Dromen kan niet meer

Het onderwerp ‘Oiropa’ behoort tot de vaste inventaris van de Duitse filosofie. Dus ook tot die van Peter Sloterdijk. Onlangs verscheen van hem ‘Falls Europa erwacht’, waarin hij de Oude Wereld een grootse toekomst voorspelt. Sloterdijk licht toe. Met de van hem bekende ernstige ironie.

IN HET RUIM zeventig pagina’s tellende essay Europa, mocht het ooit wakker worden kondigt Sloterdijk aan dat het oude continent wederom als wereldmacht zal opstaan. Europa had ten tijde van de Koude Oorlog vijftig jaar lang ‘vakantie’. Deze 'droomtijd’ loopt volgens de filosoof nu op zijn einde. Rond het jaar 2000 zal het 'imperium Europa’ weer een gestalte krijgen, vergelijkbaar met die van het Romeinse keizerrijk. Sloterdijk noemt deze wederopstanding 'onvermijdelijk’, al laat hij er meteen de waarschuwing op volgen dat Europa niet opnieuw moet vervallen in imperialistische, mensenverachtende machtspolitiek. Wel veroordeelt hij het kleinburgerlijke moralisme dat de afgelopen vijftig jaar hoogtij vierde en pleit hij voor een Grote Politiek, waarin Europa zijn eeuwenoude zoektocht naar de waarheid en 'het goede leven’ voortzet.

Om zijn stelling dat 'het principe wereldmacht als zodanig reeds aan de wortel van Europa ligt’ te onderbouwen, blikt de Duitse filosoof terug op de geschiedenis van Europa. Sloterdijk beziet die geschiedenis als een geschiedenis van 'rijksoverdrachten’, die begon in de zesde eeuw met de Roomse bisschoppen. Daarna volgden 'de Karolingers, de Ottonen en de Hohenstaufens, vervolgens de Habsburgers in de Oostenrijkse en Spaanse lijn, de missieordes, de Britse kapitalistische avonturiers en mensenhandelaren, de Bourbons en de tsaren, en ten slotte de keizers en de charismatische usurpators van de nieuwe tijd: Napoleon, Wilhelm II, Lenin en Hitler.’
Maar sinds de catastrofe van de Tweede Wereldoorlog durft volgens Sloterdijk geen Europeaan meer aanspraak te maken op het historische privilege de 'beschaving’ te brengen. Zijn hele boek ademt een sfeer van protest tegen deze koudwatervrees, of zoals hij het noemt: deze 'absentiepolitiek’. Sloterdijk: 'Mijn hoofdargument betreft de Harmlosigkeit van de Duitsers. Sedert de oorlog hebben de Duitsers geprobeerd de wereld met hun eigen Harmlosigkeit te bedwingen. Het is een typisch Duitse houding geworden: een beetje klein, een beetje vriendelijk, een beetje besiegt, een beetje gecastreerd.
In zekere zin is dat ook de houding van de Nederlanders en Belgen. Zij vormen bij uitstek de onbezorgde landen van na de oorlog. Ze zijn zelfvoldaan, tevreden, geloven echt dat klein mooi is. Dat geldt ook voor de Oostenrijkers, die uit hun neutraliteit bijna een levensleugen hebben gemaakt. Na het vervloekte experiment met Grote Politiek wilde niemand er ooit meer iets van horen. Grote Politiek, dat is unheimlich.
Het traumatische van de les die Europa in 1945 kreeg, lag in de vernedering door haar bevrijders. Voor de Europeanen brak er een tijd aan van vacuumideologieen, die allemaal tot doel hadden rechtvaardigingen te vinden voor hun verwijdering uit het politieke centrum van de wereld.’
