Almere: groots en meeslepend maar losgezongen van de realiteit

Dromen in een aangeharkte wereld

Wethouder Adri Duivesteijn wil dat Almere transformeert van een slaapstad tot een Los Angeles in de polder, vol creatieve stedelingen. Grootse plannen, die grote kritiek krijgen. ‘Almere is een geografische blunder.’

ER ZIJN MOMENTEN dat je ineens de potentiële charme van Almere ziet. Zoals vandaag, een willekeurige zonnige dinsdagochtend, luttele uren na de spits. Aan de oostkant van de Amsterdamse ringweg neem je de afslag naar de A1, een minuut of acht later rijd je de Hollandse Brug over die het vasteland van Noord-Holland met de Flevopolder verbindt en direct aan het eind van de brug kom je al de eerste afslag van Almere tegen: Almeerderzand. Onder aan de afslag loopt de Poortdreef, die de automobilist binnen drie minuten Almere Poort binnenvoert, de nieuwste wijk van de stad. Een verzameling splinternieuwe woningen op een paar honderd meter van het IJmeer en op een afstand van slechts zestien autominuten van Amsterdam. Dit zijn de momenten die wethouder Adri Duivesteijn moeten hebben aangezet tot zijn opmerkelijke visie op de stad. Als het aan de geboren Hagenaar ligt transformeert Almere in de komende decennia van een slaapstad tot een Los Angeles in de polder.
Hoe? Heel simpel. Door nog meer wijken te bouwen, tussen het groen en aan het water, een eilandengroep aan te leggen voor de kust en door de stad eindelijk eens goed te verbinden met Amsterdam. Voeg daar wat Duivesteijn zelf ‘stedelijke momenten’ noemt aan toe en de toekomst kan niet meer stuk. Volgens de structuurvisie die vorig jaar werd gepresenteerd komen er in Almere de komende twintig jaar zestigduizend woningen bij en gaat de stad bijna een verdubbeling van het aantal inwoners tegemoet. Nu zijn het er 190.000, het moeten er 350.000 worden. 'Deze visie betekent het tweede grote moment in de geschiedenis van Almere’, legt Duivesteijn uit, die samen met Winy Maas van MVRDV het plan bedacht. Hij pakt trots meer dan tien kilo aan plannen, kaarten en tekeningen uit de kast in zijn werkkamer op het stadhuis. 'Geloof me, dit wordt een collector’s item. In 1976 werden de allereerste woningen gebouwd, nu komt er een heel nieuwe laag over de stad heen. Het zal een historische ontwikkeling zijn.’
Het klinkt allemaal zo mooi en zo logisch. In alle voorspellingen die de laatste jaren zijn gedaan, staat dat het noordelijke deel van de Randstad ook de komende decennia zal blijven groeien. Volgens de berekeningen moeten er in de zogeheten Noordvleugel tot 2040 in totaal 220.000 woningen worden bijgebouwd. Omdat de uitbreidingsmogelijkheden van de dorpen en steden in het oude land beperkt zijn, wordt de blik al snel gericht op Almere. Daar is ruimte in overvloed en het ligt niet al te ver van de populaire steden Amsterdam en Utrecht. Bovendien wil Almere zelf graag groter worden. Al sinds jaar en dag hamert men op de ambitie om de vijfde stad van het land te worden. Via de geplande 'schaalsprong’ moet die ambitie eindelijk gerealiseerd worden. De belangrijkste handtekeningen onder de plannen zijn al gezet. Door een metro aan te leggen onder het IJmeer tussen Amsterdam en Almere, de snelwegen tussen beide steden te verbreden en ook de treinverbinding te verbeteren wordt het obstakel van de slechte bereikbaarheid weggenomen. Volgens Duivesteijn staat niets een gouden toekomst van Almere dan ook in de weg: 'Zoals je in Los Angeles van Venice naar Santa Monica naar Hollywood rijdt, ga je hier straks van Almere Pampus naar Almere IJland naar Almere Oosterwold en Almere Centrum Weerwater. Nieuwe kernen met ieder een eigen identiteit.’
