‹The Office›, de beste sitcom sinds ‹Seinfeld›

Dromen van een gluiperd

‹The Office›, de beste sitcom sinds ‹Seinfeld›, en ultiem Brits, komt nu dan ook in Nederland op televisie, bij de NPS. Eindelijk is hij er: David Brent, de treurige manager die de moderne mens een spiegel voorhoudt.

David, op sympathieke toon: «Een dwerg: dat is niet gehandicapt zijn! Dat is gewoon klein!»

Gareth, nadenkend: «Ja, maar wat is dan een elf?»

De humor in de realiteits sitcom The Office doet pijn. De «grappen» zijn doordrenkt met tragiek en ironie. De personages zijn gluiperds: seksistisch en racistisch en discriminerend en zielig en eenzaam en wantrouwig en onzeker. De oppergluiperd is David Brent, manager van het bedrijf waar de serie zich afspeelt. De kantoorcollega’s zijn: Tim, een dertigjarige, gefrustreerde intellectueel die nog steeds bij zijn moeder woont; Gareth, een nerd en cryptofascist met perverse seksuele neigingen; Dawn, secretaresse en typisch domme blondine, en Keith, een sociaal gestoorde dikkerd. David ziet zichzelf niet als de «baas» van deze mensen, maar als iemand die «een glimlach op hun gezichten brengt». Maar hij roept alleen walging op, vooral bij zichzelf.

In deze zelfhaat heeft David een geest verwant: hoteleigenaar Basil Fawlty. Beiden hunkeren ernaar te worden geaccepteerd door hun omgeving, die bestaat uit gewone mensen uit de middenklasse. Tegelijkertijd haten zij de verstikkende moraliteit van de burgerstand. Dat betekent dat ze ook zichzelf haten. Hierin ligt de genialiteit van het oude Fawlty Towers en nu ook van het even meesterlijke The Office: groots en inspirerend zijn de personages niet, eerder laag-bij-de-gronds en schrikwekkend herkenbaar.

In Nederland leek The Office, de beste sitcom sinds Seinfeld, op verbijsterende wijze twee jaar lang een goed bewaard geheim. De serie was wel bekend in kleine kring toen de BBC haar uitzond, maar ze had weinig impact op het maatschappelijke en culturele discours. Dat zal veranderen nu de NPS de serie op de buis brengt en er binnenkort dvd’s van verschijnen. Dat kan ook niet anders, want The Office bewijst hoe schitterend televisie en in het bijzonder de sitcom kan zijn.

De ontstaansgeschiedenis: in Reading, Engeland, werkte de komediant Ricky Gervais jarenlang aan zijn carrière. Het wilde niet echt lukken. Hij deed wel wat, bijvoorbeeld de humoristische serie op Channel Four Meet Ricky Gervais, maar hij wist nauwelijks te imponeren. Het keerpunt kwam toen hij een vriend, scenarist Stephen Merchant, een gunst bewees door de hoofdrol te vertolken in een korte videofilm die Merchant maakte in het kader van een schrijversopleiding van de BBC. In het filmpje speelde Gervais de rol van David Brent, regionaal manager van de fictieve papier fabriek en kantoorboekhandel Wernham Hogg, gesitueerd in Slough, Berkshire. Jon Plowman, hoofd van de afdeling comedy bij de BBC, zag de tape. Tegenover The Guardian vertelde Plowman dat hij wel moest lachen om Gervais. Hij gaf «wat geld» om een proef aflevering te maken. Dat mondde uit in een serie die in de zomer van 2001 werd uitgezonden op BBC 2. Vrijwel niemand keek ernaar.

Een paar maanden later bleek tijdens een herhaling van The Office dat de kijkcijfers plotsklaps waren verdubbeld. De oorzaak: mond-tot-mondreclame. Ergens hadden de makers een zenuw geraakt. De tweede serie had een publiek van 4,5 miljoen mensen. Van de dvd van de eerste serie gingen meer dan een miljoen exemplaren over de toonbank. In Engeland is dat een record voor een televisieserie die op dvd uitkomt.

Inmiddels is Ricky Gervais een fenomeen in zowel Engeland als de Verenigde Staten, waar een plaatselijke versie van de serie in de maak is. Eerder dit jaar wonnen Gervais en Merchant twee Golden Globes voor de beste comedyserie. Ook dat gebeurde nog nooit eerder met een Britse sitcom. Legendarisch is het op televisie uitgezonden moment van de prijsuitreiking. Toen Gervais en Merchant, die er allebei uitzien als zwervers, als winnaars werden aangekondigd, zoomden de camera’s toe vallig in op niemand minder dan de grote cineast Clint Eastwood, die zijn partner toefluisterde: «Who are these guys?»

David, smekend: «Ik ben geen racist! Ik heb heel vaak gekleurde mensen in dienst. Want Oriëntaalse mensen zijn harde werkers…»

Eerder die ochtend, bij de receptie tegenover Dawn: «Mornin’, Dawn. Woke up this mornin’, in the crack of dawn… Dawn.»

Hoe David Brent iedere dag doorkomt — hoe hij met zichzelf kan leven — is een raadsel. Het ergste is dat hij het weerzinwekkende aan zichzelf vaak niet doorheeft. En toch heeft hij iets vertederends, iets tragisch, iets waardoor de kijker zich met David kan identificeren. Zijn pathetische liedjes, misschien. Of de vreemde, stijlvolle manier waarop hij zijn stropdas gladstrijkt in een futiele poging zelfverzekerdheid uit te stralen.

