Kunst: Leeg worden in een overvolle wereld

Drijven op zout water

De zomertentoonstelling in Museum Kranenburgh stelt dat het de hoogste tijd is voor simpelweg nietsdoen. Waarmee zijn we dan zo druk in onze zeeën van vrije tijd? Ontspannen blijkt een werkwoord.

Medium tanja ritterbex  loverboy  2014  acrylverf op doek  140 x 180 cm
Tanja Ritterbex, Loverboy, 2014. Acrylverf op doek, 140 x 180 cm, Collectie SCHUNCK* Heerlen. © Museum Kranenburgh

Een observatie vanaf het strand, opgeschrikt door een zoevend geluid vanuit de zee, gevolgd door een tweestemmig gegil. Een man en een vrouw storten zich met negentig kilometer per uur vanaf het hoogste punt van de uitkijktoren op de Pier van Scheveningen langs een kabelbaan naar beneden, de zestig meter richting het strand naast elkaar in een dolle race. Hun stemmen reiken tot ver over het zand en langs de boulevard, onderbroken door de kreten van hen die aan een elastiek van dezelfde toren af springen of roepen naar het reuzenrad, op zee de enige in zijn soort in Europa.

Het is zomer en Nederland ontspant. Wat Baudelaire al schreef in het gedicht L’Homme et la mer geldt nog altijd: ‘U, vrije mens, vereert de zee het allermeest/ Zij is uw spiegelbeeld: u kunt uw ziel ontwaren/ In het oneindig deinen van haar zilte baren,/ Al even bitter als de afgrond van uw geest.’ Maar als de zee een spiegel voor de ziel kan zijn, dan is de volgebouwde kust een teken aan de wand. De Hollandse stranden zijn gevuld met horeca en luxueuze strandhuizen, de zeelucht met muziek en wifi. De vrije mens bezet er zijn vrije tijd met steeds extremere activiteiten als onderdeel van een alles omvattende, geen moment verslappende lifestyle. De flaneur van het moderne leven is grotendeels van de boulevard verdwenen: poseren gebeurt voornamelijk nog voor het oog van de camera, voor hen die zich op dat moment juist níet op dezelfde plek bevinden. De nieuwe wereld houdt niet op bij de grens van de zee en kent bovendien geen openingstijden. Echt nietsdoen is er niet meer bij, want niet langer nodig, en ontspanning gaat in afgemeten proporties. In het hart van de Pier kun je bijvoorbeeld floaten, ‘gewichtloos en zonder prikkels’ drijven op zout water, aangeprezen als een ontspannende activiteit waarbij geldt dat een uur floaten gelijk staat aan vijf uur slaap. Dat schiet lekker op.

Het is zomer ook in Bergen, het dorp waar kunstenaars van de Bergense School eens verbleven voor een blik op het pure leven. Het centrum is vandaag ingericht op toeristen, ze shoppen er op slippers met het strand nog tussen hun tenen. Sla je bij een schoonheidssalon de hoek om, door een laantje met bramenstruiken, dan wandel je aan de rand van het bos zo de relaxte zomertentoonstelling van Museum Kranenburgh binnen, genaamd Het Zalig Nietsdoen. De culturele buitenplaats, gevestigd in een historische villa met sinds een aantal jaar een moderne uitbouw, brengt er oude en nieuwe kunst samen die het ‘zalige’ idee van nietsdoen promoten en voorzichtig compliceren. Gastsamensteller Eelco van der Lingen, na Nest in Den Haag nu curator van het Fries Museum, werpt er de vraag op: ‘Doen we eigenlijk nog wel eens niets?’ en: ‘Als we nietsdoen, doen we het dan wel echt?’ Het is in ieder geval tijd om weer eens echt niets te doen, is de conclusie die de tentoonstelling bij aanvang vast meegeeft, maar daar ligt allereerst een fysieke uitdaging. Bruce Nauman, de kunstenaar die met zijn lichaam allerlei conceptuele grenzen slechtte, probeerde een uur lang stil en languit op de betonnen vloer van zijn studio te liggen maar kreeg het niet voor elkaar en huurde een acteur in. In Tony Facing the Floor, Face Up and Face Down (1973) beeldt Tony zich in dat hij wegzakt in het beton, de televisie die de lange, trage video afspeelt staat in Kranenburgh plat op de vloer. Ook Jeroen Eisinga zette zich klem tot nietsdoen, letterlijk in een kleine kano in een smalle Hollandse sloot. Kano (1993) is de korte registratie waarin de kunstenaar, gevangen op het water tussen twee slootkanten in, geen kant op kan maar dan toch wat gaat wiebelen.

