Dromen van tarzan

HIJ WERD IN 1911 GEBOREN in een boek, maar eigenlijk moet je niet over hem lezen. Je moet hem zien. Als je Tarzan ziet, zie je duidelijker dan bladzijden vol letters kunnen vertellen dat hij het summum is van mannelijkheid. Een blanke bundel spieren in lendendoek. Een superman die leeuwen met de blote hand bedwingt, sneller zwemt dan krokodillen en als tijdverdrijf een partijtje worstelt met neushoorns. Hij duikt van rotsen die hoger zijn dan wolkenkrabbers en slingert van liaan naar liaan alsof hij alleen maar touwtjespringt. Het is ook ongepast om over hem te lezen omdat hij zelf een man van zo weinig woorden is. Zijn lievelingsuitdrukking is zijn snerpende junglekreet. Die gaat zo. Als hij een gevaarlijk beest heeft gedood plant hij zijn voet op zijn prooi en schreeuwt: ‘Oehahoehaah!’ Dan gaat er een siddering door de jungle.

Tarzan is een van de mythische mannen van deze eeuw. Er zijn veertig miljoen romans over de gestaalde jungleheld verkocht, maar nog veel meer mensen hebben hem gezien. Als stripfiguur bijvoorbeeld. Zo'n honderdvijftig kranten over de hele wereld publiceerden in de jaren dertig een beeldverhaal over de ‘Lord van de jungle’; in de jaren zeventig verscheen in zo'n tweehonderdvijftig dagbladen een Tarzan-strip. Tarzan was meester van een bordkartonnen oerwoud in een televisieserie. Tussen 1918 en 1970 produceerde Hollywood 56 Tarzan-films. Vooral de voormalige Olympische zwemkampioen Johnny Weissmuller was razend populair als de aapmens. En niet alleen in Amerika verscheen Tarzan op het witte doek, ook in India, China en de Sovjetunie werden er films aan hem gewijd. Overal werd Tarzan aanbeden. Overal wist men dat de machtige oerman onoverwinnelijk was en de baas.
EN TOCH BEGON het met een boek. Zo beroemd als Tarzan is, zo onbekend is zijn schepper. De gestaalde junglegod is verzonnen door Edgar Rice Burroughs (1875-1950), een man van twaalf ambachten, dertien ongelukken, die bij de spoorwegpolitie werkte in Salt Lake City, cowboy was in Pocatello, mijnwerker in Oregon, sigarenwinkelier, nachtwaker, en handelaar in snoepgoed en gloeilampen. Elke get-rich-quick possibility die hij ondernam, mislukte. Totdat hij op zijn vijfendertigste begon te schrijven. Als agent voor een firma in puntenslijpers - zijn zoveelste ambacht - had hij kantoorruimte gehuurd en wachtte hij vruchteloos tot zijn subagenten iets verkochten. Om de tijd te doden krabbelde hij op de achterkant van briefpapier zijn eerste verhaal, A Princess of Mars, over vreemde planeten en groene marsmannetjes en een menselijke superheld. Hij stuurde het naar The All Story Magazine, zo'n populair tijdschrift dat makkelijk verteerbare avonturenverhalen publiceerde. Per kerende post kreeg hij een cheque retour. Hij werd broodschrijver. Na zijn succesvolle sciencefiction-verhaal schreef hij Tarzan of the Apes.
Louis Ferron karakteriseerde Rice Burroughs ooit als een 'mythemakende middenstander’. Inderdaad heeft Rice Burroughs’ verbeeldingswereld alles met zijn middenstandersmentaliteit te maken. Hij is het prototype van de maatschappelijke mislukkeling die droomt over supermensen die in onbestaanbare werelden de meest heroïsche daden verrichten. Escape uit een onplezierige werkelijkheid - daarom schreef Rice Burroughs naar eigen zeggen, en daaruit verklaarde hij ook de hoge oplagen van zijn Tarzan-boeken.