NA DE BEVRIJDING door de Sovjetunie en de Verenigde Staten werd Europa door de nieuwe wereldmachten in de tang genomen. Het Europese zelfbewustzijn werd verdrongen en weggedrukt. Europa leefde daardoor na 1945 een halve eeuw lang in een tijdperk van 'halve verantwoordelijkheden’, zoals Sloterdijk dat noemt. De Europeanen 'vierden vakantie’, ze voelden zich ontheven van de verplichting tot het voeren van Grote Politiek. De concurrentieslag die de wereldmachten over de hoofden van de Europeanen heen uitvochten, ging om niets minder dan de kwaliteit van het leven zelf. Het was, zo schrijft hij, 'een grootschalig politiek-economisch-psychologisch experiment, met als inzet wie het beste kon leven, produceren en genieten - een experiment dat door de gebeurtenissen van 1989 voorlopig in het voordeel is uitgevallen van de liberaal-kapitalistische Anglo-Amerikaanse way of life.’
Met de val van de Muur in 1989 kwamen de Europeanen voor de taak te staan zich 'de tekst van hun rol in het wereldtheater opnieuw eigen te maken. Het zou wel eens nuttig kunnen zijn tijdens de toekomstige tekstrepetities te herinneren aan een cultuurfilosofische definitie van Europa, waardoor elke nieuwe poging om te vluchten in het kleine, het politiek onschuldige en mondiaal vrijblijvende bij voorbaat wordt geblokkeerd.’
Sloterdijk stelt vast dat hij niet alleen staat in zijn visie op Europa’s wedergeboorte. Hij ontwaart sinds 1990 een opmerkelijke opleving in het denken over een Europese renaissance. Hij noemt Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Oost-Europa als belangrijkste broedplaatsen, en wijst op namen als Hagen Schulze, Walter Laqueur, Edgar Morin, Jacques Attali, Vitaly Shurkin, Gyorgy Konrad en Paul Konrad Liessman, auteurs die boeken hebben gepubliceerd onder zulke omineuze titels als Die Wiederkehr Europas, Grossbaustelle Europa en Der Aufgang des Abendlandes.
We spreken Peter Sloterdijk (1947) in Karlsruhe, een van de woonplaatsen van de filosoof, die daarnaast ook in Wenen en een dorp in Zuid-Frankrijk resideert en werkt. Karlsruhe is al sinds zijn geboorte een vaste woonplaats van Sloterdijk, die met een fikse knal bekend werd nadat zijn magnum opus, het tweedelige Kritiek van de cynische rede, in 1983 het licht zag. Van collega Habermas tot Die Zeit waren de besprekingen juichend - in de Franse pers werd zelfs van 'de nieuwe Nietzsche’ gesproken.
De Kritiek van de cynische rede is een studie van het cynisme in de Weimar-tijd, afgezet tegen het oorspronkelijke 'kynisme’ van de Griekse filosoof Diogenes. Maar het las vooral als een afwijzing van het kille cynisme dat opgeld deed in de jaren tachtig. Sloterdijk verwerpt dat cynisme en houdt een warm pleidooi voor het Griekse kynisme, dat een positief ja tegen het leven inhoudt, aangevuld met een gezonde dosis scepsis en satire.
Met een oplage van 120.000 stuks werd het meteen de best verkochte filosofische verhandeling van na de oorlog, vertelt Sloterdijk niet zonder trots. Zijn andere werken komen niet boven de twintigduizend uit, en van zijn nieuwe essay zijn in Duitsland nauwelijks tienduizend stuks verkocht. Sloterdijk: 'Als je de verkoop van een boek wilt bemoeilijken, moet je het woord “Europa” in de titel opnemen. Mensen voelen zich simpelweg te klein voor zo'n thema. Het woord “Europa” zien zij kennelijk als synoniem aan “grote inspanning”. Het levensgevoel is trouwens overal die vermaledijde vermoeidheid. Dat is een thema op zich: waarom de Europeanen van nu zo moe zijn.’
De hoge toon die Sloterdijk in het boek aanslaat, ontbreekt in het gesprek geheel. De rijzige gestalte verhaalt rustig. Draaiend aan zijn donkerblonde snorharen geeft hij op elke vraag een lang, bedachtzaam antwoord. Soms staren de ogen diep in de verte, en af en toe klinkt een zelfgenoegzame lach bij zijn ironisch-provocerende grappen.
Hij vergelijkt de situatie waarin Europa nu verkeert met die van een grote onderneming die zich genoodzaakt ziet met behulp van corporate identity-technieken haar futloosheid te overwinnen. 'De Europeanen die gekweld worden door Europa-moeheid, zullen met behulp van geschikte Europa-trainers, om niet te zeggen Europa-kunstenaars, zelf de visie moeten ontwikkelen die hen zal enthousiasmeren voor hun Europa.’
