Heimwee naar het Tahrirplein

Drie generaties, één revolutie

Het leven van de zestienjarige Enas is sinds de protesten in Egypte drastisch veranderd. Eerst wilde ze haar vaderland verlaten, maar nu blijft ze. ‘Het land is eindelijk van ons.’ In haar familie heerst verdeeldheid.

CAÏRO - In haar favoriete fastfoodrestaurant Pizzahut kijkt Enas met grote interesse naar de flatscreen met beelden van vechtende rebellen in Libië. ‘Vroeger zou ik die berichten genegeerd hebben, nu kan ik me niet meer losmaken van het nieuws.’ Haar ogen staan ernstig onder haar rode hoofddoek en ze lijkt veel ouder dan haar zestien jaar als ze zegt: 'Het is alsof mijn vroegere leven over iemand anders gaat.’
Voordat Enas meedeed aan de protesten op het Tahrirplein speelde haar bestaan zich af in de rustige straten van de buitenwijk Maadi. Ze slenterde na schooltijd met haar vriendinnen langs de etalages om de laatste mode te bekijken. Of ze pikte een filmpje in bioscoop Bandar. Ze wilde presentatrice bij de televisie worden. Maar als ze daar te lang over doordroomde begon het te knagen. Zo'n carrière was alleen maar weggelegd voor wie de juiste connecties had. 'Ik dacht dat ik waarschijnlijk naar het buitenland zou vertrekken, net zoals veel anderen.’ Ze lacht. 'Maar nu wil ik in Egypte blijven.’ Onderweg naar huis staat ze even stil bij een echtpaar met twee kinderen die in de voorjaarszon de zwart-witte stoepbanden in hun wijk van een nieuwe laag verf voorzien, en zegt: 'We voelen dat het land eindelijk van ons is.’
Tot haar genoegen zijn er nauwelijks uniformen op straat. Volgens haar zijn veel agenten te bang om zich te vertonen nu het oude machtssysteem in zijn voegen kraakt. Een paar dagen geleden heeft haar oudere zus een van de weinige politiemannen die zich vertoonde van zich afgeblaft toen hij haar taxi aanhield. 'De agenten hebben heel wat op hun geweten. Ik hoop dat ze daarvoor berecht gaan worden.’ Het uit één à anderhalf miljoen man bestaande politieapparaat met zijn geheime diensten wordt gehaat. Niet voor niets hadden de demonstranten 25 januari, de nationale dag van de politie, uitgekozen als startpunt voor de protesten. Ook de Facebook-pagina 'We zijn allemaal Khaled Said’ was door activisten opgezet als verzet tegen de terreur van de politiestaat. De naam verwijst naar de student die in juni 2010 op klaarlichte dag op straat door agenten werd doodgeslagen nadat hij een filmpje over hun drugsgebruik op internet had geplaatst. Net als 375.000 anderen had Enas zich op de Facebook-pagina aangemeld.
Twee van haar neven werken voor de veiligheidsdienst en een van haar ooms is een gepensioneerd generaal bij de politie. 'Ik zou wel eens willen weten wat die nu denken’, zegt ze. Sinds de protesten begonnen, heeft het gezin niets meer van hen vernomen. Over een paar uur begint er een bruiloft in het appartementencomplex waar Enas met haar vader en vier zussen woont. Vanzelfsprekend is haar hele familie uitgenodigd, maar ze denkt niet dat haar oom en neven zullen komen.
Enas vertelt hoe het er rond de eettafel thuis aan toe ging toen de jongeren zich op 25 januari begonnen te roeren. Op de dag die door activisten op Facebook in navolging van de protesten in Tunesië was uitgeroepen tot de dag van woede moest ze geschiedenisexamen doen. Terwijl haar twee oudste zussen stiekem naar het Tahrirplein vertrokken, zat zij huilend in de schoolbanken. 'Er ging iets gebeuren waar ik bij wilde zijn.’ De twee oudsten kwamen een dag later thuis met angstige verhalen over het geweld van de politie, maar ook met opgewonden impressies van een energieke rebellie. Het leidde tot flinke discussies. 'Mijn vader zei: “Dat wordt niets met die protesten. Jullie kunnen het land niet veranderen.” Maar de meiden wierpen tegen: “Als iedereen denkt zoals jij verandert er nooit iets.”’