De werkelijkheid waaruit Rice Burroughs ontsnapte, was niet gruwelijk, zij was vooral saai. De consequenties zijn voorspelbaar: een man verveelt zich in een duf kantoor. Zijn droom gaat over mannelijke almacht en kracht. Hij is in zijn fantasie een spierbundel in lendendoek.
DROMEN VAN TARZAN, zo zou je het westerse mannelijkheidsideaal kunnen noemen dat aan het eind van de vorige eeuw en het begin van deze eeuw dominant werd en dat nog steeds van kracht is. Tijdens het fin-de-siècle van de vorige eeuw verkeerde de mannelijkheid in een crisis, schrijft de historicus George L. Mosse in The Image of Masculinity. Die crisis veranderde het beeld van mannelijkheid niet, integendeel, mannen moesten juist harder, dapperder en koeler zijn dan ooit.
Eeuwenlang was de mannelijke aard natuurlijk en vanzelfsprekend. Het vrouwelijke was het terra incognita van de menselijke natuur; de man was één en ondeelbaar en werd niet ter discussie gesteld. De laatste twintig jaar is van die eeuwenoude zekerheid geen spaan meer heel. De mannelijkheid verkeert opnieuw, of nog steeds, in een crisis. Die conclusie is onontkoombaar als je afgaat op de bibliotheek die inmiddels over mannelijkheid is volgeschreven. Uit historische studies blijkt dat Simone de Beauvoirs beroemde uitspraak dat vrouwen niet worden geboren maar gemaakt, evengoed voor mannen opgaat. Mannelijkheid is net als vrouwelijkheid een sociale constructie. Mannelijkheid is een ideaal, is sterker nog: een ideologie.
En het merkwaardige is dat het ideaal van de sterke, onvermurwbare, onafhankelijke en avontuurlijke man, het ideaal van de man als lone wolfe, ontstond rond de eeuwwisseling. Het ideaal ontstond in een nieuwe burgerlijke maatschappij die in het teken stond van industrialisatie, verstedelijking en bureaucratisering. In een tijd kortom waarin steeds meer mannen op de jachtvelden van een kantoor gingen werken, of in het wilde westen van een fabriek. Het beeld van de man als bonkige krachtpatser werd overheersend op het moment dat mannelijke spierkracht, gewelddadigheid en instinctieve dierlijkheid steeds minder van belang waren. De holenmensachtige mannelijkheid was bovenal het ideaal van de keurig aangepaste middenklasse.
LEES BIJVOORBEELD American Manhood: Transformations in Masculinity from the Revolution to the Modern Era van de Amerikaanse historicus E. Anthony Rotundo. De geschiedenis die hij vertelt, eindigt met de vertrouwde, twintigste-eeuwse mannelijkheid die op gespannen voet staat met moraal en beschaving, in hoge mate berust op een gestaald mannelijk lichaam en krachtige instincten en wordt uitgedragen door individualistische mannen. Rond 1800 was mannelijkheid nog synoniem met deugd en beschaving, met superieure geestelijke vermogens en plichtsbetrachting aan de gemeenschap. Rond 1900 was het ideaal van deze communal manhood verdrongen door dat van de masculine primitive: het beeld van de man als heldhaftige rebel without a cause.
Of lees de artikelenbundel Manliness and Morality: Middle-class Masculinity in Britain and America 1800-1940. Daarin worden allerlei nieuwe fenomenen beschreven die rond de eeuwwisseling hun intrede deden. Ze hadden alles te maken met de ontwikkeling van 'echte’ mannelijkheid. Met een cultus van mannelijkheid. In de loop van de negentiende eeuw werd aan de Amerikaanse colleges en de Engelse public schools sport een vast onderdeel van het onderwijs. Competitie, kracht, vastberadenheid en fair play - sport was niets anders dan een ferme les in mannelijkheid.
