OPERA: Die ZAUBERFLÖTE

Drie fluiten

Het is een van Mozarts populairste opera’s: Die Zauberflöte uit 1791, het jaar van zijn dood. Mozart schreef deze ‘deutsche Oper’ in opdracht van de in hun tijd zeer populaire theaterdirecteur, regisseur, librettist, zanger en acteur Emanuel Schikaneder (1751-1812), die in zijn Theater auf der Wieden in Wenen veel opera’s van Mozart op zijn repertoire had.

Die Zauberflöte was daar en elders een onmiddellijk en nog altijd voortdurend succes. Waarom eigenlijk? Het Singspiel is voor iedereen wat anders: voor de één een lieve sprookjesopera, voor de ander het toppunt van esoterische wijsgerigheid. Maar het is ook een grappige proto-operette vol boertige clichés en zelfs een racistisch en seksistisch monstrum.

Dat komt allemaal doordat de slimme Schikaneder toen ze al met de opera bezig waren hoorde dat de concurrentie aan de overkant van de rivier een stuk met dezelfde plot ging spelen. Razendsnel gooide hij het verhaal om. De ongelukkige fee, de Koningin van de Nacht wier dochter Pamina is ontvoerd, werd nu de bozerik; de oude tovenaar Sarastro die haar ontvoerde is een heilige filosoof geworden. Niet alleen de arme Tamino die verliefd is geworden op Pamina’s portret raakt erdoor in de war, wij ook. Drie charmante dames blijken nu boze vrouwen, drie vliegende jongetjes kiezen ongemerkt en zonder uitleg de andere partij. Tegelijk is het hele verhaal door de omkering behoorlijk anti-vrouw geworden. En passant werden Mozart en Schikaneder ervan beschuldigd dat ze om de concurrentie voor te zijn de heilige geheimen van hun Vrijmetselaarsloge aan de grote klok hadden gehangen. Maar al die verwarringen hebben ook een voordeel: het is een bijzondere uitdaging voor een regisseur van deze rare ratjetoe toch nog iets interessants te maken.

Bij de Nederlandse Opera hebben ze daar de Engelse regisseur Simon McBurney voor weten te strikken, die twee jaar geleden het hart­veroverende A Dog’s Heart van Alexander Raskatov ensceneerde en in het Holland Festival schitterde met zijn spectaculaire en indringende bewerking van The Master and Margarita, naar Boelgakov. Dat kan in december een aardig feestje worden in de Stopera.

Maar er zijn meer toverfluiten dit seizoen. In Rotterdam maakt Gerrit Timmers met het Onafhankelijk Toneel in februari 2013 een eigen familieversie van Die Zauberflöte waarbij de poppen van Jacqueline Maat uitvergroot worden geprojecteerd tot een brutale beeldende voorstelling met teksten in het Nederlands tegen de achtergrond van een geluidsopname van de opera. Het zou wel eens, ik schrijf het met ingehouden woede, de laatste fraaie operavoorstelling van het OT kunnen zijn, want in Rotterdam zien ze er helaas het belang niet van in en het Fonds Podiumkunsten heeft niet genoeg geld.

Ten slotte komt ook nog de speelse barok­dirigent René Jacobs op 17 november naar de NTR ZaterdagMatinee in het Amsterdamse Concertgebouw om de Akademie für Alte Musik en het Rias Kammerchor te dirigeren in diezelfde Zauberflöte. Hij belooft al bij voorbaat dat hij de Koningin van de Nacht tot ‘kolkende vocale woede’ aan zal zetten.


www.dno.nl; www.ot-rotterdam.nl; www.ntr.nl