IN EUROPA, MOCHT het ooit wakker worden richt Sloterdijk zich tot de Europese intelligentsia, die hij het probleem voorlegt hoe Europa na vijftig jaar afzijdigheid weer een rol op het wereldtoneel kan vervullen. 'De Europese intelligentsia staan nu voor de uitdaging haar noodlotsmachine om te bouwen. Maar dit keer zal het niet gaan om het opnieuw opeisen van het rijk door een Grootwesteuropees politiek subject met een zetel in Brussel; het geeft voor de Europeanen geen pas meer - noch vandaag noch morgen - voor de zoveelste keer de Romein uit te willen hangen.’ Sloterdijk licht toe: 'De titel van mijn boek kun je niet lezen alsof ik aan de zijlijn “Europa, wordt wakker!” sta te roepen. Dat zou een al te onomwonden imperialistische stelling zijn. In plaats daarvan zeg ik: Zolang Europa slaapt, moeten we het eens worden over wat de Europeanen eigenlijk willen. We moeten beseffen dat we Romeinen zijn, en dat Romeinen per se imperialisten zijn. Als Europa ontwaakt, moeten we dus proberen een nieuwe modus vivendi te vinden, we moeten proberen het betere Rome te ontwikkelen. Want als het oude, brutale Rome terugkeert, zullen we onvermijdelijk weer problemen krijgen. De vijandschap met de rest van de wereld zal dan onverzoenlijk worden.’
'Absentiepolitiek’ is een sleutelwoord in het nieuwe werk van Sloterdijk. Onder de kop 'Absurditeit, frivoliteit, absentie: Aspecten van het Europese vacuum’ legt hij uit dat het jaar 1945 in de Europese herinnering een traumatische betekenis heeft. Het einde van de Tweede Wereldoorlog viel samen met een revolutionaire geopolitieke les. Want op dat moment herbeleefden de Europeanen hun 'oerscene’ met 'hypnotische evidentie’. De 'kwellende en drukkende verwerking’ van hun vermorzeling door de beide wereldmachten strekt zich uit over twee politieke generaties. 'De kracht van deze scene is zo enorm dat ze heel veel vroegere beslissende momenten van het Europees bewustzijn een halve eeuw weet te verdringen en weg te drukken.’
De Europese politiek van na de bevrijding beschouwt Sloterdijk tevens als 'een soort kuur voor overspannen patienten, die nooit echt wilden toegeven dat zij de redding van buitenaf nodig hadden gehad’. Nu Europa het einde van dit 'klinische tijdperk’ nadert, 'valt het te betwijfelen of het voor mensen met een lange revalidatie achter de rug uberhaupt nog wel mogelijk is een terugkeer naar de werkelijkheid te maken’.
Sloterdijk laat de eerste periode na de oorlog beginnen met de ervaring van existentiele bodemloosheid, een periode die later onder de noemer van het absurde zou vallen: 'Absurd is een bestaan dat zich terugvindt in een reusachtige en vijandige wereld, zonder inspirerende zending en zonder objectieve opgave.’
In de periode daarna stonden 'katholiserende en nihiliserende stromingen’ naast 'recente vormen van pragmatisme, die Europa uiteindelijk de koers willen laten varen van een ideologievrije markteconomie van het Anglo-Amerikaanse type’, schrijft Sloterdijk. En hij vervolgt: 'Bij de overgang van het existentialisme naar consumentisme bereiken de Europeanen het jongste, nog steeds voortdurende hoogtepunt van hun alles doordringende nihilisme.’
Dit nihilisme is volgens hem mede voortgekomen uit de nietigheid die men in Europa ervoer als gevolg van de nucleaire dreiging. Sloterdijk noemt dat gevoel van nietigheid het 'nucleaire nihilisme’, dat maar een grote uitdaging kent: 'zichzelf zonder dwingende reden te verbruiken’, zodat 'jaren nog slechts zakken vol vuilnis zijn die na nieuwjaar worden opgehaald’. Sartre parafraserend schrijft hij dat mensen 'niet meer tot vrijheid, maar tot frivoliteit verdoemd’ zijn. 'Wordt het duifgroen of karmozijn, zalm-teriyaki of lamszadel, de Seychellen of Acapulco, Jeff Koons of Markus Lupertz?’
