Dromen van Mongolië

K. Michel, Bij eb is je eiland groter. € 17,90

Uit: Ontmoetingen

  • in een tekening gaan dingen zonder schaduw zweven, hetzelfde geldt voor mensen, schaduwen houden ze aan de grond

  • waar je bent als je slaapt weet je niet, misschien wel daar waar je was voor je geboren werd

  • de beste manier om door een hete vlakte te trekken is in de schaduwen van wolken

  • stoot je met je blote voet tegen de drempel dan roept je mond ‘au’

  • het samenvallen van een lichaam met zijn schaduw kan verdomd lang duren

  • de lijn ontmoet het wit in de punt

  • als het koud is kun je je adem zien, als het licht is werp je een schaduw

  • ik weet zeker dat je mij nu kunt horen
    Wat we om ons heen waarnemen is ongetwijfeld de werkelijkheid, maar wat het wil zeggen dat iets werkelijk bestaat is niet zeker, laat staan dat we zouden weten hoe waarnemingen tot stand komen en wie wij zelf zijn. Hoe die laatste vraag ook beantwoord moet worden, duidelijk is dat we onderdeel zijn van waar we naar kijken, en dat alles wat we zien, ook wijzelf dus, tot op zekere hoogte door onze blik wordt geconstrueerd. Ligt er een plan aan het universum ten grondslag? Is er een god? Wat is schoonheid? En hoe moet ik mij opstellen tegenover mijn naaste, die ik niet ken maar van wie ik aanneem dat hij naar mij kijkt zoals ik naar hem? Zie daar het duizelingwekkende programma van de westerse filosofie van de afgelopen drie millennia. Hoe zou je daar als dichter iets zinnigs over te berde kunnen brengen?
    K. Michel (1958) is een scherp waarnemer. Als een argeloze dromer dwaalt hij, kennelijk zonder iets speciaals omhanden te hebben, rond over deze vreemde aardkloot, die hem in ieder gedicht opnieuw mateloos verwondert. Hij luistert met verbazing maar zonder te oordelen naar gesprekken die nergens toe leiden, noteert wat hem opvalt, amuseert zich, stelt vragen met de onbevangenheid van een kleuter, en snijdt op een onnadrukkelijke manier de grootste metafysische thema’s aan. In het verleden heeft hij het zich weleens wat al te gemakkelijk gemaakt door een flauwe anekdote of een collage van readymades als gedichten te presenteren, maar Bij eb is je eiland groter is een spannende, uiterst lucide, bij vlagen weemoedig geestige bundel. Dit is poëzie die de lezer optilt.
    Opmerkelijk genoeg gaat de luciditeit hier gepaard met een voorkeur voor het grensgebied tussen waken en slapen, tussen denken en dromen, dat in een groot aantal gedichten expliciet aan de orde komt. Ook zijn er nogal wat gedichten waarin sprake is van verhullende verschijnselen als mist of nevel. Onzichtbare wind, vlietende rivieren en wolken vormen het Hollandse decor voor beschouwingen over de positie van de mens in de wereld. Michel is op zoek naar het ongrijpbare, dat zich in het hart van de waargenomen werkelijkheid bevindt, dat je gewoon zou kunnen zien als je wist hoe je moest kijken. Soms is het de verbeelding die het juiste perspectief biedt.
    Een belangrijke inspiratiebron van deze bundel is de evolutietheorie, die het immers onmogelijk maakt vast te houden aan de gedachte dat de mens, of welke diersoort ook, een onwrikbaar gegeven is. Ooit, zegt Michel, 'was de dolfijn een landdier’, dat 'onder druk van de weersomstandigheden’ besloot naar zee terug te keren, waar het zich snel aanpaste aan zijn nieuwe omstandigheden. Maar waarom heeft een dolfijn nog steeds longen? Vermoedelijk gaat het om een functie die indirect toch nog een functie vervult: 'denk/ bijv. aan lichaamshaar, blindedarm/ staartbeentjes of in breder verband/ het blijven voortbestaan van dichters’. Misschien is het voordeel van longen wel

dat het de dolfijn in staat stelt van tijd
tot tijd aan de oppervlakte te komen
boven het water uit te springen
en een blik te werpen op de blauwe
of sterren- of wolkenlucht
en de kust

Ook dolfijnen zijn dromers. Dat geldt ook voor het gras in een Fries weiland, dat na het vertrek van een circus en voor de komst van de koeien overweegt een veilig heenkomen te zoeken: 'Gezamenlijk beraad. Geladen stemming./ Wij moeten voordat de koeien terugkeren uitbreken./ (…) Wij dromen van Mongolië.’ En het geldt voor baby’s die in een Amsterdams grachtenpand naar een recital luisteren:

De uitvoering duurde een klein uur
dat wil zeggen in mijn universum want
de vijgenboom draaide zijn eigen ringen
de kraakstoelen volgden een allegro tempo
en de baby’s waren elders, bewogen zich
door een Melkweg zonder en toen en toen

Wanneer de dichter zijn ervaringen tijdens het concert ’s avonds opschrijft, 'voel ik/ nog steeds dat ik wakker moet worden’.
Aangrijpend is een gedicht over een muur, geschreven naar aanleiding van deze uitspraak van beeldend kunstenaar Marlene Dumas: 'A painting needs a wall to object to.’ In zes tweeregelige strofen worden mogelijke redenen gegeven voor gedrag dat pas in de laatste drie regels wordt onthuld. Misschien, oppert de dichter, is het 'omdat je er rugdekking/ kunt vinden’, of 'omdat je er minder zichtbaar bent/ dan in het midden van de ruimte’, 'omdat je er kunt samenvallen met je schaduw/ tegenaan kunt bonken met je hoofd’. Maar deze suggesties blijken onjuist:

Nee, iedere morgen wordt zij wakker
innig tegen de muur aangedrukt
omdat daar ergens een deur moet zijn

Wie 'zij’ is wordt niet opgehelderd, maar doet ook niet ter zake. Waar het om gaat is dat de mensen, de dieren en de dingen een plek in de wereld zoeken waar ze kunnen thuishoren, juist omdat die plek ze gelegenheid geeft andere mogelijkheden open te houden. Zo'n gedicht opent, om met William Blake te spreken, de 'doors of perception’.

K. MICHEL
BIJ EB IS JE EILAND GROTER
Augustus, 56 blz., € 17,90