DE VIER ZUSSEN waren door hun vader Nader met tolerantie opgevoed. Toen na de eerste dagen bleek dat de protesten een ongekend grote omvang kregen, gaf hij toe: 'Als jullie dit willen doen voor je land, zal ik jullie steunen.’ Wijselijk hielden ze hun moeder buiten de plannen. Zij had veel conservatievere opvattingen dan haar ex-man en woonde op twee uur rijden buiten de stad. Zo belandde Enas op 28 januari met haar zussen Amal van 17, Houda van 22 en Karima van 24 op het plein van de bevrijding. Toen ik hen daar ontmoette waren ze met duizelingwekkende vaart volwassen aan het worden tussen de uitgebrande gevels van het partijgebouw van de Nationaal Democratische Partij (ndp), het Egyptisch Museum, de internationale hotels en de beruchte bureaucratische mastodont Mugamma. Ze draaiden volop mee in de verantwoordelijkheden die voor orde zorgden onder de tienduizenden mensen in de belegerde ministaat. Als beveiligers fouilleerden ze de vrouwelijke demonstranten die via een van de negen toegangswegen naar het plein trokken en visten soms geroutineerd een te grote nagelvijl of een schaar uit de handtassen. Ze ruimden het afval op, soms met een bezem maar vaak ook met hun blote handen.
Nadat Amal tijdens een aanval door Moebarak-aanhangers en milities aan haar hoofd gewond was geraakt, assisteerden ze in een geïmproviseerde kliniek aan de rand van het plein. Ze prepareerden verbanden voor de artsen die met hun bebloede jassen op slagers leken, ze noteerden de namen van de slacht-offers en zegden gebeden op voor wie dat nodig had. Te midden van dat alles kregen ze van hun meer politiek bewuste mededemonstranten een spoedcursus in staatsleer en mensenrechten. Ze hoorden over het belang van een democratische grondwet. Ze begonnen te begrijpen hoe kwalijk de noodtoestand was die na de moord op president Sadat in 1981 opnieuw was ingesteld en waaronder elke burger zomaar tot in lengte van dagen achter de tralies kon verdwijnen. Als ze thuis tussendoor op adem kwamen, tikten ze fanatiek hun nieuw verworven kennis via Facebook door.
Een paar dagen later voegden ook vader Nader en drie van zijn broers zich bij de demonstranten. Ze vonden dat ze niet langer konden achterblijven nu hun kinderen zoveel vastberadener bleken dan zij ouderen ooit voor mogelijk hadden gehouden. Nader, keurig in pak en met stropdas, observeerde vooral. 'Wat er ook gebeurt, we gaan hier niet weg totdat Moebarak is vertrokken’, was een van de weinige zinnen die hij sprak. Hij glimlachte geheimzinnig, alsof hij al de uitkomst wist van iets wat nog onvoorspelbaar was.
'We zijn met drie generaties in de revolutie’, zei zijn broer Omar terwijl hij naar een baby wees. Hij had als consultant voor buitenlandse oliemaatschappijen gewerkt en was de succesvolle zakenman van de familie. 'Financieel heb ik alles wat ik wensen kan, maar ik zit hier als Egyptenaar.’ Hij ratelde van opwinding bij het idee dat het eindelijk eens afgelopen zou zijn met de corruptie en het wanbeleid. De blauwe ogen in zijn ronde gezicht zagen al een nieuw Egypte. Zijn vrouw was niet meegekomen naar het plein. Ze gruwde van alle verhalen over de doden en gewonden. Nu Moebarak een aantal concessies had gedaan moesten de demonstranten gewoon naar huis, vond ze.