Wie David Brent ziet, ziet zichzelf. The Office houdt de kijker een spiegel voor, zodat de serie de belangrijkste psychologische functie van televisiefictie vervult: een uitlaatklep bieden voor het verwerken van onderdrukte angsten en trauma’s. In navolging van Archie Bunker van All in the Family is David Brent de ongeremde mens, losgeslagen, vrij van politiek correct denken. Bunker, Brent en tot op zekere hoogte ook Basil Fawlty verschaffen blauwdrukken voor wat racisme, seksisme en discriminatie zijn. Het kernwoord is geloofwaardigheid. Dat heeft Ricky Gervais in overvloed, anders dan andere komedianten, bijvoorbeeld Ali G. Waar Ali G erop uit is te shockeren — het is alsof hij zijn teksten tot diep in de nacht moet instuderen — roept David Brent op spontane wijze weerzin op. Hij is geen typetje. Hij is wie hij is, wat op zichzelf al een daad van fenomenale subversiviteit is. Dat blijkt ook uit de extra’s op de dvd’s, waarin Gervais de kijker een kijkje achter de schermen van The Office biedt. Verontrustend én hilarisch is de wijze waarop Gervais precies dezelfde gewoonten laat zien als David Brent, van het verwijfde lachje tot bepaalde lichaamsbewegingen. Er valt niet aan de indruk te ontkomen dat Ricky Gervais weinig hoeft te acteren.

De dvd’s laten tevens goed zien dat het radicale aan The Office het gevolg is van de eenvoud van de productie. In veel scènes is enkel de timing van Gervais de sleutel tot de komische genialiteit. Gervais gebruikt bijvoorbeeld op twee manieren stilte als stijlmiddel om een shockeffect teweeg te brengen. Ten eerste laat hij als regisseur vaak een stilte vallen als David weer iets vreselijks heeft gezegd, bijvoorbeeld een grap over de penislengte van zwarte mannen. Ten tweede gebruikt hij herhaaldelijk hetzelfde shot van een kopieermachine die monotoon kopieën maakt, om de verstikkende waanzin van de omgeving te accentueren.

De setting is een kleurloze kantooromgeving, de visuele stijl die van een fly-on-the-wall-documentaire: de cameravoering — op video — is ruw, zogenaamd doordat «documentairemakers» de actie op kantoor volgen. Vermengd hiermee zijn interviews met de personages waarin ze zichzelf en hun daden verdedigen of uitleggen. De personages zijn nauwelijks van de achtergrond te onderscheiden. Ze zijn lelijk. Ze kleden zich in de stijl van de Engelse middenklasse: de mannen standaard in grijs pak, wit overhemd en met saaie stropdas, en de vrouwen op niet al te hoge hakken en in jurken tot de knieën. Hiermee scheppen ze de illusie van fatsoen.

Van dat burgerlijke namaakmoralisme walgt David heimelijk. Hij denkt graag dat zijn kantoorbaan een rookgordijn is. Hij zoekt iets anders, hij wil zijn collega’s laten lachen, ze vermaken. Maar dit zijn de dromen van een gluiperd. Op een kantoorfeestje doet Neil, de baas van David, een disconummer uit Saturday Night Fever na. David haat Neil, niet omdat hij populairder is bij de collega’s, maar om zijn burgermansmentaliteit. Hier is de haat-liefdeverhouding: David wil dolgraag zijn zoals Neil, iemand die enthousiast doet over zijn werk en de toekomst. Maar tegelijkertijd vindt David deze dingen afstotelijk. Hij hunkert naar een spannend leven als entertainer. En hij kan het niet laten. Na het nummer van Neil zegt David: «Ik ben eigenlijk nogal een goede danser.» Door de situatie is hij gedwongen de daad bij het woord te voegen. Het wordt stil in het kantoor als hij met zijn dikke buik begint te schudden en een tenenkrommend dansje doet, waarbij hij naar eigen zeggen de stijl van MC Hammer mixt met pasjes uit Flashdance. Dat, denkt David, is hip.

Hij wil schitteren. Als hij min of meer per ongeluk wordt gevraagd een trainingscursus voor managers te verzorgen, is hij in zijn element. Voor de lezing beeft hij van opwinding in de kleedkamer. Als een filmster kleedt hij zich om. Als een kind zegt hij: «O, wat is het leuk hier achter de coulissen!»

David belichaamt de moderne mens die heeft geleerd dat een leven in de schijnwerpers niet alleen nastrevenswaardig, maar ook binnen handbereik is. Zie de realiteitsseries Big Brother en Idols.

Zo weerspiegelt The Office de tijdgeest perfect: Ricky Gervais was een onbekende komediant die beroemd werd doordat hij een personage creëerde dat niets anders wil dan beroemd en geliefd zijn. Dat zal David Brent nooit zijn. Talent heeft hij niet. Zijn «motiveringslezing» is een ramp. Het enige wat hij ter voorbereiding heeft gedaan, is wat wijsheden van filosofen naslaan in een doorleefd citatenboek. Maar juist zijn afgang zorgt ervoor dat de kijker zich schaart aan de kant van David, een man die in het centrum staat van een treurig universum, eenzaam, met overgewicht, dromend over beroemd-zijn, een mislukkeling vol pijn, afgunst en zelfhaat. Kortom, onweerstaanbaar. Een man om nooit meer te vergeten.

In zijn kantoor, in die grijze omgeving zonder enige inspiratie, verveelt hij zich. Gelukkig is de camera er. Hij haalt zijn vingers door zijn vette haar, met een slijmerig lachje kijkt hij naar ons. Stilte. Dan zegt hij: «I’m rock and roll through and through.»

The Office, vanaf 13 april wekelijks om 23.10 uur bij de NPS. In mei komt de hele serie uit op dvd