Driehonderd dollar voor Syrische bruid

Zatari – Amani is net 22 geworden. Enkele maanden geleden vluchtte ze vanuit de Syrische hoofdstad Damascus naar Zaatari, het vluchtelingenkamp net over de grens in Jordanië waar ook haar ouders en haar twee zussen verblijven. In Damascus woonde ze met haar man en kinderen in een appartement in de oude stad. Op haar vijftiende vond ze de liefde van haar leven en stapte met hem in het huwelijksbootje. Vijf kinderen later brak de burgeroorlog uit.

Haar man leidde een van de bataljons van het Vrije Syrische Leger. Na een zware aanslag op hun appartement kwamen haar man en vier van haar kinderen om het leven. Amani ontsnapte en kon haar jongste dochtertje in veiligheid brengen. ‘Ik hoorde de soldaten naderen en verstopte haar onder de spoelbak in de keuken. De andere kinderen waren naar hun vader gelopen. In paniek liep ik de straat op en zag zo de explosie. Toen ik terugkeerde leefde enkel mijn jongste dochter nog.’

Amani besloot de gevaarlijke tocht vanuit Damascus naar het vluchtelingenkamp te maken. Maar het leven is er allesbehalve een verademing, vertelt ze. ‘We zitten opgesloten als apen in een kooi. Zodra je hier binnenstapt, kun je niet meer weg.’ Het kamp is overbevolkt. De zee van zeilen strekt zich uit over 3,3 vierkante kilometer en herbergt 150.000 Syrische vluchtelingen. De kunstmatige nederzetting wordt geteisterd door zandstormen en ziektes. En de humanitaire hulp die het kamp biedt, bereikt lang niet iedereen. Wie brood wil, of lakens als bescherming tegen de soms ijzige kou, moet die kopen van de enkelingen die de humanitaire hulp gratis in ontvangst nemen en illegaal doorverkopen. De strijd om eten is hard. En geld verdienen lukt amper. ‘Ik werk dagelijks urenlang voor een ngo en verdien drie dollar per week. Ik heb een zieke moeder, een oude vader en een peuter om voor te zorgen. Mijn oudere zus en haar man hebben nog al hun kinderen – godzijdank – dus dat zijn vijf extra monden te voeden.’

Een familie van tien onderhouden met drie dollar per week is onhaalbaar. Amani schakelde haar jongere zus Amara in, maar ook zes dollar was onvoldoende om rond te komen. Haar zus uithuwelijken was de enige uitweg. ‘Bij ons is het niet ongewoon om vroeg te trouwen. Arabische mannen maken daar misbruik van. Jordaniërs, Egyptenaren en Saoediërs komen naar het kamp om een jonge vrouw te vinden. Ze betalen driehonderd dollar en krijgen daarvoor hun bruid’, vertelt Amani. ‘Er restte mij geen keuze. Ik weet dat ze niet verliefd was, maar hij zal goed voor haar zorgen. Amara was de enige maagd in onze familie. Ik verkocht mijn zus om de rest van onze familie te redden. Wat kon ik anders doen?’ Amara was veertien toen ze met een veertigjarige Saoediër trouwde. Ze kocht zo haar vrijheid uit het kamp en het onderhoud van haar familie.