Wereldmuziek

Drie grensgevallen

Wereldmuziek Arve Henriksen, Cinematic Orchestra, Kammerflimmer Kollektief

De laatste jaren gebeuren er mooie dingen op het randje van jazz en pop. Er is er daar veel jazz te vinden in structuur en instrumentarium, maar tegelijkertijd trekt men zich weinig aan van de jazztraditie. Soepel worden allerlei stijlen gemengd, waardoor er net zo makkelijk op het poppodium als in het jazzcafé gespeeld wordt.

Zo heeft zich in Noorwegen een jonge lichting muzikanten verzameld rond het label Rune Grammofon. Ze werken samen in allerlei combo’s, met het collectief Supersilent als opperste krachtenbundeling. Moeiteloos spelen ze de ene keer liedjes volgens beproefd recept en gaan ze de andere keer met een ander project op verkenning door muzikaal niemandsland. Ruimte, rust en eenvoud zijn de basisingrediënten van hun muziek.

Een van de hoofdpersonen uit deze groep is de trompettist Arve Henriksen. Op zijn derde soloalbum Strjon wordt hij geholpen door een paar collega’s uit Supersilent. Zijn spel is robuust en elegant tegelijk, even warm als vilein. Hoewel de uithalen van Henriksen meestal de voorgrond vullen, zijn het niet bepaald egostrelende uitbarstingen van virtuositeit. Integendeel, de Noren spelen traag en beheerst. De rust en stilte zorgen ervoor dat elke toon zich helemaal kan uitstrekken. Hun emoties zijn op afstand, de compositie is uitgebeend en de melodieën zijn eenvoudig. De klank staat voorop. Ze maken dankbaar gebruik van elektronische effecten om die klank verder in te kleuren. Gek genoeg is de sfeer duister en mystiek, ondanks al het licht dat deze muziek suggereert. De verstilde schoonheid verbergt grillige emoties. Alleen de besten kunnen met zo weinig expressie zulke paradoxen oproepen. Henriksen kan het.

De eerste albums van het Duitse Kammerflimmer Kollektief bevatten instrumentale nummers die het grensgebied tussen jazz, elektronica en soundtrack verkenden. Een lichte cadans stuwde het hele zaakje voort en hield in de gaten dat de toon luchtig bleef. Waarschijnlijk zijn ze die cadans ergens tijdens het maken van Jinx kwijt geraakt, want enkele nummers blijven hangen in een oeverloze jamsessie. Daarmee verliest het album aan speelsheid en charme.

Op Ma Fleur toont het Engelse collectief Cinematic Orchestra vooral zijn popzijde. Na de jagende cadans van hun vorige albums ligt de nadruk bij deze langspeler op melodie en harmonie. Traag ontvouwen de liedjes zich. Het duurt gerust twee minuten voordat de eerste zin wordt gezongen. Dat zijn echter zaken waar een mens graag op wacht. Vooral het stemgeluid van souldame Fontella Bass heeft na zeventig jaar rijpen een enorme diepte en rijkdom bereikt.

De teksten gaan over verlaten en thuiskomen – over sterven, maar ze blijven suggestief en hoopvol, waardoor de warmte van de muziek niet wordt tenietgedaan. De orkestratie is rokerig, weelderig en gloedvol. Geen plaat die muzikale revoluties ontketent, wel muziek die schittert in het schemergebied tussen pop en jazz.

Arve Henriksen, Strjon (Rune Grammofon/Cargo); Kammerflimmer Kollektief, Jinx (Staubgold/Konkurrent); Cinematic Orchestra, Ma Fleur (Ninja Tune/Pias). Cinematic Orchestra speelt 14 juli op het North Sea Jazz Festival