TELEVISIE

Drie lagen

De Nipkowschijf

Bij eerste inventarisatie van kandidaten door de Nipkow-jury stonden twee programma’s op nagenoeg ieders lijstje: Van Moskou tot Magadan (VPRO) en ’t Vrije schaep (KRO). Meer nog dan boeken- en filmjury’s vergelijken tv-recensenten het onvergelijkbare. Ook in míjn borst scholen twee zielen tot ik mezelf hoorde kiezen voor Schaep. Voor Jelle Brandt Corstius een eervolle vermelding ter aanmoediging. Andersom had niet gekund: je geeft de Schaep-zwaargewichten geen bemoedigend schouderklopje. Al is Moskou natuurlijk ook van zwaargewicht Hans Pool. Leuk neveneffect dat de schijf voor het eerst sinds 1982 naar de KRO gaat; en voor het eerst in tien jaar naar drama (Oud geld).
Beslissend was dat het nóg moeilijker is goede muzikale comedy te maken dan goede reisreportages vanwege het grote aantal disciplines en mensen. ’t Schaep kent drie lagen: de productie uit 1969, die dankzij Eli Asser, Harry Bannink en geweldige acteurs (Bloemendaal, Jongewaard, Römer) deel uitmaakte van het collectief geheugen. Waarom dat overdoen? Maar zoals Ja zuster, nee zuster in de remake een juweel opleverde, zo lukte dat ook met ’t Schaep, versie 2006. Prachtige reeks met nieuwe topbezetting (waarin, ontroerend, nog even Adèle figureerde). Met ’t Vrije schaep, spelend op een duincamping, werd een derde laag gecreëerd, gebaseerd op Assers karakters maar verder nieuw. Je weet niet wie het meest te complimenteren: schrijver Frank Houtappels, producenten, omroep, de regisseurs, art direction of de opnieuw superieure acteurs. Essentieel was de beslissing geen nieuwe liedjes te schrijven maar gebruik te maken van vaderlands jaren-zeventigrepertoire, fraai gezongen door acteurs van wie een deel al als dubbeltalent bekend was. Ze leveren herkenning en tijdwee op bij wie destijds kind, tiener of volwassen was, maar doordat een deel repertoire hield komt dat effect ook onder de veertig voor.
De serie drijft mede op de emotionele kracht van bekende muziek, die naast gebeurtenissen vooral ook een levensgevoel terughaalt. Voor mij, matig kenner van de lichte muze, komt daar de winst bij dat ik de teksten voor het eerst goed hoorde – ze zijn beter dan ik dacht. En mooi gekozen binnen de plots – soms als illustratie, soms als tegendraads commentaar. Lichtvoetige opvolging van Dennis Potter die in Pennies from Heaven en The Singing Detective de kracht van populaire muziek vaak schrijnend gebruikte. De dochter van opoe Withof is verlaten door haar man. Prompt horen we De Noorderzon scheen, hit van Conny Vandenbos, uit het Frans vertaald door Kees van Kooten. Ze hadden het goed ‘maar hij verdween/ nergens heen/ het was op een maandag’. Dan duikt dochter zelf op en legt, niet zingend, aan tante Door uit dat ‘hij verdween; nergens heen; het was op een maandag’. Een klein ding, die echo, maar zó geestig.
De kracht van de serie schuilt dan ook mede in de vele subtiele details in regie, tekst, spel. En in gelaagdheid. Van opoe Withof ga je houden, zoals van alle personages, maar mede door dat bezoek van dochter worden ook haar onaangename trekjes duidelijk: als je haar nodig hebt heeft ze last van haar been. De campingbewoners zijn net mensen: misverstand, jaloezietje, ergernis, verlangen en onvermogen. Het vechthuwelijk van Riek en Arie zou karikaturaal zijn, net als de moordende twijfel van Kootje over wat hij met zijn gevoelens voor smachtende Door aanmoet – maar opeens is daar de nuance, de tegenkleur die botteriken maakt tot de goedbedoelende sukkels en goeieriken die zij (wij) óók zijn. Ja, comedy, maar soms roerend. Zoals ik ook geroerd was door die schitterende laatste aflevering van Moskou, waarin Jelle met medereizigers praat. Heel andere mensen, die Russen – maar net zoals u en ik.

Zowel ’t Vrije schaep als Van Moskou tot Magadan is op dvd te koop. Ten overvloede: Walter van der Kooi zat in de jury van de Nipkow-prijs