Drie jaargangen Libelle

Yolanda Entius, De gelukkigen. € 18,95

Medium entius degelukkigen

Ooit hoorde ik een collega-criticus op tv haar bezwaren opsommen tegen een roman. Bezwaren? dacht ik. Bezwaren heb je tegen de nieuwe aanbouw van de overbuurman die het uitzicht wegneemt, tegen de groenteman die rotte waar verkoopt en tegen stom gezwatel van wie dan ook, maar tegen een roman? Jaren nadien lees ik De gelukkigen van Yolanda Entius, en verhip, datgene waarvan ik in toenemende mate last krijg bij lezing van deze ruim driehonderd pagina’s tellende roman kan alleen maar gerangschikt worden onder de noemer ‘bezwaren’.
Entius debuteerde vijf jaar geleden met de roman Rakelings, die opviel door zijn strakke vertelsnit en bekroond werd met de Selexyz Debutantenprijs. Als in een mozaïek liet ze de levens van een half dozijn personages toevallig in elkaar overlopen. Een van de opvallendste figuren was ene Douwe, wiens zoontje overlijdt als gevolg van een busongeluk, en die zo'n tachtig pagina’s lang van pure ellende zijn bed niet uitkomt. In De gelukkigen ontfermt de schrijfster zich wederom over Douwe, zij het op een eerder moment in zijn leven. Het moment namelijk waarop zijn bestaan definitief een andere wending zal nemen, de avond waarop hij en de andere ouders in de voetbalkantine te horen zullen krijgen wie van de jongetjes het busongeluk niet heeft overleefd. Om dit dramatische gegeven heen heeft Entius haar roman gecomponeerd, die wederom vanuit verschillende vertelperspectieven is opgebouwd.
Aan spanning en sensatie geen gebrek, zou je zeggen, ook niet voor de lezers die zich uit Rakelings herinneren dat Douwe (en dus eigenlijk zijn zoontje Jan) de klos zal zijn. Entius heeft duidelijk haar best gedaan om boven deze clou uit te stijgen, door uitgebreid de besognes en emoties van de diverse dorpsgenoten tot leven te wekken in alternerende hoofdstukken, die - om alle onduidelijkheid te voorkomen, kennelijk is de stem nooit geprononceerd genoeg om op eigen kracht te kunnen herkennen - de naam dragen van degene die aan het woord is. Een beproefd procédé, dat Vonne van der Meer met haar Vlieland-trilogie aan een groot lezerspubliek heeft geholpen.
Entius toont zich met deze roman echter een poor man’s version van Van der Meer. Juist bij het optekenen van 'gewone’ levens, met de hele misère van alledag en de opzienbarendheid van de gemiddelde leed- en lustbalans, komt het aan op enig poëtisch gevoel. Of voor mijn part op een zwaar prozaïsch gevoel, als het geëffende pad van het kraakheldere maar vlakke journalistieke proza in ieder geval maar verlaten wordt. Anders is het al snel alsof je in plaats van een roman de probleemrubriek van drie jaargangen Libelle aan het doorakkeren bent.
Het is precies die temerige middelmaat die De gelukkigen opbreekt, en het geheel een naargeestig clichématig smaakje geeft. De laatste keer dat ik meeging met een schrijver die heftige gevoelens uitdrukte door minimale mededelingen op een nieuwe regel te zetten, was in 1980, en toen was ik aan het bijkomen van een hersenschudding. Entius schrikt er niet voor terug een drama als volgt samen te ballen:
'Het was bijzonder.
Het was geweest.
Tussen je moeder en mij was het over.
Wat bleef was jij.’
De 'jij’ die daar aangesproken wordt, is het kind dat verwekt wordt tijdens die verschrikkelijke nacht. Kindje dood, nieuw kindje op komst. Hier krijgt de titel van de roman zijn dubbelzinnige betekenis. De gelukkigen zijn niet alleen de ouders van wie het kind gespaard wordt tijdens het busongeluk, de gelukkigen zijn ook de mogelijke vaders van het kind dat Sofie, echtgenote van een invalide gokverslaafde man, die nacht in zich laat planten. En weer lijkt het alsof Entius bang is geweest met debielen van doen te krijgen. Want wie is de vader in deze overzichtelijke gemeenschap van kleine lieden, waar over en weer wordt afgelonkt en gevoosd, maar waar alles ook zomaar weer toegedekt kan worden? Ze laat ze alledrie uitgebreid de revue passeren, en laat een van hen dan ook nog eens opmerken dat het er uiteindelijk niet toe doet. 'God trekt lootjes. Wij willen weten wie het is, maar Hem kan het geen moer schelen.’
Het zou mooi zijn als het ons inmiddels wel echt zou schelen, maar dat is het hele gekke aan deze door en door schematische roman: aan het eind kun je de personages nog steeds niet uit elkaar houden. Ze zijn allemaal zogenaamd van binnenuit beschreven, maar ze lijken ook stuk voor stuk door dezelfde mal te zijn gehaald. Met als gevolg dat het nergens pijn gaat doen. Een kind gaat dood, valt er iets ergers te bedenken? Entius speelt het klaar rond dit gegeven een niet-sentimentele roman te bouwen, en dat gaat dan vast door voor een literaire prestatie. Tegen de tijd dat bekend wordt wie het slachtoffer is, kun je alleen maar terugbladeren naar de inhoudsopgave: van wie was dat er ook alweer eentje? Wat intussen in de plaats komt voor het sentiment is onduidelijk. Was hier niet opzichtig literatuur bedreven, dan had op z'n minst nog een lekker potje gejankt kunnen worden. In plaats daarvan zitten we nu opgescheept met bezwaren tegen een roman die zich vooral aandient als overbodig.

YOLANDA ENTIUS
DE GELUKKIGEN
Querido, 302 blz., € 18,95