Uitvoeren dan maar, zou je zeggen. Maar zo simpel is het niet. Bij het maken van de plannen is een belangrijk probleem over het hoofd gezien: bijna niemand wil in Almere wonen. De stad groeit weliswaar nog altijd, maar bestaat grotendeels uit middeninkomens op zoek naar een betaalbaar huis met een tuin in de Randstad. Dat Almere voor maar weinig mensen eerste keus is, blijkt uit de bovengemiddelde daling van de huizenprijzen. Dat zijn niet de enige zorgelijke ontwikkelingen. In de Atlas voor gemeenten 2010, waarin de statistieken van de vijftig grootste gemeenten van Nederland worden samengevat, neemt Almere de 42ste plaats in op de zogenaamde 'woonaantrekkelijkheidsindex’. Belangrijke factoren hierbij zijn de slechte bereikbaarheid, een belabberd cultureel en culinair aanbod en een groot gevoel van onveiligheid. Ook het gebrek aan historie doet de stad geen goed. De toename van criminaliteit en overlast, de hoge jeugd- en langdurige werkloosheid en het gemiddelde opleidingsniveau onder het landelijk gemiddelde zijn zorgwekkend. Het hoge aantal PVV-stemmers bij de laatste verkiezingen is veelzeggend. Onder deskundigen bestaat de angst dat de stad afglijdt naar het niveau van Kanaleneiland in Utrecht, een van de meest problematische wijken van het land. Peter van Rooy is een van hen. Als zelfstandig adviseur maakt hij deel uit van de gezaghebbende denktank NederLandBovenWater, die het kabinet gevraagd en ongevraagd adviseert op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling. 'De schaalsprong is een mooie droom, maar het is totaal onrealistisch. Je moet de negatieve spiraal doorbreken, maar de plannen van Duivesteijn zijn daar zeker niet de oplossing voor. Het is klassiek maakbaarheidsdenken in een modern jasje.’

DERTIG JAAR geleden besloot de overheid een stad te bouwen in een lege polder. Het was een jaren-zeventigexperiment, waarvan vele critici nu zeggen dat het achterhaald is door de tijd. De stad werd ontworpen door ingenieurs uit Wageningen, die deskundig waren op het gebied van landschappen en niet van stedenbouw. Dat is nog steeds terug te zien in de structuur van de stad. Almere bestaat niet uit een stadscentrum met daar omheen woonwijken, maar uit een zestal losse kernen, waarvan Almere-Haven de oudste is. Tussen Almere-Buiten en Almere-Poort ligt maar liefst 23 kilometer snelweg. De verschillende kernen worden verbonden door dreven, omgeven door snelgroeiende populieren en losliggende busbanen. Almere was de stad voor de bewoners uit de afbraakbuurten van Amsterdam, die een fatsoenlijke woning met een tuin konden betrekken in de jaren zeventig en tachtig. Kunnen de plannen van Duivesteijn de stad een nieuwe impuls geven?
Volgens Van Rooy gaat het al mis bij de aanname van Duivesteijn dat je stedelijke hoogopgeleiden, creatieve kenniswerkers, kunt overhalen om naar Almere te verhuizen: 'Hij denkt dat mooie huizen en veel groen voldoende zijn om deze doelgroep naar zijn stad te krijgen. Ik ben niet profetisch, maar binnen die doelgroep ken ik werkelijk niemand die zou denken aan Almere. De mondiale trend is steeds meer dat hoogopgeleiden in de kenniscentra, zoals Amsterdam en Utrecht, willen wonen. Juist deze groep kiest heel bewust voor een aantrekkelijk woonklimaat, met veel uitdagende banen, cafés, restaurants, winkels, theaters, musea en een historische binnenstad. Het liefst allemaal op loop- of in ieder geval fietsafstand. Ook worden ze graag omgeven door geestverwanten. En die zijn in Almere nauwelijks te vinden.’
