Dromen van Giethoorn

Rond 1980 klaagde een Romeinse dat haar stad alleen nog in januari van de bewoners was. Ik was er nooit geweest maar het leek mij overdreven.

Medium tv

Toen ik er kort daarop zelf kwam, deelde ik mijn rondgang langs het Oude en Schone met ontelbaren, van wie de meesten afkomstig uit Tokio en louter door lenzen kijkend. Maar ik hield er een onvergetelijk beeld aan over: die Japanse studente die de Sint-Pieter uit kwam, grappend eventjes haar handen vouwde en zo devoot naar de hemel keek als alleen geschilderde barokheiligen dat kunnen. Daar had ik nou weer graag een foto van gehad: extra fascinerend door haar Aziatische trekken.

Maar die drukte? Peanuts vergeleken bij Venetië. Of Amsterdam tijdens Late Rembrandt. Nu weet ik dus ook wat het betekent je stad kwijt te zijn. Toch kan het erger. Misschien was Giethoorn al lang reddeloos verloren voor de Giethoorner die niet van toerisme leefde. Maar mij was ontgaan dat zelfs Het journaal een item had gezien in de Chinese toeristenstroom die, excusez, het dorp teistert. In de uitstekende documentaire die ik daarover zag (Ni hao Holland van Willem Timmers, AvroTros) zie je kort na het begin een bewoner karakters op een bord kalligraferen. Bed breakfast, denk je. Maar als het bord naast zijn heg staat wordt de tekst ondertiteld: ‘Wilt u niet mijn privé-tuin betreden? Dank u.’ Aan het eind van de film verbaas je je over die beleefde aanpak: ‘Sodemieter op’ ligt, door massaliteit en tactloosheid van de verstoringen, meer voor de hand.

Met deze beschrijving naar waarheid zet ik de lezer toch ook op het verkeerde been. Timmers laat Giethoorn namelijk nauwelijks zien door de ogen van gedupeerden, maar door die van wie toerisme verwelkomen en er zelfs wat Chinees voor leren. En vooral door Chinese ogen. Twee jonge vrouwen uit een gigaflat in Peking die jaren droomden van en spaarden voor Giethoorn zijn hoofdpersonen en vertellers. Ze varen zo stupide door de slootjes dat vervloekte Mokumse fietstoeristen er heilig bij zijn; ze openen hekjes die daarvoor niet bedoeld zijn en turen schaamteloos huizen binnen. Maar uiteindelijk reflecteren ze intelligent en ontroerend op een gedroomd paradijs dat fake blijkt; op hun eigen aandeel in de teleurstelling; en op hoe ‘wij’ ‘hen’ zien.

De film wordt pas op 10 mei uitgezonden, maar maakt deel uit van Teledoc Campus dat aanstaande zondag al begint. Nieuw gezamenlijk project van npo, CoBo en Filmfonds, waarin jonge regisseurs ervaring opdoen met films van 25 minuten. De moeite waard. Geopend wordt met twee contrasterende jongensgroepsportretten. Eerst Bademeisters (vpro, 19 april), over Utrechtse corpsleden die ’s zomers een stuk Texels strand bewaken. Judith de Leeuw registreert en laat het oordeel over hun ver doorgevoerde geheimtaal (‘loeder’ is ‘meisje’; ‘slavin’ is ‘moeder’), hun ontgroeningsachtige hiërarchie en hun mateloos gezuip aan de kijker. Zelf vermoed ik bij haar een mengsel van afkeer en vertedering. Een week later volgt bnn met antipoden van de Utrechters. The Amazing Agency van Anna van ’t Hek en Alette van Zwieten toont jonge Amsterdamse drag queens die met extravagante optredens feesten opluisteren en naast hun travestie een provinciale achtergrond gemeen hebben. Fascinerend. Ook de andere films aanbevolen.


Teledoc Campus_, zes afleveringen vanaf zondag 19 april, NPO 3, 22.50 uur. Reeds uitgezonden afleveringen zijn ook te bekijken op npo.nl_