HET POLITIEKE GEVOLG van de absentiepolitiek ziet Sloterdijk onder meer in het falen van de internationale gemeenschap om de oorlog in voormalig Joegoslavie te bedwingen. Het geblunder van de internationale gemeenschap laat helder zien wat de 'obscene’ consequenties zijn van het ontbreken van Grote Politiek.
Sloterdijk: 'Ik ben ervan overtuigd dat we met een goede politieke Mannschaft zeer veel schade hadden kunnen voorkomen. Het gezamenlijke Europese dilettantisme heeft zeer veel schuld aan de catastrofe die zich nu in Bosnie voltrekt. Ik denk dat de juiste analyse van de schuldvraag is: vijftig procent Europese onkunde en vijftig procent nationaal-imperialistische, ofte wel Servo-kroatische ideologie.’
Overigens zegt de filosoof dat het in Joegoslavie slechts om 'museale conflicten’ gaat, zeg maar: achterhoedegevechten. 'Europa gaat een heel andere kant op, daar is de integratie de facto al te ver voortgeschreden, verder dan de meeste mensen denken. Dat is over het geheel genomen wel een behoorlijke prestatie. Europa heeft geen nationalismeprobleem meer, en zal dat ook niet meer krijgen. Tenminste niet in de oude vorm. Maar massapsychose blijft altijd mogelijk.’
Zullen de Europeanen, zodra ze aan het vacuum zijn ontsnapt en uit de absentie terugkeren, ooit weer leren grote dingen van zichzelf te eisen? Sloterdijk: 'Europa moet zich herbezinnen op zijn relatie met de Verenigde Staten. De twee werelddelen moeten een gemeenschappelijke geopolitiek ontwikkelen die de onderlinge verhouding drastisch verandert. Niet langer zal Europa het protectoraat van de Amerikanen zijn. Europa en de Verenigde Staten zullen een Atlantische politiek moeten ontwikkelen die uitgaat van gelijkwaardigheid.’
Volgens Sloterdijk krijgt het nieuwe Europa haar contouren vooral langs de as Berlijn-Parijs-Brussel. Dat is de krachtenlijn waarlangs zich volgens hem een Grooteuropese statenbond, of een bond van bonden, zou moeten uitkristalliseren. Slaagt Europa er niet in zo'n nieuwe unie van politieke eenheden te bereiken, dan acht de filosoof de kans niet ondenkbaar dat de 'suggestieve scenario’s die een economische wereldoorlog voorspellen tussen de Verenigde Staten, Japan en Europa’ wel eens bewaarheid kunnen worden. Daarnaast beschouwt hij de wijze van omgaan met het 'Wilde Oosten’ (Rusland) als een zonodig nog groter probleem voor Europa.
Sloterdijk begint zijn Europa-essay met een citaat van Paul Valery uit La crise de l'esprit: 'Wij zien thans dat de afgrond van de geschiedenis groot genoeg is voor allen.’ Dit citaat ademt de apocalyptische wereldvisie van het boek dat op de Kritiek van de cynische rede volgde: Eurotaoisme. Daarin pleitte de filosoof voor een levenswijze in het teken van de Langsamkeit. Die traagheid zou als een rem moeten werken op de waanzinnige snelheid waarmee de moderne mensheid zichzelf voortstuwt sinds het vooruitgangsidee van de Verlichting vat op haar kreeg - met alle nadelige gevolgen van dien voor de natuur en de menselijke geest.
Diezelfde zorg is ook aanwezig in zijn huidige denken. Toch lijkt Sloterdijk in het gesprek heel wat minder apocalyptisch gestemd. Nu de Duitse liberalen van de FDP hun ondergang beleven, blijken de Grunen de politieke sleutelrol over te nemen. In hoeverre staan de Grunen voor de Grote Politiek waar hij het over heeft? Sloterdijk: 'De kleur groen zal in de komende vijftig jaar in alle politieke stromingen een factor van groot belang worden. Dat is onvermijdelijk. Na de liberale burgerrechten en de socialistische verworvendheden is het nu de beurt aan de groene idealen. De volgende politieke generatie zal door drie kleuren worden gedomineerd: rood, blauw en groen. De Grunen moeten dan wel breder worden, ze moeten zich mondiaal, nationaal, regionaal en lokaal organiseren, omdat de catastrofale ontwikkelingen nu al niet meer te herstellen zijn.’