Uiteindelijk draait het concept van nietsdoen niet om het letterlijke liggen. Het plezier van de tentoonstelling ligt in de twee eeuwen vrijetijdsbesteding die de kunst er samenbrengt. Op oude doeken van de Bergense School zien we burgers zich verpozen, gearmd een wandeling maken langs de branding. De foto’s van Ed van der Elsken uit de jaren zeventig tonen jonge vrouwen met blote benen, en een jongen met ontbloot bovenlijf, die samen naar het water staan te kijken en naar een strook groen. Nietsdoen, dat is in het heerlijkste geval je overgeven aan de schoonheid van de natuur, zonder al te veel kleren om je lijf, en je handen in de lucht gooien zoals Flora, een sculptuur van Pauline Eecen, het beeld van een persoonlijke bevrijding. Nietsdoen is naakt muziek maken, met je hoofd steunend op je elleboog liggen luisteren naar het blokfluitspel van de jongeman naast je, vergezeld door een lief klein hertje en wat rustende geiten, zoals op een werk van de Bergense schilder Kasper Niehaus. Maar een bronzen meisje van Ryan Gander, een kunstenaar van een nieuwe generatie uit het Verenigd Koninkrijk, is in diezelfde zaal van haar sokkel af gestapt, liet het witte blok leeg achter en nam op haar knieën op de grond plaats voor een ander doek van Niehaus, Arcadisch landschap (1944). Mens en dier hangen er samen in wat lijkt een naïef landschap in de traditie van Henri Rousseau, rijk gevuld maar zonder tijd. Het meisje van Gander is een van de ballerina’s uit een schilderij van Edgar Degas, die zelf wel eens ergens naar wil kijken, na een eeuw lang bekeken te zijn.

Medium bruce nauman  tony sinking into the floor  face up and face down  1973  video still
Bruce Nauman, Tony Sinking into the Floor, Face Up and Face Down, 1973. Videostill © Museum Kranenburgh
‘Doen we eigenlijk nog wel eens niets?’ En: ‘Als we nietsdoen, doen we het dan wel echt?’

In de tijd die ligt tussen Degas, Niehaus en Gander veranderde het nietsdoen drastisch van karakter. De combinatie van meer vrije tijd en een toegenomen welvaart liet een nieuwe industrie exploderen, het entertainment, in al haar uitwassen in beeld gebracht door Tanja Ritterbex. De oud-deelnemer van De Ateliers won vorig jaar de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst voor haar schilderijen van jonge mensen in een wervelende wereld. Loverboy heet het werk in Bergen van een jongen die languit op bed ligt, zijn hoofd steunend op zijn arm op zijn kussen, laptop aan zijn voeten. Het is een klassieke pose uit de kunstgeschiedenis, een mannelijke variant van het breeduit liggende naakt, maar hier is de geportretteerde slechts het middelpunt van een flitsende wereld, vol met kleuren die om zijn hoofd schieten, en zijn ogen houdt hij dicht. Het is als in de nagelsalon die Ritterbex elders in het museum installeerde: er staan potjes lak in honderden kleuren en drankjes met een rietje en alles wat de mens die wil ontspannen hoeft te doen, is plaats te nemen te midden van de hysterie.

Small jeroen eisinga  kano  rood   1993 super 8 film to 2 k  color  silent  3 min  38 sec
Jeroen Eisinga, KANO (ROOD), 1993 SUPER 8 FILM TO 2 K, COLOR, SILENT; 3 MIN, 38 SEC

In zekere zin is het nieuwe nietsdoen daarmee passiever dan het oude. Nietsdoen is vaker dan ooit echt nietsdoen, je laten verzorgen, je laten vermaken. Stil zitten terwijl de wereld om je heen volop in beweging is, meegaan met de stroom verslavende berichtgeving, de wereld nuttigen in beelden op een scherm. De imposante video Beautiful Isle of Somewhere (2016) van Inge Meijer, resident aan de Rijksakademie, deelt met een reeks korte fragmenten in een loop beelden uit absurdistische vakantieoorden. Door de lens van haar camera zien we hoe mensen zich gedwee laten meevoeren, door een cruiseschip bijvoorbeeld, een massief bouwwerk dat tergend langzaam over het water kruipt en massa’s passagiers aan de reling van hun identieke balkons dezelfde foto’s van het uizicht laat maken. Of door een lift die ons naar de juiste verdieping in een hotel brengt, of naar een langzaam draaiend restaurant. Wat gaan al die mensen hoog, wat is dat uitzicht spectaculair – en wat hoeven we er weinig voor te doen.

Ontspanning en verveling, twee kanten van een medaille, kruipen langzaam naar elkaar toe: een moment van rust wordt door diensten als Netflix slim opgerekt tot doelloos tijdverdrijf. En komen we zelf ter ontspanning in actie, dan steeds vaker in een attractie, iets om in rond te draaien of ergens om vanaf te springen. We klimmen, na het kopen van een kaartje, op een schommel boven op de Amsterdam Toren – Europa’s hoogste schommel! – en laten de tijd onder ons voorbij glijden. Rust is in deze volle wereld niet zomaar overal verkrijgbaar.

Het zalig nietsdoen eindigt met een nieuw en speciaal voor de tentoonstelling gemaakt werk van David Rickard, een kunstenaar uit Nieuw-Zeeland. Hij installeerde aan een hoog plafond de ‘slinger’ van Léon Foucault, sinds de lancering in 1851 in het Panthéon in Parijs op verschillende plekken in de wereld in constante beweging. De slinger in Bergen schommelt heen en weer en als je lang genoeg kijkt ook een stukje zijwaarts, mee met de draaiing van de aarde. Rickard nodigt bezoekers uit om eronder plaats te nemen, op een zacht tapijt met een kussen voor in je nek, en onder begeleiding van meditatieve tracks van YouTube niets meer te doen dan te kijken. As the world turns heet het werk – de vraag of het werkelijk tijd is voor meer nietsdoen kun je daar rustig overdenken.


Het zalig nietsdoen, t/m 24 september in Museum Kranenburgh, Bergen; kranenburgh.nl