FILM

Drijfzand in de jungle

The Artist

‘Ze komen om mij te zien, niet om mij te horen’, zegt George Valentin, ster van de zwijgende film, rond 1927 tegen een producent in Hollywoodland. Valentin, die niet echt bestond behalve als personage in de nieuwe film The Artist van de Fransman Michel Hazanavicius, verwoordt hiermee de destijds wijd gehuldigde mening dat er vooral iets essentieels ten grave werd gedragen met de uitvinding van de geluidsfilm. Filmmogol Jack Warner, die wel echt bestond, zei in 1926 dat de geluidsfilm de internationale taal van cinema ondermijnde doordat kijkers met de komst van de talkies de mogelijkheid kwijtraakten te delen in het creëren van actie, plot en tekst. Warner kreeg bijval van Alfred Hitchcock, die de zwijgende film als 'puurste vorm van cinema’ zag, en van toneelproducent en filmregisseur Max Reinhardt, die stelde dat cinema, voorheen een onafhankelijke kunstvorm, door de komst van geluid slechts een imitatie van toneel zou zijn. Valentin zou dit alles beamen. 'Ik ben geen marionet’, zegt hij, 'ik ben een artiest.’
Juist als artiest personifieert hij een crisis van vorm en inhoud in Hazanavicius’ fabuleuze film, gemaakt in zwart-wit, vrijwel geheel zonder geluid, met tussentitels en gedraaid met Academy-beeldformaat van 4:3. Met de komst van de geluidsfilm in de jaren twintig probeert filmster Valentin (Jean Dujardin) de nieuwe tijd tegen te gaan door zelf zwijgende films te produceren. Dat doet hij vooral met liefde. Alsof er niets is veranderd gaat hij door met het spelen van een matineeheld die met zijn trouwe hondje allerlei avonturen in de jungle beleeft. Het prachtige is dat Valentin echt lijkt te genieten van deze films en rollen, alsof het een bijzaak is dat alles draait om het spelen met mimiek. Zijn eigen publiek, dat alleen maar geluid wil, is hij voorgoed kwijt. En toch: deze scènes zijn met zo veel liefde en gevoel voor detail gereproduceerd dat wij kijkers naar The Artist spontaan de kant van Valentin kiezen. Met Douglas Fairbanks, Mary Pickford, Rudolph Valentino of John Barrymore in het achterhoofd verkneukelen we ons in het heerlijk expressieve aan scènes zoals die waarin Valentin heel symbolisch wordt verzwolgen door drijfzand in het oerwoud.
De verschijning van de onvermijdelijke female lead, de beeldschone Peppy Miller (Bérénice Bejo), maakt het leven van Valentin nog gecompliceerder. Zij lijkt verliefd op hem te worden, maar tegelijkertijd belichaamt zij de concurrentie. Binnen de kortste keren ligt Hollywoodland aan haar voeten; ze wordt de eerste vrouwelijke superster van het talkie-tijdperk. De crisis van Valentin, persoonlijk én artistiek, is compleet.
The Artist is een pure liefdesverklaring aan cinema. Misschien is het toeval, maar kijkend naar deze film speelde ook Woody Allens recente Midnight in Paris door mijn hoofd, vooral in de wijze waarop Valentin net als Allens protagonist hunkert naar iets essentieels dat verloren gaat wanneer de raderen van een cynische, nieuwe tijd, aangevuurd door nuchtere overwegingen als het bereiken van een groot publiek om winst te maken, op volle toeren gaan draaien.
Waar de zoete romantiek van Allen vooral een persoonlijke obsessie verbeeldt, schildert regisseur Hazanavicius een breder tafereel, namelijk de geboorte van het moderne massavermaak. The Artist is geen moment cynisch hierover, integendeel, de film laat prachtig zien hoe vernieuwing een kernelement van entertainment is.
Wat blijft er over? De liefde, natuurlijk. Dat overwint alles in The Artist, ook de liefde voor het medium: hoe het ooit was, hoe het zou moeten zijn. Want nauwelijks zijn de schrille, niet aan te horen stemmen van de eerste talkies verstild of iets nieuws dient zich aan, nieuwe mogelijkheden voor George Valentin. We schrijven begin jaren dertig. De Grote Depressie. Het gouden tijdperk van de cinema begint pas echt.

Te zien vanaf 24 november