Overigens noemt Sloterdijk de Duitse politiek van nu volstrekt grijs. 'Er zit geen rood, groen of blauw meer in, alles is grauw. Dat is het grote probleem van een politiek die er niet in slaagt te verwezenlijken of te verbeelden wat de mensen willen. Maar dat is waarschijnlijk ook een al te utopische wens.’
HET BELANGRIJKSTE voorbeeld van hedendaagse Grote Politiek is voor Sloterdijk het fenomeen van de 'wereldconferenties’ zoals die recent gehouden werden in Rio de Janeiro, Cairo en Kopenhagen. 'Daar is weer sprake van Grote Politiek. Op die mondiale conferenties komen niet alleen de Grote Zeven samen, daar komen wel honderdvijftig naties samen, vier vijfde van het aantal bestaande landen. Als dat geen Grote Politiek is! Maar het is voor een belangrijk deel wel politiek met een neo-imperialistisch masker. De wereldproblemen worden er toch weer vertaald in problemen van de grote machtsblokken. De aloude kwestie ligt er weer: de wereld is niet een, er is geen wereldstaat, er zijn slechts zes a zeven grote machtscentra en cultuursferen.
Onder elkaar zullen die zes a zeven in de volgende honderd jaar een wereldpolitieke cultuurstrijd voeren over de vraag naar wat men in de oude filosofie “het ware leven” en “het goede leven” heeft genoemd. Dergelijke levensvragen werden vroeger alleen onder filosofen besproken. Maar plotseling zien we ze op een werelds podium terugkeren. Het gaat dus niet meer om een of andere komische filosoof van wie men kan zeggen: u bent gek, u heeft een zware kindertijd gehad, of u bent neurotisch. Nee, het psychologiseren zal uit de mode raken. We zullen moslims hebben, en mensen die uit het christelijke consumentisme komen, en Latijns-Amerikanen, en Chinezen. Zij zullen elkaars levensvormen vergelijken, elkaar bekijken en zich afvragen: waarom leeft u niet als ik, of ik niet zoals u? Het is die vraag, de vraag naar de goede levenswijze, die zal terugkeren.’
IS ER NU EIGENLIJK iets veranderd sinds hij vijftien jaar geleden de Kritiek van de cynische rede schreef? Sloterdijk: 'Ja, wel degelijk. Met het onderscheid tussen kynisme en cynisme stelde ik een bepaalde moraalfilosofische diagnose van de tijdgeest rond 1980. Ik geloof dat er nu heel andere sociaal-psychologische verhoudingen heersen. De mensen zijn in zekere zin van de analyse weggelopen, ze zijn er niet meer bereikbaar voor. Daarom probeer ik nu met een andere taal te experimenteren. Zo heeft het boek veel kleur, levenskracht en een zeker elan. Het heeft ook een hoog tempo en een hoge toon.’ Spottend: 'En het is op veel plekken te mooi om waar te zijn, nietwaar?’
Weer serieus: 'Veel lezers zeiden dat het was alsof er plots een stuk blauwe hemel in een gesloten wolkendek verschijnt. Ze hadden een moment lang zoiets als een gevoel van een enthousiaste transparantie gehad en plots iets begrepen. Er was iets van dankbaarheid dat men voor een ogenblik lang de silhouetten van de werkelijkheid zag.’
Maar hem bereikten ook minder enthousiaste geluiden. 'De politicologen waren voor het overgrote deel ontevreden. Waarom? Omdat het boek waarschijnlijk een te joviale, te robuuste toon heeft en naar hun smaak te weinig politieke discussie behelst. Ik denk ook dat ik met dit boek veel politicologen en sociologen heb beledigd. Maar dat neem ik graag op me - haha.