Duivesteijn heeft alle mogelijke kritiek op zijn visie al vaak voorbij horen komen en is niet onder de indruk. Hij is volledig overtuigd van zijn gelijk. De sleutel ligt volgens hem bij de bereikbaarheid van de stad. Nu is die dramatisch. Inwoners van Almere staan dagelijks ’s ochtends en ’s avonds in de ergste files van het land. 'Als wij aantrekkelijk willen zijn voor mensen uit Amsterdam, dan moeten we gevoelsmatig heel dicht bij de hoofdstad liggen. Nu is de afstand hemelsbreed heel klein, maar omdat de reistijd zo lang is, voelt het alsnog ver weg. Daarom is de ondertekening van het tracébesluit zo belangrijk.’ Duivesteijn doelt op de handtekening die minister Melanie Schultz van Verkeer onlangs zette onder het voornemen om de snelwegen tussen Schiphol, Amsterdam en Almere te verbreden. 'Bij de A1 komen zelfs twaalf banen’, zegt hij met een verlekkerd gezicht.
Daar blijft het niet bij. Onlangs presenteerden Amsterdam, Almere en het rijk plannen voor een metroverbinding met Amsterdam onder het IJmeer door. In het concept is men uitgegaan van de aanleg van IJburg 2 en van de eilanden Almere IJland en Almere Pampus. Beoogde luxe wijken in en aan het water, waar een nieuw stedelijk milieu moet ontstaan, bedoeld voor de hoogopgeleide stedeling. Alweer een steun in de rug voor Duivesteijn. 'Ik zou het heel spectaculair vinden als je in de toekomst binnen twintig minuten in Amsterdam bent. Tijd is dan geen factor meer.’ De metrolijn boekt weliswaar maar twee minuten tijdwinst op de treinverbinding, maar ontsluit de stad op een nieuwe manier: 'Deze IJmeerlijn zal Almere en Amsterdam niet alleen fysiek, maar ook in sociaal, cultureel en economisch opzicht met elkaar verbinden.’ Want alleen als deze kloof wordt overbrugd is het mogelijk om de concurrentiestrijd aan te gaan. Een extra bonus zijn de lage geraamde kosten. In plaats van voor 5,3 miljard zou de metro aangelegd kunnen worden voor ongeveer 3,5 miljard. Althans, dat zeggen de betrokken partijen nu.
Toch is al het goede nieuws volgens Van Rooy nog altijd geen garantie voor succes: 'Die handtekeningen onder het tracébesluit zeggen niet zoveel. Ik vraag me af of het geld voor de verbreding van de snelwegen er überhaupt komt. De pensioenfondsen zetten er grote vraagtekens bij. Ze willen niet investeren omdat ze onvoldoende kansen zien op een voor hen noodzakelijk rendement. In Azië is die kans veel groter. Wie gaat in Nederland een investering van vier tot zes miljard aan infrastructuur terugbetalen? Ze hebben geen vertrouwen in tolwegen en vragen zich af of er duizenden mensen in Almere gaan wonen die vierhonderd- of vijfhonderdduizend euro te besteden hebben. Marktpartijen stappen alleen in als overheden keiharde financiële toezeggingen doen. Voor het rijk is het een kip-ei-verhaal. Moet je eerst de infrastructuur aanleggen in de hoop dat Almere aantrekt, of wacht je eerst af en leg je daarna de verbindingen aan? Als de financiering ter sprake komt, zal ook de Tweede Kamer zich afvragen of die miljardeninvestering wel op zijn plaats is.’ Een metroverbinding vindt Van Rooy wel maatschappelijk aanvaardbaar: 'Als je dat niet doet, schrijf je Almere af.’