Er was nog meer spanning in de familie. 'Mijn oudste zoon, die agent is, heeft zich opgesloten in zijn kamer. Hij wil niemand vertellen wat er is gebeurd.’ Terwijl de leuzen over hun hoofden schalden vertelden Nader en Omar dat een andere tak van de familie vast evenmin blij was met de protesten. Hun oudste broer was een gepensioneerd generaal bij de politie. Hij woonde in een enorm huis en verplaatste zich met lijfwachten. Een van zijn zoons werkte bij de geheime dienst.

VOOR DE INGANG van het appartementencomplex waar Enas woont, rennen jongetjes met gladgekamde haren en in pak en meisjes in jurken als suikerspinnen opgewonden heen en weer. In de struiken worden gekleurde lampjes opgehangen. Terwijl de muziek vanaf de begane grond naar binnen dringt, probeert Enas’ zus Amal te verwoorden wat het Tahrirplein voor haar betekende. Ze is een openhartige zeventienjarige met springerig haar. Haar zwartbruine ogen domineren haar smalle gezicht. Ze moet eerst even giechelen en haar stem schiet omhoog als ze zegt: 'Ik kan nog steeds niet geloven dat het ons gelukt is Moebarak weg te krijgen.’ Dan wordt ze serieus. 'Het ging om iets wat groter was dan alle emoties die ik kende.’
Ze zag hoe eten en drinken werd gedeeld. Ze zag hoe koptische christenen moslims beschermden en andersom. Ze lachte met onbekenden om cartoons, zoals die van Moebarak op de vlucht naar een vliegtuig van Saudi Airlines onder een hagel van mannenschoenen en pumps. 'Vroeger wantrouwde ik iedereen buiten mijn cirkel van familie.’ Ze warmde zich bij vuurtjes tot het bleke ochtendlicht over het plein streek zonder dat ook maar een man haar lastigviel. ’“We hebben jullie nodig”, zei een groep jongens tegen me. Voor het eerst in mijn leven vocht ik voor iets en het lukte.’ De kracht die ze daardoor voelt neemt niemand haar meer af. Ze is vast van plan de druk van moederszijde om jong te trouwen te weerstaan. 'Ik wil eerst mijn eigen leven leiden. Ik ga ingenieur worden.’
Enas haalt haar cijferlijst te voorschijn. Voor het examen dat ze op 25 januari zo verfoeide haalde ze een 9,7. Ze lacht. 'Ik ben benieuwd of onze leraren van nu af aan de echte geschiedenis van ons land zullen onderwijzen.’ Ook Amal vraagt zich af hoe het zal gaan als ze straks terug naar school moet. De gebeurtenissen hebben haar van een deel van haar oude vriendenkring vervreemd. Toen ze een oproep aan haar Facebook-netwerk deed om naar het plein te komen, tikte een vriendin boos terug: 'De ziekenhuizen zijn gesloten, er is geen behandeling voor patiënten. De banken zijn dicht. Dat is jullie schuld. En trouwens wie betaalt jullie allemaal?’ De staatsmedia verspreidden berichten dat de opstand een buitenlandse samenzwering was om het land te destabiliseren. Ze meldden ook dat moslimfundamentalisten bezig waren de macht te grijpen. Die propaganda viel in het gespannen land in vruchtbare aarde. Ook met enkele van haar klasgenoten botste het: 'Waar ben je mee bezig? Je vernielt ons land’, zeiden ze. 'Natuurlijk deden die reacties pijn, maar ik leerde de afgelopen weken wie mijn vrienden zijn. Zodra ik weer op het plein terugkwam dacht ik: dit zijn de mensen bij wie ik wil horen.’
Vader Nader zet zelfgemaakte groentesoep en kip met rijst op tafel. De milde zestiger is geen man van grote woorden, maar zijn gezicht spreekt boekdelen als hij zegt: 'We doorbraken onze angst en we herwonnen onze waardigheid.’ Hij glimlacht naar zijn dochters. 'Dankzij hen.’
