Drie nieuwe winterreisen

Hoe vaak per jaar Schuberts Winterreise in Duitsland uitgevoerd wordt, weet ik niet. Maar blijkbaar gebeurt dat zo frequent en op een dusdanig clichematige wijze, dat er een dringende behoefte aan een grote schoonmaak is ontstaan. Het Holland Festival presenteerde drie versies van de beroemde cyclus, waarin op verschillende wijzen geprobeerd wordt de luisteraar de oren te wassen en te confronteren met de in wezen zeer wrange inhoud van de Winterreise.

In Eine Winterreise is reductie het uitgangspunt. Deze bewerking van de auteur Peter Hartling, altvioliste Tabea Zimmermann en pianist Hartmut Holl behelst eigenlijk een nieuwe instrumentatie: de zang- en pianopartij zijn opnieuw verdeeld over piano en altviool, terwijl een selectie van de gedichten van Wilhelm Muller gereciteerd wordt. Daar vloeit onmiddellijk uit voort dat dit een Winterreise voor gevorderden is: alleen wie de strekking van de teksten goed kent, weet waar de altviool het over heeft.
Het aardige van deze benadering is dat het idee van liedjes en melodietjes helemaal verdwijnt. Door de delen achter elkaar door te spelen wordt er een interessante, grote lijn uitgezet met een meer bespiegelend dan vertellend karakter. Daarnaast versterken de soms onzingbare tempi en de rauwe toon van de altviool de intensiteit van de muziek. Ook de teksten, hoewel op het eerste gezicht nogal willekeurig uitgekozen, winnen aan kracht wanneer ze gesproken worden.
Waar in Eine Winterreise veel aan de fantasie van de luisteraar wordt overgelaten, is er in Hans Zenders bewerking van Schuberts Winterreise voor tenor en kamerorkest juist sprake van toevoegingen. Dat is dan ook de problematische kant van zijn verder zeer intelligente en inventieve bewerking: de Winterreise bevat zelf al zoveel details, dat er door Zenders toegevoegde uitvergrotingen, omdraaiingen, variaties en onderbrekingen een ware overkill aan accenten ontstaat.
Schuberts Winterreise begint adembenemend prachtig. Met vederlichte brushes wordt een nauwelijks hoorbaar marstempo ingezet. Pas als de klarinetten - wel erg symbolisch rond-wanderend - de eerste noten van Gute Nacht spelen, valt dat ritme op zijn plaats. Maar opnieuw wordt de luisteraar op het verkeerde been gezet, doordat dat dalende motiefje niet doorzet maar opnieuw en opnieuw herhaald wordt.
Uiteindelijk is de beurt aan tenor Hans Peter Blochwitz die, begeleid door een in Mahleriaanse klankkleuren gevat orkest, zijn liefdesleed in ongewijzigde vorm bezingt. Tot hij bij de woorden ‘Von einem zu dem andern’ komt: de tekst wordt haast brakend uitgeschreeuwd, terwijl het orkest in een oorverdovende herrie losbarst. Zonder enige overgang wordt na een paar maten de poeslieve, doodkalme toon weer opgepakt. Ook aan het slot heeft Zender nog een verrassing in petto: het ritme dat overblijft transformeert hij op virtuoze manier in een tango.
Dat is een lied en zo volgen er nog ruim twintig. Soms doet Zender nog een schepje bovenop de tekstuitbeelding van Schubert (in Wetterfahne en Der sturmische Morgen laat hij windmachines aanrukken), vaak vergroot hij details op een schrille, groteske manier uit. Prachtig is de instrumentatie van Der Wegweiser, waar een accordeon een kale, desolate sfeer creeert. Toch is het resultaat vermoeiend en pas bij het allerlaatste lied, Der Leiermann, realiseer je je dat Zender het ook anders had kunnen aanpakken. Hier gooit hij de harmonische ontwrichting als laatste middel in de strijd. Daarmee wordt de muziek op een veel dieper en essentieler niveau aangetast, waarvan het effect ook dramatischer is.
Uiteindelijk was het de derde versie, een uitvoering van het origineel gezongen door de sopraan Mitsuko Shirai, die het meeste indruk op mij maakte. Niet omdat zij zo'n sprankelende vertolking gaf - ze zong zelfs weinig subtiel en vrij hard. Maar ze slaagde er wel degelijk in de tekst te personifieren en een oprechte, krachtige emotie over te brengen. Deze teksten over eenzaamheid en onthechting krijgen een heel nieuwe betekenis wanneer je ze uit de mond van een vrouw hoort. Het was deze visie op de Winterreise die verreweg het meest aan het denken zette.