Menno Hurenkamp

Drie euro per uur

«Als op 1 mei de grenzen opengaan, kan ik mijn zaak wel sluiten.» Bob, de man die mijn nieuwe huis opknapt, klinkt resoluut. De toevloed van goedkope arbeidskracht uit Polen zal zo groot zijn dat eenmansbedrijfjes als het zijne het onmiddellijk voelen. Ik werp tegen dat ik hem gehuurd heb omdat ik met hem een gesprek kan voeren en niet «fornuissieNoGoodinBadezimmer» hoef te brabbelen. En dat je met Bob bovendien niet bang hoeft te zijn dat hij grote radio’s aansleept of SBS-mopjes over negers en hoeren tapt. Sterker, het enige boek dat Bob volgens eigen zeggen twee keer las is De opstand der horden. Hij heeft als beschaafd klusman kortom een unique selling point. Bob haalt zijn schouders op. «Dat duurt maar even. Zodra ze een beetje Nederlands spreken ga jij ook voor de bijl.»

Ik wijs op de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat verwacht een toestroom van slechts enkele duizenden arbeidsmigranten. Of op de reactie van de Poolse ambassade, die stelt dat Polen niet graag hun dorp verlaten. Op alle onderzoeken die aangeven dat zo de Polen al van huis gaan ze massaal in Duitsland blijven steken.

Bob: «Het is geestig hoe linkse jongens als jij in cijfers en beleidstaal blijven geloven. Ze zijn er al lang. Iedereen heeft Polen in dienst. Je telt niet mee als je geen Pool in dienst hebt. Ik heb er zelf ook eens een paar gehuurd. Rare lui. Ze verbazen zich erover dat je als baas meewerkt. Dat zijn ze niet gewend. En zolang je ze achter de vodden zit, werken ze hard, maar als je ze hun gang laat gaan, doen ze niks. Ik betaalde hun voorman tien euro per uur per persoon, een heel redelijk bedrag, als je zonder gereedschap op de klus komt. Naïef natuurlijk, want ik ontdekte dat hij hun drie euro per uur gaf. Toen ben ik ermee gestopt. Drie euro! Ze kwamen uit zo’n gebied waar de werkloosheid tachtig procent is, dan doe je alles.»

De kwestie van de Polen is een interessant dilemma voor pleitbezorgers van de Europese grondwet, omdat het referendum daarover ongetwijfeld uitpakt als stemming over de hele Europese integratie. De grenzen nog even dichthouden tegen de Polen is merkwaardig: de essentie van het verenigd Europa is vrij verkeer van personen, arbeid en goederen. Bovendien is het een miskenning van het feit dat ze er al lang zijn. Een pleidooi vóór de grondwet en tégen arbeidsmigratie klinkt niet overtuigend. De grenzen openen betekent groei van het legale aanbod aan laaggeschoolde arbeid, het werk dat Nederlanders weigeren te doen. In reactie op de concurrentie die bereidwillige werknemers uit Oost-Europa de Nederlandse hand- en seizoensarbeiders aandoen, ontstaat grote druk op het minimumloon. Verder ligt het steeds minder voor de hand Nederlanders een uitkering te geven als Polen hier officieel de vuile klusjes opknappen. Dat betekent een striktere werkplicht voor uitkeringsgerechtigden.

Dat zijn ook geen mededelingen om de EU zonder meer populair mee te maken. Het is de keus tussen een rammelend verhaal of de bijl in verworven rechten. Het wordt een spannende volksraadpleging: de Euroscepsis loert van alle kanten.