Onzichtbare seks in Steve McQueens Shame

Droevige kunst

Een van de meest schokkende dingen aan Steve McQueens film Shame is hoeveel we al weten over porno en seksverslaving. De regisseur hoeft niets in beeld te brengen.

HOE LANG is het al weer geleden dat een film Alles wat je altijd wilde weten over seks maar nooit durfde te vragen kon heten? Dat was Woody Allens vierde film. 1972. Twintig was ik, en ik herinner me de scène waarin Woody Allen, verkleed als zaadcel, kleumend in een klunzig gebouwd tunneltje, te midden van veel robuustere, voordringende zaadcellen, op het punt stond om, geheel tegen zijn zin, de ene zaadcel te worden die de eicel zou halen.
We zijn inmiddels miljoenen cumshots verder. Ik zit achter mijn laptop en ben drie muisklikken verwijderd van om het even welke erectie, dubbele penetratie, facialized teen, gang bang. Weet ik inmiddels waar Woody Allen naar vroeg?
Er draait momenteel in de bioscopen een film die een even schitterend als droevig antwoord geeft op de vraag. Hij heet Shame. Hij gaat over geeuwhonger. De hoofdpersoon heet Brandon en wordt adembenemend goed gespeeld door Michael Fassbender. Hij weet alles waar we in ‘72 niet naar durfden vragen. Het antwoord is goeddeels opgeslagen in de harddrive van zijn pc die, als hij op een dag op zijn werk verschijnt, geconfisqueerd blijkt te zijn. Het is volstrekt duidelijk en voor iedereen die de film ziet ogenblikkelijk herkenbaar: alles wat hij weet wordt nu ook geweten door zijn werkgever.
We krijgen overigens geen onvertogen beeld te zien. Regisseur Steve McQueen maakt geen footage vuil aan de inhoud van Brandons verzameling. Hij gaat ervan uit dat iedere toeschouwer afzonderlijk in een flits precies die scènes voor zijn geestesoog getoverd krijgt die de situatie voor Brandon zo beschamend maken.
In principe. Want McQueen maakt, zo lijkt het, al evenmin enig beeld of woord vuil aan Brandons schaamte. Fassbender speelt geen schrik, paniek, vernedering. Hij gaat naar het toilet, dat wel, en daar trekt hij zich, gefilmd recht van boven, af. We weten dat hij dit doet meer dan dat we het zien - dit is een wonderlijk kuise film die je doet beseffen hoeveel we weten zonder het te zien - zijn implicietheid werkt bij tijd en wijle bijna schokkend.
Een groot filmer herkent men aan wat hij weglaat. Hij vertrouwt op de verbeelding van de toeschouwer - hij weet dat de eigenlijke film een innerlijke voorstelling is.
Brandon is wel degelijk bang; de ontdekking van zijn 'filthy drive’, de wetenschap dat alles nu gekend wordt, dat er dwars door hem heen gekeken wordt, zaait paniek. En het is precies deze angst die hem naar het toilet drijft, naar de enige plek waar hij ongezien is, en zich van zijn acute, exploderende lust kan verlossen. En als hij hier is klaargekomen zal binnen afzienbare tijd de onrust, de onderhuidse angst hem weer onbedwingbaar erotiseren, en hem in de metro naar het ritsloze, dialoogloze nummer met een onbekende passante drijven, en daarna, eenmaal thuis, naar de laptop met de webcam-hoer en de wolk van porno.
De film heet Shame, maar had ook Fear kunnen heten.
WIE HAD dat kunnen denken in 1972, toen wij ervan overtuigd waren dat schaamte overwonnen zou worden! Dat was de inzet van de seksuele revolutie - schaamte was de uitdrukking van een prehistorische onvrijheid. We leerden onszelf te beschouwen als luchtbanden, volgepompt met frustratie en angst. Elk orgasme, in vrijheid en onbekommerd genot beleefd, zou de druk wegnemen - seks, en daarvan speciaal de variant van de zelfbevrediging, zou als een ventiel fungeren. De druk van schuld en schaamte zou voor altijd wegsissen. Welbeschouwd was er nog maar één ding waarvoor we ons hadden te schamen - onze schaamte. Hadden we die overwonnen, dan zouden we vrij zijn, en nieuwe mensen, onbenepen, vrij van religieuze knellingen en hypocriet gemoraliseer.
