Ger Groot

Drie uur

Het Spaanse eetritme kost op iedere vakantie weer gewenning. Warme hoofdmaaltijd om drie uur ’s middags; tweede warme maaltijd om tien uur. Zoiets verzin je alleen bij veertig graden in de schaduw.

Toch was het halverwege de negentiende eeuw in Nederland net zo. In zijn Studenten-typen laat Klikspaan een van de door hem geportretteerde Leidse studenten er zich bitter over beklagen: «Welk fatsoenlijk mensch eet ooit ten drie ure: men kan wel zien, dat het canaille aan de Academie den baas speelt — ten drie ure!»

Toegegeven, het type dat Klikspaan in dit stukje karakteriseerde was niet het sympathiekste. «De diplomaat» noemde hij hem: hautain tot in het extreme, en dat in een tijd waarin zelfs een gewone student een dienstmeisje kon toeroepen: «Aal, Mie, Ka, Bet, Jans, Kee — of hoe die beesten meer heeten…?» Er is veel veranderd, en niet alleen in het studentenleven. Om drie uur eet in Nederland niemand meer. Daarin heeft «de diplomaat» ten slotte zijn zin gekregen. Zelfs Spanje begint voorzichtig om te schakelen.

Klikspaan was het pseudoniem van Johannes Kneppelhout, die als eeuwige student rechten wist waar hij het over had. Hij was 25 toen hij in 1839 zijn Studenten-typen begon op te tekenen. Ze verschenen als afzonderlijke brochures en kregen gaandeweg succes. De twaalf afleveringen ervan werden gebundeld, en gevolgd door een even lange serie Studenten leven. Een derde reeks, Studenten en hun bijloop, werd voortijdig afgebroken.

De hele verzameling is door het Constantijn Huygens Instituut in twee imposante banden opnieuw uitgegeven. Zevenhonderd bladzijden over collegelopen, examens, promoties en dispuutcolleges, en over niet minder belangrijke randverschijnselen als de schouwburg, de wafelmeid en de literatuur, die sommige studenten maar niet met rust liet. Zo duiken, nauw verhuld en getekend met mild sarcasme, Klikspaans literaire studiegenoten Van Lennep (De Schoolmeester) en Beets (Hildebrand) op.

Kneppelhout is meestal onderhoudend en bij vlagen briljant geestig. Hij is de studentikoze tegenhanger van Hildebrand, wiens Camera obscura in hetzelfde jaar verscheen. Het is dus geen onbekende wereld, al zucht je even van afgunst wanneer je leest dat de Leidse universiteit in die tijd niet meer dan vijfhonderd studenten en zo’n dertig hoogleraren telde. Die zucht slik je tegelijk weer in. Van geconcentreerde excellence lijkt in ieder geval geen sprake te zijn geweest, maar literair is dat winst. Klaplopers, ijdeltuiten, kroegtijgers en bordeelsluipers zijn leuker om over te lezen — al is Klikspaan over die laatste zeer discreet.

Monumenta literaria Neerlandica heet de reeks waarin de schetsen zijn uitgegeven en daar is geen woord te veel bij. Monumentaal is de editie in alle opzichten: één band met oorspronkelijke teksten (de bijlagen tellen nog eens tweehonderd bladzijden), en één band met toelichting, aantekeningen en verklaringen. Als charmante toegift is in die laatste een plattegrond van Leiden uit Klikspaans tijd ingevouwen.

Misschien is het allemaal wat te monumentaal voor de simpele brochures waarin deze observaties oorspronkelijk zijn verschenen, al had ook Kneppelhout zelf later geen bezwaar tegen een uitgave «in Engelschen prachtband». Zo’n editie symboliseerde ongetwijfeld de burgerlijke chic waarop iedere student toen — en nu opnieuw — openlijk uit was, en ook de Studentenschetsen kregen daarvan hun deel.

Met zijn prachtbanden hoopt het Constantijn Huygens Instituut blijkens de Verantwoording «wetenschappelijk en/of algemeen cultureel geïnteresseerd publiek» te bereiken. In die spagaat heeft het instituutsbeen het duidelijk gewonnen van het flaneerbeentje. Deze boeken zijn gemaakt om te liggen of te staan, op bibliotheekplanken of leestafels, niet om de wereld in te gaan.

Kan het anders? In de Franse Pleïade-reeks wordt de Canon uitgegeven in uitgelezen edities die verantwoord, oogstrelend én praktisch zijn. De Delta-reeks, waarin een paar jaar geleden ook Hildebrands Camera obscura verschenen is, had zoiets moeten worden, maar ook die werd te statig. En dat slaat van de weeromstuit ook terug op de inhoud van die boeken. In dit soort prachtbanden wordt iedere literatuur, hoe levendig ook, vanzelf monumentaal.

Een Pleïade-deel steek je gemakkelijk in je koffer en zestienhonderd bladzijden Klikspaan passen moeiteloos in één dundrukband. Zo zouden ze nog eens mee te nemen zijn naar oorden waar je eindelijk aan lezen toekomt. Naar Spanje, bijvoorbeeld, voor in de siësta na het middagmaal. Ten drie ure.