Drie russische zwaluwen

Ik was geneigd om de voormalige Sovjetunie en zijn voormalige republieken te beschouwen als een voor de cinema verloren continent. Een voormalig filmrijk met een heroïsche traditie (Eisenstein, Dovsjenko, Vertov, Pudovkin…) die willens en wetens werd vergeten. Het juk van de socialistisch-realistische esthetiek leek zo radicaal te zijn afgeworpen en het wild-west-commercialisme zo fanatiek te zijn omhelsd dat de Russische filmbron definitief leek te zijn opgedroogd. In Locarno zag ik echter drie films die mijn sombere vermoedens tegenspraken. Misschien drie druppels uit de oude bron, maar ik hoop eerder ze als een bewijs te kunnen zien dat de filmische erfenis te rijk is om definitief onder het zand te schoffelen.

De meest directe band met de traditie heeft van de drie Vremya Tantsora (Time of the Dancer) van Vadim Abdrashitov. Abdrashotiv vertelt in een droge, licht theatrale en rustige stijl - zeg, de stijl van Michalkov - een intrigerend tsjechoviaans verhaal.
Het is een film waarvan je de complexiteit gemakkelijk kunt onderschatten. Aan de oppervlakte lijkt hij een wat vaag verhaal te vertellen over drie Russische soldaten die zijn blijven hangen in de aangename mediterrane omgeving waar ze de orde moesten herstellen. Via een indirecte manier van het verbeelden van verveling en melancholie wordt steeds meer onthuld over vele pijnlijke voorvallen in vele verledens. De film neemt de tijd om de karakters steeds meer uit te diepen, waardoor het verhaal naar het einde toe steeds schurender wordt. Een film met de breedte en diepte van een dikke Russische roman.
De meest zelfverzekerde en bijzondere film van de drie is zonder twijfel Povinnost’ (Confession) Van Aleksandr Sokurov. Sokurov wordt vaak omschreven als navolger of opvolger van Tarkovski. Hoe omvangrijker het oeuvre van Sokurov wordt, des te onrechtvaardiger wordt het om hem nog steeds in de schaduw van Tarkovski te blijven zetten. Vooral op het terrein van de vermenging van documentaire en fictie heeft Sokurov een geheel eigen stijl ontwikkeld die in een opmerkelijk contrast met de hoge graad van realisme een uitzonderlijke poëtische zeggingskracht heeft.
Sokurov heeft een naam hoog te houden wat betreft het maken van lange, langzame en contemplatieve films. Met deze fictieve videobekentenis van een marineofficier van viereneenhalf uur doet hij zijn naam alle eer aan.
Ten slotte de laatste en meest innemende en toegankelijke van de drie, Beshkempir (The Adoptif Son) van de Kirgiziër Aktan Abdikalikov. Misschien is het neo-kolonialistisch om deze Kirgizische film op te vatten als staande in een traditie die teruggaat tot de tijd dat Kirgizië deel uitmaakte van het megalomane Sovjet-rijk, maar voorlopig ben ik nog niet overtuigd van het tegendeel.
De exotische zwart-witbeelden van de film ademen nog de sfeer van het poëtische realisme van Dovsjenko, terwijl de zo nu en dan opduikende kleurbeelden van details uit deze Kirgizische dorpsvertelling Paradzjanov in herinnering roepen. Aan de andere kant heeft Abdikalikov een eigen signatuur weten te geven aan een film waarvan het genre van alle tijden en alle plaatsen lijkt: de weemoedige herinnering aan het verlies van de jeugd.
Ik denk niet dat drie fraaie filmzwaluwen een nieuwe Russische filmlente kunnen inluiden. Daarvoor zijn ze te incidenteel. Decennialang zijn de westerse filmfestivals overspoeld met goede Russische films en nu moeten ze met een kaarsje worden gezocht. Het nieuws is minder spectaculair, maar toch hoopgevend. In de hooiberg zijn drie spelden gevonden en dat is toch maar mooi de verdienste van Marco Müller in Locarno. Het schijnt overigens dat Müllers positie aan een zijden draad hangt. Dat is dan weer minder goed nieuws.

  • Tijdens het filmfestival van Locarno van vorig jaar werd Gadjo Dilo van Tony Gatlif zeer enthousiast ontvangen. Na een jaar zijn er nog mensen die boos zijn dat deze film niet de hoofdprijs won. Gadjo Dilo is een authentieke en hoogst aanstekelijke zigeunerfilm. Vanaf nu kan in de Nederlandse filmtheaters worden nagegaan dat het toch eigenlijk een prijswinnaar is.