Want iedereen is het erover eens dat de belabberde bereikbaarheid een probleem is. Een gevolg van wat geografisch econoom Gerard Marlet in De aantrekkelijke stad een geografische blunder noemt: 'Almere ligt op de verkeerde plek in het land. Net te ver van Amsterdam om van de stedelijke voorzieningen te profiteren en onvoldoende verknoopt met het stedelijke netwerk in de Randstad om te profiteren van het royale banenaanbod daar. Almere is dan ook niet een planologische, zoals eerder gedacht, maar een geografische blunder. Almere had beter ergens in het Groene Hart te midden van de grote steden kunnen worden gepland. Door de files zijn steeds minder banen binnen een acceptabele reistijd te bereiken. Almere heeft last van agglomeratienadelen, maar profiteert nauwelijks van de voordelen.’

DE KWESTIE Almere en de grootse ambities van Duivesteijn houden de gemoederen in het wereldje flink bezig. Coen Teulings, directeur van het Centraal Planbureau, gaf tijdens de presentatie van de CPB-publicatie Stad en land in maart aan dat Amsterdam er goed aan zou doen om de infrastructurele investeringen in de schaalsprong van Almere, zoals de IJmeerverbinding, te heroverwegen. Van rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol is bekend dat ze sceptisch is over de bestaande toekomstplannen. Zo zei ze in NRC Handelsblad: 'Natuurlijk moet er in Almere gebouwd worden, maar gefaseerd en niet door nog meer nieuwbouwwijken toe te voegen.’ In een grote schaalsprong ziet ze niets: 'Misschien een schaalsprongetje. Of eigenlijk een hink-stap-sprong.’
Van der Pol gelooft meer in bouwen op plekken met een betekenis, zoals de IJ-oevers, Amsterdam-Noord en de Zaanstreek, dan in nog meer suburbs: 'Stop de suburbanisatie, bouw geen nieuwe wijken meer. We hebben nu bijna vijftig Vogelaarwijken en als we blijven bouwen in de wei hebben we er straks honderdvijftig. Want nieuwe wijken tasten niet alleen het landschap aan, ze trekken ook bestaande wijken leeg.’ Vanwege de politieke gevoeligheid van het onderwerp wilde zowel Van der Pol als Teulings in dit artikel niet reageren.
Econoom en planoloog van de UvA Gert Middelkoop is nog stelliger: 'Duivesteijn leidt aan planologische grootheidswaanzin. Groots en meeslepend maar geheel losgezongen van de realiteit. Hij verloochent hiermee de essentie en de opgave van Almere en daarbij de huidige inwoners met hun dromen. Met de bestaande wijken wordt niets gedaan in de nieuwe plannen.’ En dat vindt Middelkoop onbegrijpelijk: 'De eerste bewoners van Almere wonen in bloemkoolwijken. Dat zijn buurten die lijken op een doolhof, waar inmiddels mensen wonen met weinig inkomensperspectief. Deze verwaarloosde wijken moeten opgeknapt worden in plaats van dat je een heel nieuw eilandenrijk voor de kust legt. Almere is in zijn diepste wezen een burgerlijke stad, er wonen mensen met een huis tot tweehonderdduizend euro, die in een aangeharkte, overzichtelijke wereld willen wonen met goede scholen om de hoek en een prettig winkelcentrum. Het lijkt erop alsof Duivesteijn met een onverwoord onbehagen rondloopt en de eigen bewoners veronachtzaamt. Zij willen een huis, tuin en een parkeerplaats voor de deur. De middenklasse is nu eenmaal niet stedelijk georiënteerd.’
Opknappen en bouwen in de bestaande Almeerse wijken, het verdichten van de stad, dat is volgens deze critici een veel beter idee. Ze volgen de gangbare gedachte dat een succesvolle stad compact gebouwd is en niet, zoals Almere, is uitgespreid over eindeloos veel losse kernen, die door lange asfaltwegen met elkaar zijn verbonden. Tot ergernis van Duivesteijn: 'Van mij mag je kritiek hebben, maar wat ik mensen als Liesbeth van der Pol, Coen Teulings, Van Rooy en Middelkoop verwijt is dat ze een preoccupatie hebben met wat een stad is en daar moet iedere stad zich op aanpassen. Ik vind dat een krankzinnige redenering. Mag er alsjeblieft ook een stad zijn die zegt: dat maken we zelf wel uit. Wij zijn afwijkend en als je ons niet mooi vindt, ga je maar met een ander op stap. Sodemieter op. Dring je beeld niet op aan ons.’
