Drie jaar Syrië

In Zwitserland praten op het ogenblik afgevaardigden van de grote mogendheden en nog een aantal betrokken staten over het Syrische probleem.

Intussen heeft president Assad in een interview met Agence France Presse laten weten dat hij er niet over denkt om af te treden. Deed hij dat wel, dan zou dat de toestand nog veel ernstiger maken.

Is dat nog mogelijk, na 130.000 doden, het gebruik van gifgas, miljoenen vluchtelingen en een beginnende hongersnood in verwoeste steden? Assad denkt het wel. In zijn land begint het erop te lijken dat iedereen tegen iedereen vecht, zijn leger tegen de Vrije Syriërs, soennieten tegen sjiieten, al-Qaeda tegen de resten van de gevestigde orde. Maar Assad gelooft dat het nog erger zou worden als hij aftrad. Wie weet. Binnen drie jaar is Syrië op het gebied van de oorlog het land van de onbegrensde mogelijkheden geworden.

In de buitenlandse politiek van het Westen ontwikkelt Syrië zich langzamerhand tot een nieuw verschijnsel. Daar vervolmaakt de oorlog zich tot een nieuw stadium. Aan het begin van deze eeuw is het begonnen in Afghanistan. Langzamerhand heeft de ervaring daar geleerd dat georganiseerde legers, met alles wat de moderne techniek te bieden heeft, niet zijn opgewassen tegen de godsdienstig gemotiveerde guerrilla’s die in een verband dat voor westerse ogen onzichtbaar blijft opereren met bermbommen, zelfmoordaanslagen en alles wat totale doodsverachting vereist. De oorlog in Afghanistan rommelt na bijna dertien jaar in zijn vaak aangekondigde eindstadium nog vruchteloos verder.

Assad gelooft dat het nog erger zou worden als hij aftrad. Wie weet

Nadat Osama bin Laden dit type oorlog op 9/11 in de Verenigde Staten had geïntroduceerd, kregen we als gevolg daarvan de strijd in Afghanistan. Toen die nog in zijn beginstadium was, kwam de aanval op Irak waar de Amerikanen en hun bondgenoten ook hoofdzakelijk de oude strategie en tactiek toepasten. Ook die expeditie is uitgedraaid op een mislukking, waarbij Amerika een nieuw strijdtoneel heeft achtergelaten, dat langzamerhand wel enigszins aan het Syrische doet denken. Toen kwam de Arabische lente, waarvan de resultaten in het Westen in het begin geweldig zijn overschat. En intussen hebben we drie jaar ervaring met Syrië.

Het Westen heeft deze eeuw wel iets geleerd. Na de ongelooflijk kostbare mislukkingen in Afghanistan en Irak is aan deze kant van de wereld geen regeringsleider, geen partij meer bereid om militaire interventie op de grond voor te stellen. Dat heeft twee oorzaken. De kiezers, welke politieke overtuiging ze ook zijn toegedaan, willen geen militaire experimenten meer. Ze hebben genoeg van loze beloften die enorme offers vergen. En ten tweede, dat wordt door het publiek instinctief begrepen, weten onze deskundigen niet hoe ze de strijd in de betrokken gebieden tot een goed einde zouden moeten brengen.

Eigenlijk zou er eens een grondige studie moeten worden gedaan naar de ontwikkeling van de westerse krijgskunde in de 21ste eeuw. Een eigentijds vervolg op Vom Kriege, het klassieke boek van Carl von Clausewitz. Daarin zou dan die aaneenschakeling van hooggestemde plannen worden beschreven, die op rampen zijn uitgelopen, in ieder opzicht. Nergens is een democratie gevestigd en deze oorlogen hebben ontelbaren het leven gekost terwijl er miljarden zijn weggesmeten.

Toch kon de westelijke maatschappij het zich veroorloven. De nederlagen zijn niet openlijk, officieel en nationaal als zodanig erkend, maar in een moeras van vals optimisme, verbeteringen die niet bleken te werken en conferenties zonder resultaat verdwenen. De publieke opinie legde zich er, soms na enig gesputter, bij neer. De eerste oorzaak daarvan is het consumentisme dat al meer dan een halve eeuw in ons deel van de wereld depolitiserend werkt. Daarover is langzamerhand een bibliotheek volgeschreven. En verder hebben we sinds een jaar of zes de crisis, die aan de effecten van het consumentisme geen afbreuk heeft gedaan, maar de westelijk centrische beweging in de buitenlandse politiek heeft versterkt.

Onder deze omstandigheden is de internationale conferentie in Montreux over Syrië begonnen. Met geharrewar. Iran, bondgenoot van Assad, doet niet mee. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon heeft zijn uitnodiging ingetrokken, wat weer tot boosheid in Moskou leidde. Zo’n conferentie zou alleen resultaat kunnen hebben als de internationale gemeenschap het eens werd en tot dwingende maatregelen kon besluiten. Dat wordt met de dag onwaarschijnlijker. De moordpartij in Syrië gaat voort en daarvan zien we de fotografische bewijzen op de televisie. Dat is het, meer niet.