Aan het eind van de negentiende eeuw werd de jacht - en dan vooral de jacht in de oerwouden van India of de steppen van Afrika - steeds meer een toets van mannelijkheid. Er werden hoge eisen aan de jager gesteld: hij moest zijn prooi alleen doden, liefst met een mes en niet laf met een geweer; hij moest weten hoe hij het dier in één keer dodelijk kon treffen. Wild alleen aanschieten was iets voor sissies. In 1908 publiceerde Baden-Powell zijn Scouting for Boys en trokken steeds meer jongens de natuur in om dichter bij hun instincten te geraken. Zoals Baden-Powell schreef: 'God made men to be men. (…) We badly need some training for our lads if we are to keep up manliness in our race instead of lapsing into a nation of soft, sloppy, cigarette suckers.’
HET IS NATUURLIJK een potsierlijk verhaal, het verhaal dat Rice Burroughs vertelt in Tarzan of the Apes. Een aristocratische baby belandt na een schipbreuk en de dood van zijn ouders alleen in het oerwoud en wordt liefdevol gezoogd en beschermd door een apin. Hij groeit op als aap onder de apen, maar beseft na een tijd dat hij anders, méér is dan zij. Hij vindt een mes en wordt de greatest killer van de jungle. Hij bedekt zijn naaktheid, leert zichzelf met behulp van plaatjesboeken en woordenboeken lezen en schrijven, en verlaat op een gegeven moment de apenfamilie om eenzaam door het leven te gaan.
Na Rice Burroughs’ dood werd in zijn boekenkast een stukgelezen exemplaar gevonden van The Descent of Man, het controversiële boek waarin Charles Darwin over de ontwikkeling van de mens speculeert. Er is niet veel fantasie voor nodig om Tarzan als de belichaming van Darwins ideeën te zien. Hij is het fictionele wezen dat de mens met zijn evolutionaire verleden verbindt, is een en al instinct. Zijn gevoelige reuk en gehoor en zijn uitzonderlijke fysieke kracht zijn letterlijk dierlijk. Tarzan maakt een reis door de evolutie: van aapmens ontwikkelt hij zich, nadat hij door Franse kolonialisten uit het oerwoud is gehaald en naar Europa verscheept, tot lid van de Britse aristocratie. Die ontwikkeling is lang niet alleen positief. Beschaving maakt mannen zwak, vervreemdt ze van hun oerinstinct.
DROMEN VAN TARZAN, dat is de ideale mannelijkheid die rond de eeuwwisseling werd omhelsd. De middenklasse gebruikte net als Rice Burroughs daarbij Darwins gedachtengoed als leidende metafoor. Het leven was een struggle to survive en alleen 'echte’ mannen konden zich in de wildernis die de wereld is staande houden.
Vandaar dat Rice Burroughs behalve evolutie ook een terugval in de evolutie presenteerde. In een van de vervolgdelen op Tarzan of the Apes gaat Tarzan terug naar de jungle met zijn aangenomen zoon Korak. Korak moet daar afleren wat hem in de beschaafde wereld is bijgebracht.
Het robuuste mannelijkheidsideaal heeft hoe dan ook veel met een terugval in de evolutie te maken. Het leunt op een denkbeeldige mannelijkheid die op het verleden wordt geprojecteerd. De cowboy, de frontierman, de koloniale veroveraar, de pionier van het begin van de negentiende eeuw - zij waren toonbeelden van mannelijkheid. Dat zij waarschijnlijk nooit zo mannelijk zijn geweest als men later dacht, doet er niet toe.
Neem de cowboy die vanaf het begin van deze eeuw de verpersoonlijking is van alle mannelijke stereotypen. Hij is solitair en spaarzaam met woorden, want als hij praat boet hij aan mannelijkheid in. Hij wijdt zich heldhaftig aan rechtvaardigheid in een wetteloze wereld. Het recht verdedigt hij op een primitieve manier. Schiet de vijand neer voordat hij jou neerschiet, daar komt het op neer. Natuurlijk werd de prairie in werkelijkheid niet bevolkt door John Waynes en Clint Eastwoods. Het was onmogelijk om een koelbloedige revolverheld te zijn, alleen al omdat de negentiende-eeuwse revolvers roestige, onnauwkeurige vuurstokken waren.
