Drijfzand

Het land is bang. De burgers hebben maar weinig vaste grond onder de voeten. De kiezer wil vooraf weten wie na 9 juni het land kan leiden als eronverwacht iets gebeurt. Dan gaat het om de poppetjes.

Nog vier weken tot de verkiezingen. Daarna volgt waarschijnlijk een moeizame kabinetsformatie die veel tijd zal kosten. Je zou het de Britten eens moeten proberen uit te leggen: een val van het kabinet op 20 februari, verkiezingen pas tweeënhalve maand later en daarna nog eens maanden onderhandelen over een nieuwe coalitie. Ze zouden het niet snappen. In Groot-Brittannië vonden ze het zondag, slechts drie dagen na de verkiezingen voor het Lagerhuis, al onverantwoord dat de besprekingen tussen de Tories van David Cameron en de LibDems van Nick Clegg werden opgebroken met de mededeling dat de twee partijen de volgende dag verder zouden gaan. Eén dag uitstel! Terwijl er een crisis aan de Britse economie vreet!
Wat is het gesternte waaronder Nederland op 9 juni naar de stembus gaat?
Een gil van een zwerver en er breekt paniek uit, waarop de verwarde man wordt vastgezet, voor ten minste twee weken, vanwege het verstoren van de openbare orde én het creëren van een gevaarlijke situatie voor een drietal leden van het koninklijk huis. Een aswolk en vliegtuigen moeten aan de grond blijven, waardoor een flink deel van de handel stilligt en het broze economisch herstel een knauw krijgt. Een dikke vinger van een beurshandelaar en er rollen een paar nullen te veel over een beursscherm waardoor wereldwijd de aandelenkoersen inzakken.
Dan is er ook nog een sjoemelende regering in Griekenland, daarbij geholpen door de toch ooit gerenommeerde bank Goldman Sachs, en de euro dreigt in te storten, waardoor de andere eurolanden met miljarden moeten bijspringen. Dat leidde in Duitsland zondag tot een verkiezingsnederlaag voor kanselier Angela Merkel in de deelstaat Rijnland-Westfalen, omdat de Duitsers geen zin hebben te moeten boeten voor fraude en bedrog in een ander euroland. Griekenland zelf moet flink bezuinigen, hetgeen een deel van de bevolking niet pikt, omdat ook zij zich vooral slachtoffer voelt van de politiek en de banken, waardoor er vorige week protesten uitbraken en er bankgebouwen in brand werden gestoken waarbij drie doden vielen.
Bovenstaande laat zien hoe de angst voor aanslagen onze vrijheid bedreigt en hoe natuurgeweld, een stomme fout én - net zoals tijdens de bankencrisis van 2008 - gesjoemel en hebzucht in combinatie met slecht toezicht, in dit geval op de regels van het Europese Stabiliteitspact, onze economie bedreigen en zelfs tot de rand van de afgrond kunnen drijven, met Griekenland als schrikwekkend voorbeeld van wat dit voor gevolgen kan hebben. Kunnen we ons in Nederland dan nog wel de luxe veroorloven om zo lang de tijd te nemen voordat er een einde komt aan een demissionaire periode?
Dat er na de vorige kabinetsformatie ook nog een honderddagentoer kwam van de nieuwe ministers, omdat ze wilden weten wat er in het land speelde, is nu nog absurder dan het toen ook al was. Het zou nu het vertrouwen in de politiek schaden, terwijl de toer destijds toch gehouden werd om dat vertrouwen juist te versterken.
Met het oog op dat vertrouwen klinkt nu de roep om een kort coalitieakkoord, zodat het politieke debat over het beleid weer plaats kan vinden in de openbaarheid van de Tweede Kamer en niet meer achter de gesloten deuren van de coalitiepartners. De huidige omstandigheden in Nederland, Europa en de wereld vereisen echter des te meer dat de politiek verantwoordelijken na 9 juni alleen op hoofdlijnen afspraken maken voor de nieuwe kabinetsploeg. Niet alleen om vaart te maken, zodat er eindelijk weer eens geregeerd gaat worden, maar ook omdat altijd al geldt dat de beloftes in de verkiezingsprogramma’s al achterhaald zijn voordat de inkt droog is. Nu lijkt het zinlozer dan ooit om lang te steggelen over concrete bedragen voor bezuinigingen, kwartpuntjes koopkrachtbehoud en inkomensafhankelijke regelingen die elke ongelijkheid zouden moeten tegengaan. Als volgende week het Centraal Planbureau met de doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s komt, is het voor de zwevende kiezer dan ook veel raadzamer zich te oriënteren op de richting waarin een politieke partij wil dat de overheid, de samenleving en de economie zich bewegen, dan op de exacte cijfers.
In theorie zouden de huidige omstandigheden tot een paradoxale campagne moeten leiden. Enerzijds wil de kiezer weten wie hij in deze tijden, waarin we maar weinig vaste grond onder onze voeten hebben, de kabinetsverantwoordelijkheid toevertrouwt. Wie kan het land leiden als er onverwacht iets gebeurt? Dan gaat het om de poppetjes. Anderzijds zouden de verkiezingsdebatten, die nu toch eindelijk eens zouden moeten beginnen, inhoudelijk extra fel moeten zijn en de urgentie moeten weerspiegelen. Hoeveel toezicht van de overheid op de banken wil vvd-leider Mark Rutte, om maar eens naar de Kamercommissie-De Wit te verwijzen. Deze commissie deed onderzoek naar de oorzaken van de bankencrisis en concludeerde maandag onder meer dat de crisis de zwakke plekken van de liberalisering heeft blootgelegd, De Nederlandsche Bank als toezichthouder tekortgeschoten is en achterover leunen van de overheid zonder in te grijpen dodelijk zou zijn.
Hoeveel Europa wil pvda-lijsttrekker Job Cohen nu blijkt dat de eurocrisis mede het gevolg is van zwak toezicht vanuit datzelfde Europa? Als Cohen meer Europa wil, hoe realistisch is het dan dat dit er ook daadwerkelijk komt, en wat verstaat hij eventueel onder minder Europa? Van een lijsttrekker die de functie van minister-president ambieert mag in deze tijd toch meer worden verwacht dan zijn mantra dat hij wil binden. Dat lijkt op een strategie die nog past bij de vorige oorlog. En cda-lijsttrekker Jan Peter Balkenende, waar gaat zijn partij op bezuinigen, ten koste van wat?
De kiezer wil vooraf meer duidelijkheid, ook over wie met wie wil regeren. Dat laatste zou bovendien de broodnodige vaart erin houden.

beeld Milo