Brandon is van lang na de seksuele revolutie. Hij is een paar jaar jonger dan zijn bedenker, Steve McQueen, die van 1969 is. Er zitten twee scènes in de film waarin we hem als cruiser in actie zien, als versierder - al is dat een hopeloos verouderd woord, van voor Woody Allen. Iemand schijnt geschreven te hebben dat hij tijdens deze scènes de blik van een verkrachter heeft, maar dat is nu net niet de kwestie. Brandon speurt de volle metrocoupé niet zozeer af, als wel rond, als een zwevende, cirkelende roofvogel wachtend op één speciale beweging. En dat is die van de ene vrouw die zijn gecirkel bemerkt. Ook zij staat, of in dit geval: zit in een soort slaapstand, een halfbewust gedoezel waaruit zij als het ware opspringt op het moment dat zij de blik van Brandon op zich gevestigd weet. Het is alsof beide oogopslagen elkaar elektrificeren - terwijl de vrouw ogenblikkelijk haar blik wegtrekt om hem zogenaamd op niets te vestigen. Precies dat, plus de bewegingen van haar hand op haar bovenbenen, van haar lippen, haar slikkende hals en van haar hoofd, dat nauwelijks zichtbaar steeds gecorrigeerd wordt - om niet het gevaar te lopen van weer een blikwisseling, dit alles doet Brandon weten dat hij beet heeft, zoals de vrouw weet dat zij dat heeft. Niet dat zij wil wat Brandon wil - de eerste, weergaloze keer dat we deze scène meemaken, zal zij, als Brandon haar volgt, de coupé uit, het station in, naar boven wegsnellen.
McQueen is een ongeëvenaard kijker naar lichamen, of beter: bediener van lichaamstaal. Zijn talent voor poses is onuitputtelijk. En hij houdt van lichamen! Er is niets puriteins of straffends aan zijn gekijk. Hij is Michelangelo’s cinematografische nazaat.
Brandons blik was eerder fixerend geweest - de borende nichtenblik heette het vroeger, toen we ons, vóór de periode van de aids, nog vermeiden in de gedachte dat de lust zonder last en het anonieme woordenloze cruisen het jaloersmakend privilege van een homoseksuele sub-erotiek was. Hij wilde de vrouw in haar plotselinge geërotiseerdheid vastzetten. Je kunt zelfs zeggen dat hij zijn eigen oogopslag weerkaatst wil hebben, of: kortgesloten.
In een latere scène lukt hem dat, met de naamloze 'vrouw met de bruine ogen’. Zij danst met zijn baas (dezelfde die zijn computer heeft laten onderzoeken), die hilarisch zijn best doet om haar te versieren. Brandon staat langszij en weet al, sinds de eerste blikflits met haar, dat hij haar beet heeft en zij hem. En nu fixeert zij hem door hem ostentatief niet aan te kijken, of beter: door opzichtig, en ironisch, in de ban van de brave baas te zijn.
Ik ken van deze oogopslagensequenties eigenlijk maar één evenknie: in de film Pickpocket van Robert Bresson. Dit is ongetwijfeld de hoogste lof die een filmmaker toegezwaaid kan krijgen. Bresson is de Wittgenstein van de cinematografie genoemd, hij heeft de werking van het filmische beeld tot zijn essentie gedacht. In de onsterfelijke zakkenrollerfilm uit 1951 herkent de ene zakkenroller de andere. Hij weet, terwijl wij eigenlijk niets bijzonders zien, dat de ander volkomen onmerkbaar iemand aan het rollen is. En de ander merkt dat hij gezien wordt - door een blik die het strikt genomen onzichtbare, dat wil zeggen: voor iedere niet-zakkenroller onzichtbare, ziet, en vervolgens zijn ogen zoekt, en vangt.