De krachtpatserige mannelijkheid is zogezegd een fictie. Een fictie die - of het nu om Tarzan gaat of de cowboy, of om meer eigentijdse filmhelden als Rambo of Terminator - vooral door de populaire cultuur wordt verbreid en des te sterker leeft naarmate mannen van vlees en bloed zich onzekerder voelen. Een fictie die voor een schisma zorgt: aan de ene kant heb je het collectieve ideaal, aan de andere kant het onvolmaakte werkelijke leven. En de fictie is meer dan een ontsnappingsroute uit een routineus bestaan, het is een probleem op zich omdat mannen er nooit aan kunnen beantwoorden.
Het grootste probleem voor mannen is dat mannelijkheid iets is dat verworven moet worden. Jean Jacques Rousseau zei het al: 'Een man is alleen maar op bepaalde ogenblikken een man, maar een vrouw is haar hele leven een vrouw.’ Hoe vaak krijgen mannen niet het bevel: 'Wees een man.’ De Franse socioloog Pierre Bourdieu verwoordde het ook mooi: 'Om een man te prijzen hoef je alleen maar van hem te zeggen “dat hij een man is”.’ Mannelijkheid is een permanente uitdaging, iets dat je niet zomaar cadeau krijgt maar dat je zelf moet maken.
MAAR HOE MOET JE een man zijn als de mannelijkheid in een crisis verkeert? Onder invloed van het feminisme is het aloude rollenpatroon opgeheven. Noem een terrein dat bij uitstek mannelijk was, en vrouwen hebben zich er ook toegang toe verschaft. De politie, het leger, de politiek, het bedrijfsleven - al die bastions van mannelijkheid worden, zij het soms met moeite, door vrouwen bestormd. De man is allang geen superieure geweldenaar meer, hij heeft aan het eind van deze eeuw ook nog eens zijn vanzelfsprekende superioriteit over de vrouw verloren. Er wordt niet alleen van hem verwacht dat hij kostwinner is, hij moet ook vaderen en vaatwassen. Hij is allang een sissy.
De huidige crisis van de mannelijkheid is complexer dan die van een eeuw geleden - toen brak er ook een oorlog uit waarin mannen 'echte’ mannen konden zijn en was de crisis voor een tijdje beteugeld. Het is vaak gezegd: nu moeten mannen aan meer tegenstrijdige verlangens beantwoorden dan ooit. Ze moeten de geëmancipeerde vrouw tegemoet treden en tegelijk vuurt de populaire cultuur onverdroten beelden van de mannelijke krachtmachine op hen af. En ook de geëmancipeerde vrouwen stellen onmogelijke eisen. Ze willen een maatje en een aandachtige vader voor de kinderen, maar ze willen net als Jane een Tarzan tussen de lakens die hen met zijn gespierde lichaam overweldigt.
Natuurlijk wil geen weldenkende man een cowboy of Tarzan zijn. Maar Tarzan, Rambo, Terminator en de cowboy bevatten noties van opperste mannelijkheid die nog steeds doorwerken. Kracht, koelbloedigheid, zwijgzaamheid, individualisme, spierballen, het vermogen emoties de baas te zijn, een rudimentair gevoel voor rechtvaardigheid, dierlijke passie in bed - het geldt allemaal nog steeds als mannelijk. Als je tegen een man 'Wees een man’ zegt, denkt hij, hoe onbewust ook, aan de helden van de biceps die hij kent uit de mythische verhalen die de populaire cultuur verspreidt.
JE ZIET HET OOK aan alle problemen die de huidige crisis van de mannelijkheid onderstrepen. Ze hebben allemaal te maken met het feit dat mannen falen in hun mannelijkheid. Kijk naar de introductie van de potentiepil Viagra, een paar maanden geleden. In de eerste week werden er in de Verenigde Staten 36.000 recepten voor uitgeschreven; binnen twee maanden was de pil door zo'n anderhalf miljoen Amerikaanse mannen geslikt. Een Japans reisbureau sprong in het gat in de markt en organiseerde binnen de kortste keren Viagra-tochten naar Hawaii. In Europa was de pil alleen verkrijgbaar in Andorra en San Marino; de landjes werden direct door horden Spanjaarden en Italianen overspoeld. Het schijnt dat sommige Amerikaanse vrouwen geen condoom maar een Viagra-pil in hun handtasje meedragen.
