Drie koniginnen en een corpsbal

Te zien tot en met 23 maart in Amsterdam (Amphitheater, tel. 020-6168942). Tournee tot half mei, onder andere in Haarlem, Amersfoort, Alkmaar en Alphen a/d Rijn. Inlichtingen: 030-2334026.
Koningin Wilhelmina had graag willen leven in deze tijd. Met actuele ethische kwesties zoals prenataal geslachtsonderzoek of het zogenaamde bemoedigingsbeleid van onze abortusklinieken zou zij geen moeite hebben gehad. Niet de koningin Wilhelmina uit Hofleveranciers, het nieuwe, sprankelende toneelstuk van Daphne de Bruin. Haar Wilhelmina had deze moderne verworvenheden al lang aangegrepen om de ramp te voorkomen waar Nederland op af wordt gestuurd. De ramp Willem-Alexander.

‘Hij is een corpsbal, hij is rechts en hij is conservatief’, beweert Wilhelmina in Hofleveranciers over haar achterkleinzoon. Aan de vooravond van zijn kroning is zij afgedaald uit haar hemelse golf-court voor een laatste poging om de kroning van Willem- Alexander te voorkomen. Wilhelmina noemt hem 'een sportieve hobbyist’ met een groot gebrek aan daadkracht, aan standpuntbepaling, aan engagement. En het ergste van alles: Willem- Alexander is een man.
Bijna een eeuw lang waakte er een vrouw over Nederland. 'Het begrip “vaderland” is in Nederland onlosmakelijk verbonden met een “moeder” ’, aldus Daphne de Bruin. Die koninginnen hebben hun onderdanen aan hun boezem gekoesterd. Het zijn krachtige voorbeelden geweest voor de Nederlandse vrouw. Wil lem-Alexander maakt een einde aan deze traditie, en in Hofleveranciers wordt er door zijn vrouwelijke voorgangers stilgestaan bij de gevolgen van deze omwenteling.
Het zijn er drie: Beatrix, Juliana en Wilhelmina. Op het toneel herken je ze meteen. De gedrongen Wilhelmina met vormeloze jas en onafscheidelijke dophoed, de flodderige Juliana met vlinderbril en haarnetje, en de stijve Beatrix met het hoge-luchtkapsel.
Toch staan hier geen natuurgetrouwe afbeeldingen van onze koninginnen op het toneel. Regisseur Paul Feld (die samen met Daphne de Bruin deel uitmaakt van het theatermakers-collectief Growing Up In Public) vervormde alledrie de majesteiten tot komische typetjes, en de drie actrices gaan daar virtuoos mee aan de haal. De Beatrix van Els Leijsen praat grotendeels in troonredetaal, maar achter haar vormelijke pantser schuilt een ontroerende, aardse moeder. Susan Visser geeft Juliana een verknipte, bijna angstige motoriek, die de tegenkant toont van de gewone vrouw die zij stoer probeert te zijn. En Daphne de Bruin speelt Wilhelmina als een treiterige intrigant, verscheurd door eenzaamheid en lijdend onder de schande van haar 'vlucht’ naar Engeland tijdens de oorlog.
De drie koninginnen praten, ruzien en zingen met elkaar tijdens een lange nacht waarin allerlei paleiselijk leed de revue passeert en verschillende kanten van 'de kwestie Willem-Alexander’ worden belicht. Dat doen zij tegen het decor van een enorm schilderij (van vormgever Catharina Scholten) dat een woeste zeeslag suggereert. Een afbeelding die onwillekeurig het beeld oproept van een mannelijke manier van regeren.
Het onderwerp van gesprek is afwezig: Willem-Alexander slaapt. Maar in een opzetje voor zijn troonrede, waarin Beatrix de spelfouten corrigeert, hoor je hem dromen over zeeslagen als die van zijn voorvaderen. 'We gaan er een groots en meeslepend spektakel van maken. We pompen niet voor niks een aantal slordige miljoentjes in dat leger van ons. Die prachtige apparatuur smeekt er gewoon om om gebruikt te worden. (…) Ik ga dit land eens goed verbouwen.’
Er is maar een oplossing, daar worden zijn twistende voormoederen het uiteindelijk over eens…