Drie godinnen, alledrie pot

Luciano Fabro heeft van wulps godinnenschoon een droge, abstracte versie gemaakt. De kijker mag zelf een vrouw uikiezen.

DE RONDE aaibare volumes van terracotta, tegen elkaar op de grond geplaatst, zijn niet hoog. De grootste, waarvan de top wat smaller is en die op een dennenappel lijkt, is zeventig centimeter hoog - de andere drie zijn rond de vijftien centimeter lager. Dit werk van Luciano Fabro heeft een sjieke titel: Il giudizio di Paride. Dat is een episode in een groot verhaal rond de Trojaanse oorlog: omdat de twistgodin Eris niet bij een bruiloft van goden was uitgenodigd, gooide ze uit woede een gouden appel in het gezelschap waarop geschreven stond: voor de mooiste - de twistappel. Maar Jupiter kon niet kiezen tussen Minerva, Juno en Venus en liet de drie godinnen naar de berg Ida brengen. De keuze moest maar gemaakt worden door de jonge Paris die in de eenzame wildernis van die berg, tussen herders en geiten, was opgegroeid en daarom als onschuldig kon gelden. De vrouwen probeerden hem met beloften van macht en rijkdom te paaien - maar Venus beloofde hem de liefde van de vrouw die hem het meest zou bekoren. Dat werd Helena, die zich gewillig naar Troje liet ontvoeren. Ze was echter al getrouwd, en zo ontstond een ruzie om vrouwen, de mythische moeder aller oorlogen.
In de kunst werd het oordeel van Paris een geliefd thema. Wat wil je nog meer: een fraai bloeiend landschap met daarin een krachtige jongeman die, zo dachten de schilders, wikkend en wegend staat te kijken naar drie halfnaakte vrouwen die met overgave hun schoonheden vertonen. De handige schilders lieten de vrouwen, zoals ze dat geleerd hadden met de populaire Drie Gratiën, in drie verschillende aanzichten zien: van achteren, van opzij en van voren, zodat de kijker rondom een compleet naakt te zien kreeg. Maar Fabro heeft van het wulpse onderwerp een droge, magere, abstracte versie gemaakt - dat wil zeggen, hij dringt ons kijkers een subtiel oordeel op. Er zijn vier gestalten. Laten we aannemen dat de wat grotere Paris voorstelt. De huid van die kegel, door een soort spatel bewerkt (concaaf geschubd) wordt getekend door een ruitvormig lineair motief. Het is ook korrelig en grover. Daarentegen zijn de rondere vormen, van de vrouwen dus, zachter en vooral veel gladder. Zo zijn ze gepoetst en geschuurd - per vorm telkens net iets anders en zonder dat ze gaan glimmen. Door de manier waarop ze geschuurd zijn (in welke richting) ontstaat er in de matte kleur van de terracotta een heel licht, gevoelig onderscheid. Verder is zelfs op de foto hierbij te zien hoe de eivormen in hun contour verschillen. Vanwege een bolle of slanke contour lijken ze ook verschillend in visueel gewicht. De ene is wat plomper dan de andere. Die staat breder en steviger. Dat zie je bijvoorbeeld als je de groep van enige afstand waarneemt. Van dichterbij, en dan meer van boven, is niet meer precies te zien met welke verjonging de vormen op de grond staan: lichter, zwaarder, naar gelang. Maar van boven zie je dan weer beter hoe de massieve volumes roerloos tegen elkaar gegroepeerd staan.
Net als Paris aarzel je lang tussen de vormen. Je kunt niet kiezen maar je blijft vergelijken. De keuze is onmogelijk. Hoe meer je vergelijkt, des te raadselachtiger en onbeschrijflijker worden de minieme verschillen tussen de gestalten: in kleur, contour, huid, gewicht, plaatsing - voor het oog nauwelijks nog waarneembaar. Voor de plaatsing heeft Fabro geen precieze plattegrond nagelaten. Ik had het werk zien staan in een kleine galerie in Rome - een kamer met een open raam waardoor het ding een fluwelen glans kreeg. Toen ik naar een plan vroeg, werd gezegd (later ook door Luciano) dat de vormen op gevoel moesten worden neergezet, daarbij het eigen karakter van elk van de vier behoedzaam respecterend. Zo ging het bij het plaatsen ook elke keer. De vormen lijken op elkaar maar zijn niet hetzelfde. Eén is hoger, spitser en zelfs wat hoekiger. Die staat als eerste, dan volgen de andere drie - op de visuele tast. Zo dwingt het werk ons ertoe op de miniemste verschillen te blijven letten - wat de kunstenaar bij het maken ook moest doen. Kunstwerken bestaan uit detailleringen. Door zulk intensief gedetailleer rond mond en ogen is ook de ondoorgrondelijke geheimzinnigheid van de Mona Lisa ontstaan. Leonardo werd door Fabro diep vereerd omdat hij onnavolgbaar was. De vormen in Il giudizio di Paride zijn zo ondefinieerbaar als ze zijn omdat eindeloos aan ze is geschaafd en gewreven, totdat ze werden zoals ze daarvoor niet voorstelbaar waren. Precies die ontdekking en die langzame gewaarwording laten ons dit meesterlijke werk zo meebeleven.


PS In de collectie-opstelling Augenspiel in het Bonnefantenmuseum in Maastricht staan van Fabro de beelden Prometeo en het monumentale Città di Venere. In de tuin van het Kröller-Müller in Otterlo hangt La doppia faccia del cielo