Hij was geïnteresseerd in politiek, maar wel vanaf de zijlijn. Als student diergeneeskunde had hij ondervonden hoe een eis om betere studievoorwaarden tot arrestatie leidde. Dankzij connecties liep zijn detentie met een sisser af, maar sedertdien had hij zich geschikt. Eerst in het keurslijf van Sadats bewind, daarna in dat van Moebarak. Om het deprimerende klimaat van wanbeleid, corruptie en nepotisme te ontvluchten en een fatsoenlijk salaris te verdienen, werkte hij een aantal jaren in een slachthuis in Saoedi-Arabië. Bij terugkeer kreeg de apathie die zoveel Egyptenaren van zijn generatie in de greep hield, ook hem weer te pakken. 'Het is om wanhopig van te worden. Dit land zal nooit veranderen’, verzuchtte hij regelmatig.
De vakbonden en de demonstranten die met hele gezinnen dagenlang onder dekens voor het parlement bivakkeerden, de protesten elders - hij haalde er zijn schouders over op. Ze bereikten immers niets. Net als veel stille dissidenten constateerde hij dat het bewind slim genoeg was om die geluiden toe te staan, mits ze binnen de marges bleven. Zo konden mensen van tijd tot tijd stoom afblazen zonder dat de leiders politieke concessies hoefden te doen. Wie zijn nek toch te ver uitstak werd simpelweg opgesloten.
Net als de meeste Egyptenaren liet hij de verkiezingen de afgelopen decennia voor wat ze waren. Met de Nationaal Democratische Partij als verlengstuk van de macht en een tandeloze oppositie stond de uitslag bij voorbaat vast. Tot zijn ergernis claimde de ndp eind vorig jaar zelfs negentig procent van de stemmen. Maar nu neemt hij zich voor om de aanloop naar de verkiezingen actief te volgen. Al dagenlang mailt hij aan zijn kennissenkring het ene na het andere artikel over de politiek.

DE MUZIEK VAN beneden wordt allengs doordringender. Af en toe steken andere flatbewoners hun hoofd om de deur om te vragen waar de familie blijft. Enas en Amal laten hun ernst varen. Ze proberen roze nepnagels op te plakken voor het feest. Ze aarzelen over kleding. Enas wikt en weegt welke hoofddoek het best staat bij hun nieuwe zwarte rok. Even later zitten ze bedeesd met een stuk taart tussen de andere vrouwelijke bruiloftsgasten.
Vader Nader verwisselt zijn zandkleurige djellaba voor een donker pak. Op samenzweerderige toon vertelt hij nog even hoe zijn neef die bij de staatsveiligheidsdienst werkt een paar maanden geleden op bezoek kwam. Het gesprek eindigde in een dreigement. Hij wist dat Naders sympathie niet bij de machthebbers lag en waarschuwde: 'Als je wordt opgepakt kan ik niets voor je doen.’
Een van de zoons van de politiegeneraal is toch naar de bruiloft gekomen. Als hem gevraagd wordt of zijn familie met een journalist zou willen praten, schuift hij ongemakkelijk op zijn stoel. Na een telefoontje met zijn vader zegt hij een afspraak toe, maar die wordt later om onduidelijke redenen afgezegd.
Buiten huize Nader laten de demonstraties veel grimmiger sporen na. Er zijn ongeveer driehonderd burgers gedood en vermoedelijk tientallen of meer agenten omgekomen. Bij het mortuarium in een troosteloze nauwe straat waar een tochtige wind het vuilnis doet opdwarrelen, halen vrienden en familie de lichamen van hun dierbaren op. Anderen zoeken in het lijkenhuis naar vermisten - meestal tevergeefs. Zelfs families met goede connecties bij de overheid speuren alles af zonder wijzer te worden. Mensenrechtenorganisaties tasten in het duister hoe het zit met honderden en mogelijk duizenden gearresteerden die op talloze locaties van de veiligheidsdiensten worden vastgehouden. Slechts mondjesmaat worden arrestanten vrijgelaten. Als een bejaard echtpaar bij een van de organisaties schuchter navraag doet naar een zoon die al zes jaar zoek is, verzucht een medewerker: 'Die verhalen gaan nu pas komen.’