Duivesteijn ziet juist uitzonderlijke kwaliteiten in het meerkernenplan dat Almere al sinds het ontstaan definieert: 'Het suburbane heeft een superieure kwaliteit. Almere is zo uniek in de stedelijke context van Nederland dat je het enkel al als erfgoed moet bewaren.’
Verkooppraatjes, vindt Van Rooy: 'Duivesteijn is Almere voortdurend aan het branden. Natuurlijk weet hij dat er wijken zijn die afglijden, maar als hij daarop gaat tamboereren, dan weet hij zeker dat hij het geld voor de schaalsprong niet krijgt. Het is een slimme strategie om te hameren op de uitbreiding. Hij drukt de sores weg en maakt er een wervend verhaal van om te zorgen dat hij van het rijk financiering krijgt voor de infrastructuur.’
De wethouder ontkent niet dat hij een flinke lobby in werking heeft gezet: 'Maar als wij niet Almere heetten, maar Amsterdam-Noord of de Westelijke Tuinsteden, dan was dat niet eens nodig geweest. Dan zou men denken: hoe is het nou toch mogelijk dat er geen metro ligt. Alleen omdat er een lullig stukje water van zeven kilometer tussen ligt, denken mensen dat het anders is.’
Volgens Van Rooy ligt de oplossing voor Almere niet in grootspraak, maar juist in bescheidenheid: 'De enige manier om nog wat van Almere te maken is door het creëren van nieuwe broedplaatsen en in te zetten op creatievelingen, kunstenaars en starters met een krappe beurs die zich geen of maximaal één auto kunnen veroorloven. Je zou een regelluwe zone kunnen maken waar je woningen en ateliers vrij kunt bouwen, in alle soorten en maten met een basisvergunning die je in één dag kunt krijgen. Dat is de enige kans om de creatieve sector uit Amsterdam en Utrecht aan te trekken. Misschien lukt het dan om een transformatie zoals in de Pijp in gang te zetten. Maar zelfs als dat gebeurt, dan zal het echte effect nog zeker twintig tot dertig jaar op zich laten wachten.’

FUNDAMENTELER NOG dan de vorm van de stad is de omvang. Officieel wordt nog steeds uitgegaan van de prognose dat de noordelijke Randstad 220.000 woningen moet bijbouwen, waarvan ruim een kwart in Almere. Maar de voorspellingen lijken gedateerd. Daarom heeft de Kamer gevraagd om een herberekening. Van Rooy is ervan overtuigd dat de zestigduizend woningen in Almere achterhaald zijn: 'In de wandelgangen doen heel andere cijfers de ronde, maar het ministerie houdt nog vast aan de opgave. Anders komt de hele schaalsprong op losse schroeven te staan. Feit is in ieder geval dat er momenteel in Nederland ruim tweehonderdduizend woningen te koop staan en zes miljoen vierkante meter kantoorruimte, die mogelijk kan worden verbouwd tot woningen. Dit is niet het moment voor zulke grootschalige woningbouw.’
Adri Duivesteijn maakt zich geen zorgen over de cijfers: 'Ik geloof dat ze wel kloppen, maar ook wij hebben gevraagd of ze nog een keer doorgerekend kunnen worden. Want het leuke van de plannen is, en dat meen ik heel oprecht: het hoeft nu niet uitgevoerd te worden. Als het morgen niet gebeurt, dan later. De vraag bepaalt uiteindelijk of we doorgroeien. We hebben geen haast.’