Dromen vangen

Soms is het verbazingwekkend wat schrijvers en uitgevers op het bord van hun ongeveer veertienjarige lezers menen te moeten deponeren. Vanaf die leeftijd worden jongeren blijkbaar rijp geacht voor een confrontatie met de puinhopen die volwassenen van hun leven maken. Een gewaarschuwd jong mens telt voor twee. In Dromenvanger van de Canadees Tim Wynne-Jones kampt Simon Goedhart met overjarige hippie-ouders. Nadat vader jarenlang heeft gebouwd aan een ludieke woonark bindt hij zijn dunner wordende manen bijeen en verdwijnt naar een nieuwe liefde. Simons oudste broer Mark lijdt onder benauwende nachtmerries. Na een gang langs het al dan niet erkende medische circuit neemt hij eveneens de benen, om aan het eind van het boek terug te keren met een voor zijn broer verzwegen maar bij moeder bekend gezinnetje.

Een psychiater vroeg Simon ooit om ’s nachts zo veel mogelijk details van Marks gruweldromen op te schrijven. Hij fungeerde als ‘dromenvanger’. Na het vertrek van zijn broer wordt Simon bezocht door ongeveer dezelfde nachtmerries, die hem dwingen naar de oorsprong ervan te zoeken. En zoals viel te verwachten: er blijkt in dit gezin het nodige verdrongen, onder andere dat Simons echte ouders een heel ander hippiepaartje zijn. Als tegenwicht wordt nog een gezin opgevoerd, met eveneens geschifte, tot scheiden geneigde ouders, waar een tamelijk evenwichtige dochter uit voort is gekomen. Bij haar kan Simon zichzelf zijn. Dat deze met problemen en Sigmund Freud beladen geschiedenis niet als een melodramatische baksteen naar de diepte stort is te danken aan de luchtige verteltrant. De auteur heeft weinig woorden nodig voor een rake typering van zijn figuren en schrijft snelle dialogen. Ondanks de heftige emoties, de krampachtig opererende volwassenen, de zielknijpers en het paranormaal begaafde kruidenvrouwtje weet hij zijn verhaal op te dienen als een spannende zoektocht, waarin dromen de wegwijzers vormen. In de vertaling schemert hinderlijk veel Engels door. David Hines geeft in Batman kan niet vliegen de droom ook een niet mis te verstane functie. Een rechtbank veroordeelt dertienjarige David tot castratie wegens 'het bezit van een erectie in een openbare gelegenheid, zonder daartoe vergunning te hebben’. De droom verwijst naar de erectie in het zwembad en het daarop volgende machtspelletje van een vunzige oude badmeester. Hij verwijst ook naar Davids mooie en verleidelijke moeder, van wie naarmate het verhaal vordert steeds duidelijker wordt dat ze een hoer is. De zorgende grootmoeder overlijdt en David belandt in de kleine criminaliteit. Wanneer een ranzige kerel hetzelfde van hem verwacht als waar moeder haar brood mee verdient, lijkt een sprong uit het raam de enige uitweg, ook al weet David uit zijn kinderjaren dat Batman niet kan vliegen. Hines’ keiharde, hecht gestructureerde novelle over de zelfkant van het leven neemt geen blad voor de mond. De egocentrische moeder wordt door haar zuster een 'loopse teef’ genoemd en opa merkt op: 'We hadden haar bij haar geboorte moeten verzuipen.’ Toch weet de auteur deernis te wekken met zijn kwetsbare hoofdpersoon die weigert zich te corrumperen en liever de dood tegemoet springt. Je zou hem en zeker ook de lezers anders wensen.