Driemaal breda

De Nipkow-schijf heeft soms een ‘politiek’ karakter. Kwaliteit staat voorop, maar bij gelijke geschiktheid kiezen veel juryleden voor een bekroning die tegelijk als signaal kan worden gezien - richting omroepen of zelfs samenleving. De bekroning van Veldpost is daar een voorbeeld van. Gesteld voor de keus tussen de bijna-perfectie van Witteman en de weerbarstigheid van het VPRO-programma koos een nipte meerderheid voor het laatste, daarmee zeggend: ‘Hilversum, u veronachtzaamt de Vierde Wereld’ en, wellicht: ‘Kok, word niet te paars’.

Ik overschat de invloed van onze jury niet, dus dat in korte tijd tot driemaal toe Bredase volkswijken werden thuisbezorgd moet toeval zijn. Leuk, goed en indrukwekkend bleek het wel. ‘Leuk’ in het terecht herhaalde Leve de vereniging van de NPS. Daarin prachtportretten van hanekraaiclubs, Oranjevereniging, Arbeid adelt (met een mevrouw in de hoofdrol die gespeeld leek door Wim de Bie) en de fanclub van een Bredase zanger van het volkse liefdeslied die jaarlijks een dag organiseert waarop regionaal talent de apotheose mag voorbereiden: een optreden van de bard zelve. Die laat zich bij de mindere goden niet zien en wordt door het bestuur met een slee afgehaald van zijn nieuwbouwwoning. Tot lichte schrik ontdekt de kijker dat de voorzitter van de club tevens ’s zangers levensgezel is. Hopelijk komt die schrik niet voort uit hun gelijkgeslachtelijke liefde - de vanzelfsprekendheid daarvan, in het programma en voor de fans, toont emancipatie ver buiten de grachtengordels aan - maar uit verwarring over belangenvermenging: de partner beoogt met de fanclub landelijke doorbraak van zijn lief en idool.
'Goed’ kwam Breda te voorschijn in het onvolprezen Van gewest tot gewest dat naar de Gerardus Majellawijk toog vanwege een tentoonstelling over die buurt. Bevlogen stadsvernieuwers hadden die radicaal willen doen verdwijnen maar bewoners bereikten herstel met behoud van identiteit en sociale bindingen. De eeuwige verwarring deed zich voor: de 'goeie ouwe tijd’ heeft volgens materiële criteria nooit bestaan maar hoezeer de bewoners ook de lof zongen van hun vernieuwde buurt ('iedereen helpt m'n oude moeder; nooit zal ik ergens anders wonen’), vroeger was het dan wel armer, maar het was er nóg veiliger, nóg gezelliger.
'Indrukwekkend’ verscheen Breda in Anneke Hopmans’ documentaire Gewoon door blijven ademen bij de IKON, waarin twee families, uitgekozen op overerfde armoede, werden geportretteerd. Bijna gemist vanwege negatieve voorpubliciteit in Volkskrant (geen indringend en beklemmend sociaal portret omdat over inkomens en budgetten niet wordt gesproken) en VPRO-gids (voyeurisme). Wie in andermans huis en leven komt is altijd voyeur, te sterker naarmate haar/zijn cultuur meer verschilt van die van de gastvrouw. Dat geldt even sterk voor een documentaire over Trobrianders als over Bredase Leen die mij tot cultureel antropoloog slaan, of ik wil of niet. De vraag is of de filmer integer is en daarover heb ik geen enkele twijfel. Gerdin Linthorsts Volkskrant-kritiek behelst dat de kijker te makkelijk wegkomt door het weglaten van de harde cijfers en door benadrukking van wat zij 'positivisme’ noemt. Inderdaad bleek bij Leen en bij het andere, Twentse, gezin veel waardigheid te vinden. Gelukkig. Ik wil hierop terugkomen.