‘Wat maakt een nilotische vrouw nou echt hélemaal onweerstaanbaar?’ vroeg ik voorzichtig. Na kort beraad zag het lijstje er als volgt uit: a) een rijzige gestalte, b) vooruitstekende, uit elkaar staande tanden en c) zwart tot bijna zwart tandvlees. Met dat lijstje in het achterhoofd is me nadien opgevallen dat veel vrouwen binnen de Zuid-Soedanese elite inderdaad aan die drie schoonheidscriteria voldoen.

Medium cultureel verschillend van het arabische noordenkl

IN 1983 besloot Khartoem sharia-wetgeving in te voeren, ook in het niet-islamitische zuiden. Dit was de belangrijkste aanleiding voor het zuiden om na tien jaar relatieve rust de wapens weer op te pakken. Maar ook een gewaagd Egyptisch-Soedanees waterproject, het zogeheten Jonglei Kanaal, speelde een grote rol. Khartoem en Caïro wilden met een driehonderdzestig kilometer lang waterafvoerkanaal langs de Witte Nijl de jaarlijkse vorming van moerassen verminderen. Het zou verdampingsverlies voorkomen en het watervolume van de Witte Nijl stroomafwaarts - in Egypte en in het dorre Noord-Soedan - doen toenemen. Maar voor de lokale stammen zou het plan dramatische gevolgen hebben. Moerassen zouden droogvallen; vis, een belangrijke voedingsbron voor niloten, zou verdwijnen; eeuwenoude weidegronden zouden verdorren. Niemand in het zuiden was van dat project gediend. En toen gebeurde het dus: in een van de opzien-barendste gevechtshandelingen bij de hervatting van de burgeroorlog werd het gigantische, uit honderdduizenden onderdelen opgebouwde en tot ‘Sarah’ gedoopte graafmonster van Duitse makelij opgeblazen. Het kanaal was op dat moment al voor tweederde af. Er wordt wel eens gezegd dat er ooit oorlog om het Nijl-water kan komen. Nou, die hervatte burgeroorlog begin jaren tachtig was in zekere zin al de -‘Eerste Nijlwateroorlog’. Nog steeds is in het vlakke landschap Sarahs verroeste karkas van heinde en verre te zien.

In de stapel dossiers die rond de afscheiding nog zullen moeten moeten worden opgelost - de grensafbakening, de toewijzing van de natio-nale schuld, de nationaliteitsregelingen voor zuiderlingen in het noorden en voor noorderlingen in het zuiden, de verdeling van het Nijlwater - zit ook een dossier over een andere belangrijke vloeistof: olie. Het merendeel van de olierijkdom - zo'n tachtig procent - bevindt zich in het zuiden. In het vredesakkoord werd vastgelegd dat voor de duur van het akkoord (zes jaar) de helft van de olie-inkomsten naar Khartoem gaat en de andere helft naar Juba. Maar na afloop van die transitieperiode op 9 juli aanstaande blijven in beginsel alle inkomsten uit de ‘zuidelijke’ olie, minus de transportkosten richting Port Sudan en andere servicekosten, in het zuiden. Dit was in 2004 bij de onderhandelingen al een moeilijk punt, maar nu is dat voor Khartoem wel extra zuur geworden. In 2004 schommelde de olieprijs nog binnen een bijna pre-historische opec-bandbreedte van rond de 28 dollar per vat. Nu is die prijs drie maal hoger. En de hoeveelheid ‘bewezen voorraden’ is de afgelopen zes jaar opgelopen van ruim één miljard naar zo'n vijf miljard vaten. Kijkend naar die verdrievoudiging, respectievelijk vervijfvoudiging, heeft Khartoem bij dat vredes-akkoord dus als het ware vijftien keer meer ‘weggegeven’ dan het in 2004 veronderstelde. Veel van de olie-infrastructuur ligt in Noord-Soedan - de pijpleidingen, de -pompstations, de bijbehorende energiecentrales, de raffinaderijen, de verschepingsinstallaties in de haven van Port Sudan. Dit geeft Khartoem de kans om ook na de onafhankelijkheid greep op het oliegebeuren te houden. Maar er zijn limieten. Nu al dromen sommige Zuid-Soedanezen van een alternatieve oliepijplijn naar de Keniaanse havenstad Mombassa. En anderen gaan nog verder. Waarom geen pijplijn die aansluit bij de nieuwe olievelden rond het Albertmeer tussen Congo en Oeganda en die doorloopt naar de Congolese havenstad Matadi aan de Atlantische oceaan?