In veel huishoudens heerst angst dat er zonder de stevige hand van Moebarak chaos zal uitbreken. Een student vertelt dat zijn zus thuis alleen maar zit te huilen. 'Ze houdt van Moebarak. Hij is alles wat ze kent.’ In de ongewoon stille buurt rond de piramides voeren mannen hun uitgemergelde paarden bij met gekregen klaver. Veertig procent van de ruim tachtig miljoen Egyptenaren leeft van minder dan twee dollar per dag. Velen van hen sprokkelen net als de inwoners rond de toeristenattracties hun salaris van dag tot dag bijeen. Voor hen betekent zelfs het kleinste verlies van inkomsten een genadeslag.

ONDER EEN groepje oudere kunstenaars en intellectuelen die ook actief waren op het plein is de stemming bezorgder dan onder de meeste jongeren die nog in een roes van overwinning verkeren. Toen in de vroege avond van 11 februari de stem van vice-president Omar Suleiman over de tienduizenden hoofden klonk om het vertrek van president Hosni Moebarak aan te kondigen, hadden ze zich net als de jeugd schor gejubeld. 'Houd je hoofd hoog, je bent Egyptenaar.’ Te midden van het feestgedruis huilden ze om hun vriend die dodelijk was getroffen door politiekogels en die ze pas na dagen zoeken konden begraven. Ze lieten tranen van trots om wat de jongere generatie in gang had gezet, maar ook van schaamte dat het hun zelf niet eerder was gelukt, en van verdriet over een leven dat grotendeels voorbij was.
Toen nog diezelfde avond een militaire woordvoerder een eresaluut aan de martelaren van de demonstraties bracht, wilden ze voor nu hun gebruikelijke scepsis laten varen. Vanaf een balkon hoog boven het plein zagen ze hoe demonstranten zich lieten vereeuwigen naast de tanks die als reuzeninsecten werden omzwermd door een mierenmassa. Ze lachten om de grap dat het leger pas naar de barakken terug kon als ook de laatste Egyptenaar zich bij een tank had laten portretteren. Ze lieten de vraag of het nu om een onvoltooide revolutie of een verkapte staatsgreep ging even voor wat hij was.
Maar ze wisten dat het leger ook ingegrepen had om de eigen belangen te beschermen. De protesten en de toenemende stakingen in verschillende delen van het land kostten de militairen die grote economische ondernemingen hebben kapitalen. Nu de feestklanken verstomd zijn en het leven weer zijn loop herneemt, vragen ze zich af of Moebarak vanuit zijn buitenverblijf in Sharm el Sheik soms iets beraamt. De octopus, zoals ze het machtsysteem noemen, zit met zijn tentakels immers nog overal. Niemand weet hoe ver de hervormingen zullen gaan nu een militaire raad in de aanloop naar verkiezingen het land bestuurt. Sommige leiders uit de verguisde oude garde worden afgezet of berecht vanwege corruptie, maar anderen blijven aan. En hoewel de beruchte veiligheidsdiensten minder actief lijken, zijn ze niet officieel ontbonden.

IN DE ROYALE entree van zijn villa in Nieuw Caïro speculeert ook Omar, de succesvolle zakenman van de familie, over de toekomst. Nadat hij was opgehouden met zijn werk als consultant voor buitenlandse oliemaatschappijen studeerde hij rechten. Met de blik van een jurist betoogt hij: 'De rechterlijke macht is niet onafhankelijk. In de provincies zetelt nog de oude garde. De politieke gevangenen en andere gearresteerden zijn nog niet vrij.’ Ook over de media is hij kritisch. 'Ze zijn in hun bericht-geving 180 graden omgedraaid, maar er werken nog dezelfde mensen.’ Hij leest dagelijks een tiental buitenlandse kranten en zapt alle satellietzenders af voor nieuws.