Van verkrachten lijkt dit allemaal het tegendeel. Het fascinerende is juist de spiegeling, Brandon is een spiegel op zoek naar een spiegel. Wat vervolgens niet wil zeggen dat hij, eenmaal neukend, datgene doet wat vóór Woody Allen 'de liefde bedrijven’ heette.
Het universum van de seksverslaafde is onanoir, juist als je met z'n tweeën bent, of, zoals in de finale van Brandons odyssee, met nog meer.
Het is natuurlijk maar de vraag of seks ooit iets anders kan zijn, als het erop aankomt, dan blinde zelfbevrediging. Klaarkomen is door Bataille 'de kleine dood’ genoemd, en als dat zo is, dan kun je Brandon vergelijken met iemand die onophoudelijk de dood zoekt. Dat is wat we tijdens zijn laatste copulatie in het Thaise bordeel zien: terminale agonie, sterflust. Hier is McQueen genadeloos expliciet, en dit is de enige keer dat Brandons ontroostbare blik ons aankijkt, alsof er bij de toeschouwer erbarmen zou kunnen worden gevonden. Dit verschilt al lang niet meer van iemand die de flash van heroïne najaagt, of van de vergetele zombietoestand van de anorectische uithongering. Over dat laatste - de uithongering als wrekende uitweg uit een uitzichtloos gevankelijk leven - heeft McQueen zijn eerste film gemaakt, over de hongerstaking van IRA-terroristen.
Als dit allemaal steek houdt, als het om een vlucht voorwaarts gaat, de vergetelheid in - waar komt in Brandons geval dan de schaamte vandaan? Het antwoord is melodramatisch: die komt van zijn zusje, Sissy, al even meesterlijk gespeeld door Carey Mulligan. Zij zingt in nachtclubs, is dakloos en trekt stuurloos en onophoudelijk telefonerend met getrouwde minnaars die niets van haar willen weten in bij Brandon. Zij wil welbeschouwd niets van Brandon. Of juist alles: zijn bescherming.
Wat een simpel verhaal. Onontkoombaar laat McQueen zien dat Brandons uitgestelde zelfmoordleven niet zijn eigen zaak is. Steeds duidelijker wordt dat hij het leven van Sissy op het spel zet. Zij moet weg, ausradiert, hij mag niet gekend worden, niet door haar. En steeds dreigt het hem te dagen - dat hij haar om zo te zeggen van haar laatste beetje leven aan het beroven is: de flash die hij najaagt wordt steeds agressiever, steeds destructiever, omdat het steeds moeilijker wordt om te ontkennen dat alleen hij zijn zusje kan redden.
Shame is precies de goede titel van de film. Telkens wanneer Sissy (die even verslaafd is - aan de stuurloze illusie van aandacht van getrouwde mannen) hem betrapt op zijn seksuele praktijk gebeurt er hetzelfde als toen hij hoorde dat zijn pc was geconfisqueerd: op hetzelfde moment dat hij gekend wordt, ervaart hij zijn totale afhankelijkheid. Hij is in de macht van zijn zucht, een junk die alleen op het moment dat hij zichzelf de nog weer grotere dosis toedient greep heeft over zichzelf - om zich, bijkomend uit zijn flash, niets te weten. Niemand.
Het is een soort wonder dat hij na de zelfvernederende finale eindelijk in paniek raakt. Hem daagt wat wij, machteloze toeschouwers, al zijn gaan vermoeden: dat Sissy, terwijl hij zich vergeefs de dood in probeerde te neuken, de echte dood heeft gezocht. Grief, zo had de film ook kunnen heten.
De ademloze, steeds wanhopiger tocht naar het appartement, naar de badkamer, naar Sissy, is een meesterstuk van timing.
Is dit dan dus wat je over seks wilde weten?
Het is nog geen sinecure om het toe te geven. Wat je al wist, maar waar je liever niet naar vroeg, daarvan heeft Steve McQueen grote, droevige kunst gemaakt.

Shame draait nu in de bioscoop