Ja, het is bewust mijn doel om zoveel mogelijk politici te beledigen. Aan de andere kant heb ik wel medelijden met ze. Zij hebben het het hardst nodig dat iemand met ze praat. Zij horen geen normaal woord meer, maar enkel het gezwets van de eigen kaste. Ze leven in een semantisch bordeel. Ik vond het belangrijk een manier te vinden om de politieke taal te revitaliseren.
Het essay is bedoeld als een antithese, een tegenkracht. Ik heb me bewust met het zeer gevaarlijke virus van de verantwoordelijkheid geinfecteerd, zoals een arts zich met het virus infecteert dat hij onderzoekt. Het zijn zelfexperimenten, en ik experimenteer in dit boek met het virus van het grootmacht-idee. Ik heb me in de zorgen van de bondskanselier en de minister van Buitenlandse Zaken proberen te verplaatsen. Maar het blijft natuurlijk enkel een literair, een essayistisch kanseliersprodukt.’
Het politieke verantwoordelijkheidsgevoel van Sloterdijk kent zijn grenzen. Het concretiseren van zijn stellingen bijvoorbeeld, ziet hij niet als zijn taak. 'Ik ben geen Europarlementarier’, zegt hij. 'Mijn werk houdt op als ik de laatste punt heb gezet en de computer uitzet. Het essay zou hooguit als een soort advies aan de ministerraad in Brussel kunnen dienen. In het essay proclameer ik het einde van de droomtijd. Dat is mijn enige ambitie. Ik geloof ook dat het goed was om dat te doen. Er is namelijk een mentaliteit ontstaan die de discussie over de grote levensvragen uit de weg gaat. Voor zo'n discussie ontbreekt het vocabulaire, en daar wilde ik wat aan doen.’
HOE ZIET DE Duitse filosoof de rol van Duitsland in een ontwaakt Europa? Sloterdijk: 'Duitsland is gedwongen de beste Europeaan te zijn. Ze zitten in de val. Ze kunnen geen Duitsers meer worden in de oude, hatelijke zin. Ze kunnen goede Duitsers worden als ze goede Europeanen worden. Ze zijn dus tot Europa veroordeeld. Dat geeft niets. De traditionele kern van Duitsland, Pruisen, is dood. De kern van het hatelijke Duitsland, het militaristische Pruisen, bestaat niet meer. De DDR heeft Pruisen vernietigd en een sociaal-psychologische massacastratie doorgevoerd. De DDR heeft zeventien miljoen gecastreerde mensen voortgebracht die nu proberen weer Duitsers te worden. Dat kan niet goed gaan. En dat zie je ook. De jongeren worden gek en proberen het neonazisme uit. Maar dat is in wezen een onpolitieke aangelegenheid. Het is slechts een tribalistisch fenomeen, een soort zwarte folklore. Het zijn de media die er iets gevaarlijks van maken. Zij geven die groepen macht door er een te grote betekenis aan toe te dichten. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling. De media laten zich gebruiken door het fascisme, Hitler wist dat beter dan wie ook. Op het laatst was het allemaal media, media, media, zonder inhoud. De berichten over het neonazisme, nationalisme of fascisme zijn gevaarlijker dan het fascisme zelf. Dat is mijn vaste overtuiging.’
'De nieuwe politiek begint voor ons met de kunst om woorden te verzinnen die aan boord van de werkelijkheid op de horizon wijzen’, besluit Sloterdijk zijn essay. Is dat een cryptische verwijzing naar een nieuw boek waaraan hij werkt? 'Ik ben bezig met een rede over Heidegger’, bekent hij, 'en ja, ik werk aan een nieuw boek. Maar meer vertel ik daar niet over.’
Het vrolijk spelende dochtertje Mona, negentien maanden, staart met levenslustige ogen de ruimte in. Door aan haar vaders mouwen te plukken, maakt ze duidelijk dat het afgelopen moet zijn met het gesprek. In onze oren suist de boodschap die Sloterdijk de Portugese zeeheld Vasco Da Gama nog eens laat herhalen. Midden in een orkaan op de Indische oceaan riep de wereldreiziger zijn bemanning toe: 'Voorwaarts jongens! De zee siddert voor jullie.’