Maar zijn vrouw wil dat de rust van vroeger weerkeert in haar leven. 'Wat willen jullie nu nog meer?’ vraagt ze als ze naast haar man en twee volwassen zoons op de brede leren bank gaat zitten. De zoons zijn het met hun vader eens. De oudste herhaalt wat hij ook tegen leeftijdgenoten zegt die vinden dat de protesten nu maar moeten stoppen: 'Als je een broer of een zus had die op het plein was omgekomen, zou je dan ook zo denken?’ Zijn moeder doet er na een tijdje het zwijgen toe, maar aan haar gezicht is duidelijk te zien dat ze bij haar mening blijft.
Als de massieve voordeur opengaat valt ook de rest van de familie stil. Een jongeman in trainingspak komt binnen. Zonder iemand te groeten loopt hij de trap op naar de slaapkamers. Omar dempt zijn stem: 'Onze oudste. Tijdens de protesten bewaakte hij als agent van de elite-eenheid een wapendepot dat werd aangevallen. Hij heeft verteld dat het vreselijk was. Meer wil hij niet kwijt.’ Hij gaat nog steeds niet naar zijn werk en hij sluit zich meestal op in zijn kamer. Omar laat zijn zelfverzekerde houding van zo-even varen. Er komt iets hulpeloos in zijn blik: 'Hij was sportief, in de bloei van zijn leven. We hoopten dat hij zou gaan trouwen. Maar we herkennen hem niet meer.’
IN EEN STEEG achter het Tahrirplein spuugt een straatartiest grillige vlammen naar de -avondlucht. Omgeven door de zoete geur van waterpijpen spelen twee mannen trictrac. Uit de verlichte zijstraat klinkt het geroezemoes van een winkelende menigte. Maar al die -taferelen gaan aan Enas, haar zus Houda en hun vijf vrienden voorbij. Op de plastic stoelen van het terras beraadslagen ze hoe ze verder -willen nu ze niet meer dagelijks op het plein zijn.
Houda, een tenger meisje van 22 in een stoere grijze broek met ruime zakken en een T-shirt met de Egyptische driekleur, zegt: 'Het was de kracht van de demonstraties dat ze geen leider hadden. Maar het is belangrijk dat we ons nu wel gaan organiseren.’ Ze werkte als -secretaresse bij een makelaar. Haar bazin, die een trouw ndp-lid was, ontsloeg haar toen ze aan de weet kwam dat Houda op het plein was. Houda haalt haar schouders op over het -ontslag: 'Ik ga misschien wel een ngo opzetten. Er is nu meer ruimte voor zo'n initiatief. Bovendien zijn er genoeg mensen die iets voor de samenleving willen doen na alles wat er is gebeurd.’
Op tafel liggen bloknootjes met aantekeningen, per mobiele telefoon worden anderen opgetrommeld om te komen. Het gebeurt allemaal in een openheid die tot voor kort ondenkbaar was. Na wat heen en weer gepraat spreken ze af dat ze elke vrijdag op het plein zullen zijn om de druk op de ketel te houden. De lijst met verdere plannen is lang. Financiële steun voor gewonde demonstranten in het ziekenhuis, hulp bij de zoektocht naar vermisten, schoonmaakacties in de vervuilde stad en een wekelijks overleg met afgevaardigden van andere groepen op Facebook die ook sociaal werk willen doen.
Het is laat in de avond als de zussen via het Tahrirplein huiswaarts gaan. De minaret van de Omar Makram Moskee, waar ze soms met dekens en waterkokers bivakkeerden, gloeit sprookjesachtig op vanuit het donker. De enorme lamp boven de ingang slingert -vervaarlijk in de wind. Een paar dagen geleden fladderde in de verte nog een restje van een banier met de tekst 'the people demand removal of the regime’ die boven de menigte was uitgespannen. Nu is zelfs dat verdwenen.
Enas staart naar de auto’s die over de rotonde draaien. 'Daar werd ik geboren’, zegt ze ernstig. 'Ik heb heimwee naar het plein.’