Mannen beoordelen zichzelf blijkbaar nog steeds op de kwaliteit van hun erectie. Het feminisme heeft onvermoeid geijverd voor seksualiteit die meer is dan recht op en neer. Viagra laat zien dat het maar om één criterium gaat: doet-ie het of doet-ie het niet. Uit de stroom van publicaties over het probleem man blijkt bovendien dat niet alleen oudere mannen worstelen met hun erectie. Steeds meer jonge mannen hebben potentieproblemen en bezoeken de seksuoloog. Vaak is hun probleem psychisch: voor veel mannen is een erectie de toets van hun mannelijkheid en alleen al uit faalangst kunnen ze die toets niet doorstaan. In de stroom artikelen zijn ze het er roerend over eens: die faalangst spruit voort uit de tegenstrijdige eisen die aan mannen worden gesteld.
De hausse aan stukken maakt de opsomming schier oneindig: 'zinloos geweld’ wordt veroorzaakt door jongens die hun mannelijkheid willen bewijzen; jeugdbendes, ze bestaan vooral uit mannen; verkrachting is de snelst groeiende misdaad in de Verenigde Staten; mannen die het van hun spierkracht moeten hebben, leggen het af op de arbeidsmarkt; laag opgeleide mannen, ooit working class hero’s, doen het slecht op de relatiemarkt; jongens presteren slechter op school dan meisjes; steeds meer mannen melden zich voor therapie bij een Riagg.
DROMEN VAN TARZAN was de uitvlucht uit de crisis van de mannelijkheid van een eeuw terug. Maar zelfs de 'Lord van de jungle’ is niet meer in staat de mannen van tegenwoordig uit hun impasse te halen. De Engelse schrijfster en historica Marina Warner beschrijft ergens dat de moderne mythen de mannelijkheid via een simpele formule redden: als meisjes stoer gaan doen, worden de jongens nog stoerder. Tarzan is niet meer stoer genoeg. Hij ging heel vriendelijk met de chimpansee Cheetah om en hij had een groot zwak voor Jane. Hij was niet solitair genoeg. Hij is verdrongen door krachtiger beelden van mannelijkheid. Door Rambo, Terminator en Robocop. Die hebben zelfs geen zwakke plekken meer. Ze zijn onmenselijk sterk en hebben elk gevoel uitgebannen. Nodig of niet, ze grijpen meteen naar geweld.
Rambo heeft een pantser van spieren; zijn enige metgezel is een gigantische dolk als verlengstuk van zijn mannelijkheid. Terminator heeft geen mannelijk hulpmiddel nodig. Hij is een almachtige machine, een ongeschonden man die niets menselijks heeft. Hij heeft nooit Viagra nodig, want hij heeft niet eens een geslacht. Hij is eenvoudig van het teerste en minst controleerbare onderdeel van het mannelijk lichaam verlost.
Het geeft uiteraard te denken dat de Tarzans van nu geen nobele wilden zijn, geen terugval in de menselijke evolutie. Ze zijn het toppunt van mannelijke maakbaarheid, maar helaas zijn ze daarbij geen mensen meer. 'Echte’ mannelijkheid is niet meer voor echte mannen weggelegd, dat is de onderliggende boodschap. De lijst met mannelijke problemen is ook te lang en te serieus. Stoer zijn lost de problemen niet op. Stoer doen is zelf een probleem. Jongens hebben een ander soort helden nodig om zich aan te spiegelen. Jongens moeten leren dat mannelijkheid veel meer is dan spierkracht, koelbloedigheid, gecontroleerde emoties en seksuele energie. Dromen van Tarzan heeft geen zin meer.