Medium een  open hand  was op het stembiljet symbool voor  afsched ng kl

OLIERIJKDOM kan een zegen zijn maar ook een vloek. En er zijn nog zo veel meer gevaren die Zuid-Soedan als nieuw, jong land aan de Nijl kunnen bedreigen. Een ervan is dat het gebied overspoeld wordt door buitenlanders die met het vredesdividend aan de haal gaan. Juba is in enkele jaren tijd een boomtown geworden. Een magneet voor vlijtige Kenianen, Oegandezen, Somaliërs en Ethiopiërs. En ook voor Europeanen en Chinezen. Door haar lange isolement en ook door haar cultuur is de lokale bevolking weinig ondernemend. Met name de niloten zijn in hun denken zelfs bijna anti-commercieel. Daar kunnen vleeshandelaren uit Nairobi alles over vertellen. Zuid-Soedan wemelt van het vee, maar alleen overjarige, nogal krakkemikkige dieren worden aan de grens met Kenia te koop aangeboden. Een Dinka- of Nuer-herder houdt van zijn dieren. De hoorns van de grootste stieren versiert hij met kleurige flossen. En in de oren van zijn koeien knipt hij elegante kartelrandjes. Met de andere herders praat zo'n herder dromerig over de schitterende vanillekleurige vacht van zijn lievelingsdier. Of over de zachte oogopslag. Zo'n prachtig exemplaar ga je toch zeker niet verkopen!? Als je op de weidegronden jonge herders fotografeert, steken ze in een automatische reflex hun handen omhoog. Hun armen houden ze waardig gebogen in dezelfde krommingen die de soms meer dan een meter lange hoorns van hun dieren maken. Ze willen op de foto als ‘vee’.

Medium uiteenstaande tanden zijn bij de nilotische bevolking een teken van schoonheidkl

Vlak na het vredesakkoord bracht ik een jaar door in Zuid-Soedan. Ik woonde aanvankelijk te Rumbek, de plek waar ook de voor-lopige Zuid-Soedanese regering, toen eigenlijk nog een nogal rauwe rebellenbeweging, zat. Ik woonde er in een tent. Betere faciliteiten waren er niet. Ik beschikte wél over een rijksfiets, een logge, Chinese Flying Pigeon. Er was een kleine markt. En bij het tentenkamp lag een onverharde landingsbaan voor vluchten van hulporganisaties. In dat landerige Rumbek zag ik dat er - goh! - nog steeds een -sterrenhemel bestaat. En het simpele woord ‘dageraad’ herwon er weer zijn poëtische betekenis. De topmannen van het Zuid-Soedanese verzet, mensen als John Garang en Riek Machar, woonden er in hutten. Daar ging ik dan op mijn Flying Pigeon langs om, in de schaduw van een mango-boom, met hen een lauwe fanta te drinken. En om te praten over het nieuwe Soedan waar zij van droomden. Sinds enkele maanden ben ik terug in Zuid-Soedan. Ik zit nu in Juba, een stad die vrijwel wekelijks van aanzien verandert. Opstoppingen, haast, drukke ministeries, stress, reisbureaus, banken, ambassade-kantoren, stof, kabaal, dagelijkse internationale vluchten naar Addis Abeba, Kampala, Nairobi en Caïro.

Medium herders buigen hun armen in de vorm van hoorns  ze willen gefotografeerd worden als  vee kl

Vijf jaar geleden lag Zuid-Soedan wat bestuurlijke capaciteit aangaat ver achter bij zijn westerbuur, de Centraal-Afrikaanse Republiek. Nu ligt het er mijlenver op voor. Deels is dat te danken aan het nieuwe oliegeld en aan de internationale hulp. Maar zonder de gedrevenheid van de lokale bevolking was het niet gelukt. Drie maanden geleden woonde ik in de stad Bentiu de eedaflegging bij van functio-narissen voor lokale referendumcommissies. De sfeer was plechtig. De doelgroep had zich prachtig uitgedost - de vrouwen in Afrikaanse gewaden en de mannen in van die glimmende, metallic pakken. Het was nog in de regentijd en wat ik pas na afloop hoorde is dat sommigen te voet waren gearriveerd. De wegen waren weggespoeld. Drie dagen hadden ze door de modder moeten ploegen. Ieder dus met een koffer met mooie kleren. Juist in die periode werd er ernstig aan getwijfeld, ook internationaal, of de kalender voor het referendum niet te krap was. Zou alles niet hopeloos in het honderd lopen? Maar ík wist toen al dat het goed zou komen. Mensen die drie dagen vastberaden door de modder stappen - dat soort mensen laat zich door niets meer stoppen. Die lopen gewoon door iedere muur heen. Zuid-Soedan kan de zoveelste ‘failed state’ worden. Maar de kans op succes acht ik vele malen groter.


Robbert van Lanschot werkt in deeltijd voor het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij schreef dit artikel op persoonlijke titel. Vorig jaar publiceerde hij Café Mogadishu, een boek over islam in Nederland